Midden Ierland
(Klik op de foto's)
Cashel (Caiseal – 2.500 inwoners) is bekend voor zijn ‘St- Patrick’s Rock’ of anders gezegd ‘The Rock of Cashel’ (61 m. hoog).
Dat de rots de naam ‘St- Patrick’s Rock’ draagt komt door de rijke fantasie van een middeleeuwse Ier: De duivel had een forse hap uit een berg genomen en vloog daarmee in zijn bek rond, toen hij zag dat Patrick een kerk op deze plek wilde bouwen. Hij liet van schik de steen vallen, gelukkig net naast de Patrick. De legende verteld ook waar de duivel de steen had weg gehapt: van een berg even ten westen van Templemore, die dan ook de naam ‘Devil’s Bit’ draagt.
Cashel zou vanaf de 4e eeuw een residentie zijn van verschillende clans, eerst van de Eoghanacht-clan en daarna van de koningen van Munster. In 1101 kwam de rots in het bezit van het bisdom. De ronde toren werd waarschijnlijk het eerst gebouwd vlak na 1101. In 1647 was de rots het toneel van heftige gevechten tussen Ieren en Engelsen, waarbij achthonderd doden vielen (vooral inwoners van Cashel).
Vanaf de rots heb je een prachtig zicht over de omgeving, stadje en zo ook op een ruïne aan de voet van ‘The Rock’ De ‘Hore Abbey’, een cisterciënzer klooster, werd in 1272 gebouwd voor de verdreven monniken van Mellifort.
Cork City
St.-Finbarr
Holy Water
Cork (Corcaigh – 180.000 inwoners) aan de monding van de Lee is de tweede stad van Ierland.
In de 7e eeuw werd een abdij gesticht en daarrond ontstond een nederzetting die in 820 door de vikingen met de grond gelijk werd gemaakt. In 1172 werd Cork ingenomen door de Anglo-Normandiërs, die er een vestingstad van maakten. In de 17e en 18e eeuw bloeide de stad weer op, maar leed daarna zwaar onder de Engels-Ierse oorlogen. Het verzet tegen de Engelse overheerser was sterk en de stad verwierf daardoor de Geuzennaam ‘Rebel Cork’.
Het centrum van Cork ligt op een eiland in de Lee en daar begon ons bezoekje van enkele uren. We vertrokken via het Opera House, wat ze het lelijkste gebouw van de stad noemden. Zelf vond ik niets mis met de voorgevel, maar toen ik op de brug nog eens achterom keek begreep ik maar al te goed wat de mensen hier bedoelden. Ons eerste doel was de St. Anne’s Shandon uit 1726. Onderweg passeerden we de ronde ‘Butter Market’ en daarnaast de ‘Cork Butter Exchange’. De export van zoute boter en gepekeld vlees was vanaf de 18e eeuw een belangrijk voor de bloei van Cork. Het exporteerde toen zelfs gezouten boter naar India. De beurs sloot in 1924. Vlakbij ligt de ‘St. Mary’ kerk, waar je naast de kerk uit een ton ‘Holy Water’ kan tappen.
Volgende halte was de St. Finbarr-kathedraal uit 1870. Daarna nog een kort bezoekje aan de oude markt, welke gebouwd is in 1780 en na branden herbouwd in 1862 en 1981. De manier waarop het vlees lag uitgestald is volgens mij al lang verboden in België, wegens onhygiënisch.
Kilkenny Castle
In het najaar bezochten we Kilkenny (Cill Chainnigh – 9.000 inwoners), een stad met een rijke geschiedenis. In de 6e eeuw werd hier een kerk gesticht die deze stad zijn naam gaf. In de 12e eeuw werd er een fort gebouwd. In de 17e eeuw werd Kilkenny de hoofdstad van Ierland, maar lang duurde dat niet en de stad begon te vervallen.
Het belangrijkste gebouw van de stad is ongetwijfeld Kilkenny Castle. Het kasteel was eeuwen lang in handen van de Butlers (van 1391 tot 1967), een familie die erg machtig was en grote stukken land bezat. Tussen 1642 en 1648 vergaderde hier zelfs het Ierse parlement. In 1967 verkocht een nazaat van de Butlers het kasteel aan de staat om het voor verder verval te behoeden. Nu is de restauratie voltooid en het belangrijkste vertrek van het kasteel is de schilderijengalerij. Niet de schilderijen (welke allemaal portretten zijn) maar het interieur maakt het zo speciaal.