5. Dialect en namen

De kennis en het gebruik van het dialect gaat achteruit. Bepaalde benamingen die hun oorsprong vinden in het dialect blijven echter bestaan of worden toch al minder snel vergeten. In dit hoofdstuk gaan we even enkele straatnamen, erfnamen, voornamen en ook enkele dorpseigen toponiemen bekijken. Het is in dit verband onmogelijk om volledig te zijn. We beperken ons daarom tot de meest courante.

De oorspronkelijke naam van onze gemeente was Zurenbroeck, wat duidt op zure en natte gronden. Als de abdij van Averbode het recht tot het benoemen van de pastoor verkrijgt van de graven van Loon, veranderen zij de naam naar Zutendaal, het zoete dal.

Het overgrote deel van straatnamen dateert van 1966. Daarvoor kende Zutendaal alleen de gehuchten.

5.1 De straten en gehuchten

Tot 1966 was de Sprinkelestraat de enige offici๋le straatnaam in Zutendaal. Men had ook geen behoefte aan straatnamen omdat iedereen iedereen kende en de naam van het gehucht, gevolgd door een huisnummer volstond als adres.

De eerste huizen werden in de vier dalen gebouwd: Broek, Daal, Papendaal, en Stalken. Daarna volgden Besmer, Gewaai, Mandel, Roelen, Sprinkele en Wiemesmeer. Centraal hiervan werd een kerk gebouwd. Zo ontstond het Dorp. Dit is een typisch Kempische opbouw van een gemeente. De straten en hun namen zoals we ze nu kennen, hebben hun naam dikwijls gekregen van de historische benamingen die voorkomen in de Atlas van de Buurtwegen uit 1845. In die straatnamen blijven zowel de geschiedenis als het dialect van Zutendaal voortleven. De achterliggende betekenis van de straatnamen dreigt echter wel verloren te gaan.

We willen jullie enkele namen van straten die verband houden met typisch Zutendaalse kenmerken verklaren. We baseren ons hierbij voornamelijk op het boekje ‘Straatnamen van Zutendaal’ van Jozef Remans dat in dit opzicht uiteraard veel vollediger is.

15 Augustusstraat
gehucht: Gewaai
Op 15 augustus trekt de processie met het OLV-beeld naar Gewaai (Beertskapelletje en St.-Rochuskapel) en keert langs deze weg terug naar de kerk.

Besmer
gehucht
dialect: B่smer
Er zijn twee mogelijke verklaringen. Het is ofwel een ‘meer’ waarbij zich een zekere ‘Bijssel’ vestigde. Van deze vijver zijn nu nog sporen terug te vinden. Ofwel is het datzelfde ‘meer’ met daar omheen bessenstruiken.

Beverstsestraat
gehucht: Wiemesmeer
Samen met de Grotstraat vormt deze straat de vroegere weg naar Beverst.

Bijenbergstraat
gehucht: Stalken
Deze straat is genoemd omdat er vroeger enkele imkers woonden op de zuidwaarts gerichte helling nabij heidevlakten.

Blookbergstraat
gehucht: Dorp
dialect: Bluu๋kbaerg
Deze straat loopt over een heuvel die kadastraal de ‘Blookberg’ genoemd wordt. Een blook is een omheind veld.

Boeneveldstraat
gehucht: Papendaal
dialect: Bunnevaeld
Deze straat loopt naar een gebied dat kadastraal als ‘Boeneveld’ gekend is. De straat maakt ook deel uit van de oude weg van Genk naar Maastricht.

Bornestraat
gehucht: Wiemesmeer
Deze straat loopt naar een plaats die kadastraal als ‘Borneplaats’ bekend is. Hier lag vroeger een bron.

Bosscherveldweg
gehucht: Papendaal
De velden rond deze straat worden kadastraal ‘Bosscherveld’ genoemd.

Boxstraat
gehucht: Dorp
Langs deze straat ligt het huis ‘bij Box’ genaamd. In de tweede helft van de zeventiende eeuw woonde hier een zekere ‘Peter Box’.

Broek
gehucht
dialect: Gebroehk
Een broek is een gebied met moerassige grond. In het dagelijks taalgebruik spreekt men in Zutendaal over ‘Gebroehk’. Dit is een samentrekking van ‘gheen’ (dat) met ‘broek’ (moeras). Hier wordt de eerste woonkern van Zutendaal gesitueerd. Zutendaal dankt zijn eerste naam ook aan dit gehucht ‘Zuurbroek’. De pastoors van de abdij van Averbode hebben in de veertiende eeuw de naam van de gemeente veranderd in Zutendaal (het zoete dal).

Broekmolenweg
gehucht: Broek
De watermolen is altijd van vitale betekenis geweest voor de landbouwgemeenschap van Zutendaal. Er liepen zogenaamde ‘molenwegen’ naar de watermolen vanuit het Dorp, Gewaai, Stalken, Broek, Papendaal en Wiemesmeer. Deze straat is de vroegere molenweg vanuit het Broek naar de watermolen.

Bruidstraat
gehucht: Stalken
Deze straat was de bruidsweg voor Roelen en Stalken. Vroeger werden de bruiden langs een speciale weg per kar naar de kerk gebracht.

Daal
gehucht
dialect: Daol
Dit gebied tussen watermolen en Winning tot aan het Dorp ligt lager dan de meeste andere gebieden van Zutendaal. Dit ‘dal’ verklaart dan ook de naam van het gehucht. Enkele vroegere schrijfwijzen zijn ‘Dordael’, ‘Dardael’ en ‘Dael’.

Daalstraat
gehucht: Daal
dialect: Daol
Deze straat loopt door het dal van Zutendaal. Het is een deel van de oude weg van Munsterbilzen naar Stokkem.

De Hovenstraat
gehucht: Gewaai
‘De Hoven’ is de kadastrale benaming van de landerijen rond deze straat. Ze vormt samen met de Boogstraat en de Oude Postweg te Wiemesmeer een deel van de oude postweg tussen Winterslag en Maastricht.

Delstraat
gehucht: Daal
Deze straat loopt door een dal, ‘de d่l’ genaamd. Het is een gedeelte van de oude weg van Sledderlo naar Gellik.

Dielebergstraat
gehucht: Broek
dialect: Dielebaerg
Deze straat loopt voorbij het huis ‘Bij Diele’. De heuvel waarop het huis gebouwd is, heet ‘Dielebaerg’. ‘Dielen’ is de naam van een familie die er vroeger woonde

Dofstichelstraat
gehucht: Papendaal
Deze straat ligt dicht bij een gebied dat kadastraal als ‘Dofstichel’ genoemd wordt.
Er zijn twee mogelijke verklaringen voor de naam. Enerzijds kan het gaan om een soort slagboom die met een ‘doef’, een slag, neergelaten werd. Anderzijds kan het ook gaan om een smalle ‘stichel’ die het vee de vrije toegang tot de heide verhinderde.

Dorp
gehucht
dialect: Taerp
Zutendaal-Centrum

Driesstraat
gehucht: Besmer
Een "dries" is een oud woord voor een stuk braakliggende grond.

Eindstraat
gehucht: Wiemesmeer
Dit gebied heet in de volksmond ‘Eind’.

Flikkebergsgtraat
gehucht: Gewaai
dialect: Flikkebaerg
Het gebied rond deze weg wordt van oudsher Flikkeberg genoemd. Een ‘flik’ of een "vlik" is een heidelap.

Gagelstraat
gehucht: Wiemesmeer
Vroeger stonden in heidegebieden veel ‘gagelstruiken’. Gagel werd vroeger bij het brouwen van bier gebruikt in plaats van hop en werd ook veel gebruikt om matrassen te vullen. In stallen werd gagel gebruikt als lokmiddel voor vliegen.

Geelkesstraat
gehucht: Sprinkele
Op de plaats waar deze straat aftakt van Sprinkelestraat woonde in de 18de eeuw Gilis ‘Geelke’ Schrijvers. De velden rond deze straat worden in de volksmond ‘Geelkesvaeld’ genoemd.

Geerkensstraat
gehucht: Dorp
Deze straat loopt door een gebied dat kadastraal ‘Geerkensveld’ genoemd wordt. Hoogstwaarschijnlijk heeft aan hier ooit een familie genaamd ‘Geerkens’ gewoond.

Gelierseweg
gehucht: Wiemesmeer
dialect: Gelierep่่dsje
Het Genkse Gelieren kan verklaard worden als ‘gheen’ (gindse –zie Gewaai) en ‘lid’ of ‘led’ (heuvel).

Gewaai
gehucht
dialect: Gewaoi
De naam is vermoedelijk ontstaan uit ‘gheen’ (ginds) en ‘wade’. (doorwaadbare plaats). Dit doet vermoeden dat er vroeger een waterloop geweest moet zijn.

Gijzenveldstraat
gehucht: Besmer
Waarschijnlijk woonde hier ooit een familie met de naam ‘Gijzen’. Hier bestaat echter geen zekerheid over.

Graafgracht
gehucht: Gewaai
dialect: Graofgraach
Een lange rechte gracht schijnt vroeger de grens van het graafschap Loon geweest te zijn. Van deze gracht zijn hier en daar nog sporen terug te vinden.

Groenstraat
gehucht: Besmer
Groen is de vernederlandsing van het dialectwoord "gr้้n". Hiermee worden rapen als veevoeder bedoeld.

Haenenstraat
gehucht: Broek en Stalken
Hier woonde in 1845 ‘Henri Haenen’.

Hansenstraat
gehucht: Wiemesmeer"
Dit was vroeger een veldweg vanaf het huis ‘Bij Hansen’ aan de Grotstraat naar en door het ‘Hanseveld’.

Hederikstraat
gehucht: Wiemesmeer
In die gebied groeide en groeit nu nog veel hederik, in het dialect ‘h่ring’ genoemd.

Heibergstraat
gehucht: Dorp
dialect: Hejbaerg
Deze straat loopt langs de helling van een heuvel, kadastraal ‘Heiberg’ genaamd.

Heiblookstraat
gehucht: Gewaai
Het gebied rond deze straat wordt in de volksmond ‘hejbluu๋k’ genoemd. Een blook is een omheind veld.

Heiwijkerweg
gehucht: Gewaai
De naam duidt op een plaats of een nederzetting in de heide. De weg is een deel van de verbinding met Stokkem. De weg werd daarom vroeger ook wel eens Stokkemseweg genoemd. Strafrechterlijk hing Zutendaal vroeger af van de drossaard van Stokkem.

Hermkesstraat
gehucht: Wiemesmeer
Deze straat loopt van bij het huis ‘bij Hermkes’ naar het ‘Hermkesvaeld’. In de buurt lag ook een waterkuil, ‘Hermkes M่่rke’ genaamd. Hieruit werd ooit leem gehaald om bakstenen te maken.
Het woord ‘Hermkes’ komt van ‘Herman Schouterden’ die hier in de achttiende eeuw woonde.

Hoefaartseweg
gehucht: Stalken
Deze weg leidt naar een plaats ‘Hoefaert’ genaamd. Vroeger hoorde deze plaats bij Zutendaal, maar na een grensbetwisting ging dit gebied naar Gellik.

Hoogputstraat
gehucht: Gewaai
dialect: Huugp่t
De naam duidt op de aanwezigheid van water in deze hoger gelegen vlakte. Deze ‘Hugenput’ was ook de grens tussen het graafschap Loon, de proost van Sint-Servaes (Maasmechelen) de heer van Reckheym en de heer van Pieterheym.

Kattevennerweg
gehucht: Wiemesmeer
‘Katte’ is een oude benaming voor ‘vee’. Het is te vergelijken met het Engelse ‘cattle’.

Kantoorstraat
gehucht: Besmer
Deze straat is een gedeelte van de postweg van Maastricht over Winter-slag naar den Bosch (zie ook ‘Oude Postweg’ in Wiemesmeer). Op de plaats waar nu de woning ‘Oud Kantoor’ staat eindigde vroeger (tot de 14de eeuw) het graafschap Loon. Hier stond een tolbareel. Het Oud Kantoor was niet alleen een tolhuis, maar ook een afspanning voor postkoetsen en een herberg.

Kapelveldstraat
gehucht: Papendaal
De straat loopt door een gebied dat kadastraal ‘Kapelleveld’ genoemd wordt. Vroeger stond er een kapel langs de huidige Genkerweg.

Karweistraat
gehucht: Besmer
Tot in de jaren dertig van de vorige eeuw werden de wegen onderhouden door de bewoners van de straat. Dit werk noemde men in Zutendaal een ‘karwei’.

Kattestaartstraat
gehucht: Sprinkele
De Atlas der Buurtwegen vermeldt als benaming ‘Cattestartsteeg’. De familie Cattestart woonde in de Sprinkele, tegenover het begin van de weg en had eigendommen langs deze steeg.

Kennepstraat
gehucht: Broek
Kennep of hennep is een plant die in de Kempen op vochtige plaatsen gezaaid werd. Uit de vezels werden "zelen" gedraaid.

Kerkstraat
gehucht: Dorp
Dit was een deel van de vroegere ‘kerkweg’ voor de mensen van Wiemesmeer die naar de kerk gingen. Dit gebeurde langs de Kostensteeg, de Kattestaartstraat en de Kerkstraat. De oude kerkweg volgde slechts voor een deel de huidige Kerkstraat.

Kiewitseweg
gehucht: Roelen
Deze weg leidt naar Kiewit, een gehucht dat tot aan de grensbetwisting met Gellik bij Zutendaal hoorde, en daarna bij Gellik. De weg maakt deel uit van de oude verbinding van Zutendaal naar Maastricht.

Kinenhofstraat
gehucht: Papendaal
Deze straat loopt naar een veld dat kadastraal ‘Kinenhof’ genoemd wordt (de kiezelwasserij). Er zijn twee mogelijke verklaringen voor de naam. Enerzijds is er ‘kyn’ of ‘kien’ dat kei betekent en duidt op een veld met keien. Anderzijds is er ‘k่่n’ dat een pit van een steenvrucht is en duidt op een boomgaard met fruitbomen.

Kliebosstraat
gehucht: Gewaai
dialect: Kliebos
‘Klie’ is het dialectwoord voor klaver. ‘Kliebos’ was de vroegere benaming voor de landerijen langs deze weg. Het is niet duidelijk of hier ooit een bos stond waar wilde klaver in groeide of dat er percelen waren waar klaver geteeld werd tussen de bossen.

Koelbrikstraat
gehucht: Gewaai
Het gebied rond deze straat wordt in de volksmond ‘koelbrik’ genoemd.

Korenstraat
gehucht: Dorp
Vanaf de Sprinkelestraat tot in deze velden werd vroeger koren gezaaid.

Kostensteeg
gehucht: Wiemesmeer
Vroeger was deze veldweg een steeg. Dit is een smalle weg tussen struiken vanaf het huis ‘bij Kosten’ of ‘bij korsten’ genoemd.

Kraaienbosstraat
gehucht: Stalken
Aan het begin van deze straat ligt het erf genaamd ‘Kraaienbos’. De achterliggende heuvel heet ‘Kraaienberg’.

Langblookstraat
gehucht: Wiemesmeer
Een blook is een omheind land. Deze omheining bestond vroeger veelal uit eikenstruiken. Met deze vorm van omheining wilden de eigenaars aangeven dat het om een privaat stuk grond ging. Dit was dan in tegen-stelling tot vroenten en heidegebieden die gemeenschappelijk bezit waren en waar men de koeien en schapen vrij mocht laten grazen.

Langendijkstraat
gehucht: Daal
Zo genoemd naar de vijver die net over de grens met Genk lag: ‘de Langendijkwijer’.

Leutsestraat
gehucht: Wiemesmeer
Eertijds liep deze straat over de ‘Grote Heide’ en de ‘Mechelse Heide’ naar Leut bij Mechelen-aan-de-Maas.

Linkesstraat
gehucht: Gewaai
Voor de aanleg van het vliegveld verbond deze straat de Kostensteeg en de Maastrichterstraat. Vanuit Genk (Schabartstraat) over de Veugenstraat en de Boeneveldstraat was dit een postweg naar Maastricht. De naam van de straat zelf komt van de hoeve ‘bij Linkes’ aan de Sprinkelestraat die met enkele honderden meters grond aan deze straat grenst. Deze boerderij behoorde in 1845 toe aan Gerard Martens.

Looienveldstraat
gehucht: Wiemesmeer
Dit gebied heet kadastraal ‘Loyenveld’. Het is niet duidelijk waar deze naam vandaan komt. ‘Loyen’ is een familienaam. Misschien kan het ook duiden op een bos, een ‘lo’ dat er ontgonnen werd. Vroeger waren er op de heide namelijk met houtgewassen begroeide percelen die ontgonnen werden voor brandhout en bouwhout.

Maastrichterstraat
gehucht: Gewaai
Deze straat is een deel van een oude postweg naar Maastricht. Hier kwamen de postwegen vanuit Genk en vanuit Winterslag samen om zo verder langs de Trichterweg en Lanaken naar Maastricht te gaan. Vanuit Zutendaal zelf ging men ofwel via deze straat ofwel via Stalken, Roelen en Gellik naar Maastricht.

Malbroekstraat
gehucht: Besmer
‘Malbroek’ is de volksnaam voor John Churchill (voorvader van Winston Churchill, Brits premier uit de tweede wereldoorlog), hertog van Marlborough. Tijdens de Spaanse successieoorlog had hij het bevel over de troepen die tegen de Fransen streden in de Nederlanden. Hij verbleef enkele dagen op de pastorij. Zijn troepen maakten zich door wangedrag zo gehaat in het Maasland en de Kempen, dat hij symbool werd voor alle mogelijke onheil.

Mandelseweg
gehucht: Dorp
dialect : Mahnel
Dit is de oude kerkweg van Besmer door het gehucht ‘Mandel’. Dit gehucht wordt al van oudsher bij het Dorp gerekend. De ‘Mandel’ is een van de dalen van Zutendaal en heette oorspronkelijk 'Mandale'.

Meerstraat
gehucht: Gewaai
Deze straat loopt langs een vijver die in de volksmond ‘de M่่r’ genoemd wordt. Vroeger werd deze straat ook wel de Konijnenbosstraat genoemd. De hoek die deze straat met de Sprinkelestraat vormt werd ook wel eens ‘Koelbrik’ genoemd.

Molenblookstraat
gehucht: Daal
Vroeger liep hier een pad, ‘het Molenpad’ genaamd. Dit was de weg van Wiemesmeer naar de watermolen. Dit pad liep langs een plaats die in de volksmond ‘de Blook’ genoemd werd. Een blook is een omheind veld. Toen in 1880 de weg As-Bilzen gepland werd liet de gemeenteraad, uit vrees voor voorbijtrekkende legers, deze weg niet door Zutendaal-centrum lopen, maar langs dit pad.

Munstersestraat
gehucht: Papendaal
Dit is een deel van de oude weg naar Munsterbilzen.

Ossebergstraat
g
ehucht: Sprinkele
dialect: Ossebaerg
Deze straat loopt over een heuvel die in de volksmond ‘Ossebaerg’ genoemd wordt.

Oude Postweg
gehucht: Wiemesmeer
Deze straat is een gedeelte van de weg die vroeger door de postkoetsen gevolgd werd op hun weg van Winterslag naar Maastricht

Oudestraat
gehucht: Wiemesmeer
Voordat de Kempenseweg was aangelegd (1880) vormde deze straat met de Steenblookstraat de verbinding tussen Papendaal en Wiemesmeer.

Oude Tramweg
gehucht: Dorp
Hier liep tussen de oorlogen de tram naar Lanaken.

Pandenstraat
gehucht: Sprinkele
Panden zijn lange smalle percelen grond.

Papendaal
gehucht
dialect: Paopendel
In de vijftiende eeuw werd dit gehucht als ‘Pipendaele’ geschreven. Een ‘pipe’ is een kleine spits toelopende holte. Daar woonde ook een zekere ‘Art Pipens’ en later ‘Jan de Piper’. Het is best mogelijk dat het gehucht genoemd is naar de ‘Pipenshoeve’ die er lag.
In de zestiende eeuw werd dit gehucht als ‘Paependaele’ geschreven. Men kan vermoeden dat dit gebied ook een dotatiegebied van een pastoor of ‘paep’ was. De kerk had daar in ieder geval veel gronden en vijvers.

Pastoorsstraat
gehucht: Dorp
Vroeger kregen enkele straten rond de pastorij de naam van Pastoorsweg of Pastoorssteeg. Deze straat heeft haar oude benaming gekregen.

Postesstraat
gehucht: Wiemesmeer
Vroeger liep hier een weg vanaf het huis ‘bij Poste’ (Cops) het veld in. Deze straat maakt ook deel uit van de postweg van Winterslag naar Maastricht. Langs deze straat moet er ook een afspanning voor postkoetsen geweest zijn.

Poukerbergstraat
gehucht: Besmer
De oorsprong van deze naam is niet gekend. De naam ‘Poucerberg’ wordt reeds in de Atlas van de Buurtwegen vermeld.

Roelen
gehucht
dialect:
Rulle
De naam van het gehucht is waar-schijnlijk ontstaan uit een vervorming van ‘rode’ en ‘loo’ wat gerooid bos betekent. Het is ook mogelijk dat het afgeleid is van de persoonsnaam ‘Roeland’ naar de bewoner van de hoeve in 1345, ‘Roelen Timmermans’. In 1504 schreef men de naam als ‘Rolo’, in 1690 ‘Rolen’ en vanaf 1712 is het ‘Roelen’.

Schepersstraat
gehucht: Wiemesmeer
Langs deze weg trokken vroeger de ‘schepers’ of schaapherders waar-schijnlijk naar de heide en vroenten rond het ‘Boeneveld’.

Schoverikstraat
gehucht: Papendaal
Een schoverik is in oude verhalen de ‘vuurman’. In de volkse overlevering wordt hij dikwijls vereenzelvigd met een soort draak. In het oude Mariaspel werd de schoverik nog ten tonele gevoerd.

Sellerveldstraat
gehucht: Papendaal
Deze straat loopt door een veld dat kadastraal ‘Sellerveld’ genoemd wordt. Hier stonden de eerste huizen van Papendaal. De naam wijst waar-schijnlijk op een persoon, Marcel, of op een familie met die naam die daar ooit woonde.

Siemensstraat
gehucht: Stalken
Vroeger woonde hier een familie die ‘Siemens’ heette. De naam is in de volksmond blijven verder leven.

Sint-Jozefsstraat
gehucht: Wiemesmeer
Deze straat loopt langs het zogenaamde ‘Aoresgoed’. Langs de Asserweg, voor de boerderij, stond een kapel die toegewijd was aan Sint-Jozef.

Sint-Rochusstraat
gehucht: Gewaai
Deze straat werd genoemd naar de gelijknamige kapel uit 1635, gebouwd door Paulus Noben uit dank voor een genezing van de pest. Sint-Rochus werd eertijds veel aanroepen bij besmettelijke ziekten.

Sledderlosestraat
gehucht: Daal
Deze straat is een deel van de oude weg van Sledderlo naar Gellik.

Smitsstraat
gehucht: Daal
In het huis ‘bij Vinke’ genaamd woonde en woont de familie Smits. Deze weg werd vroeger als Smitsweg genoemd.

Soldatenweg
gehucht: Papendaal
Deze straat leidt naar de oorspronkelijke toegang van het vliegveld.

Speelheuvelstraat
gehucht: Stalken
dialect: Spie๋lhie๋vel
Langs deze straat stond vroeger een huis dat in de volksmond al ‘Spie๋lhie๋vel’ genoemd werd.

Sprinkele
gehucht en straat
dialect:
Sprihnkele
Hier lag vroeger de bron van de Molenbeek of Zutendaalbeek. De naam betekent letterlijk ‘bron in het bos’.In 1506 schreef men de naam als ‘Sprenkeloe’ en in 1690 als ‘Sprenckelen’. Een bron noemen we in het dialect een ‘sprhink’.

Stalken
gehucht
De betekenis van de naam ’Stalken’ is onduidelijk. J. Remans vermoedt in zijn boekje ‘Straatnamen van Zutendaal’ dat het waarschijnlijk verband houdt met een ‘stal’ als gebouw, naar analogie met Stel-Koersel bij Beringen. Th. Vandebeek, gewezen pastoor en Zutendaalkenner bij uitstek, vindt het een onverklaarbare naam.

Steenblookstraat
gehucht: Papendaal
Een blook is een omheind veld. De aanwezigheid van kiezel verklaart de oude naam.

Stevoordseweg
gehucht: Stalken
dialect: Staeiverte
Deze straat leidt naar weiden en beemden in Eigenbilzen die kadastraal ‘Stevoorden’ genoemd worden. Met de zogenaamde ‘staeiverte’ worden natte weiden en beemden bedoeld

Stielestraat
gehucht: Wiemesmeer
Deze straat begint bij het huis dat ‘bij Stiele’ genoemd wordt. Het achterliggend veld wordt ‘Stieleveld’ genoemd. In de zestiende eeuw woonde er in Zutendaal een familie ‘Stelen’ genaamd wiens naam nu nog voortleeft in deze straat en ook in het gelijknamige ven.

Struweelstraat
gehucht: Gewaai
Struweel, ‘struhvele’ in het dialect, is struikgewas dat uit door de wind verspreid zaad ontstaan is.

Trichterweg
gehucht: Gewaai en Besmer
Deze straat maakt deel uit van de oude postweg van Winterslag naar Maastricht, dikwijls afgekort tot ‘Tricht’.

Turfstraat
gehucht: Wiemesmeer
Deze straat leidt naar een moerassig gebied met veengrond waar vroeger turf gestoken werd. Turf en heilappen waren vroeger de brandstof om huizen te verwarmen.

Valkenbergstraat
gehucht: Besmer
Dit gebied werd vroeger kadastraal ‘Valkenberg’ genoemd.

Venstraat
gehucht: Wiemesmeer
Voor de aanleg van het vliegveld leidde deze weg naar de vennen van de ‘Grote Heide’. Alleen het ‘Steleven’, naar de gelijknamige familie uit de zestiende eeuw, is daar van overgebleven.

Veugenstraat
gehucht: Wiemesmeer
Tegenover de grot ligt de boerderij die gekend is als ‘bij V้ges’ Hier woonde vroeger de femilie ‘Veugen’. Thomas Veugen (1767-1849) was burgemeester van Zutendaal van 1819 tot 1829.

Vijverplein
gehucht: Dorp
Dit is het oude dorpsplein. De vijver waar men het vee liet drinken werd in 1860 gedempt.

Vleugelseweg
gehucht: Wiemesmeer
Bij de aftakking van deze straat lag vroeger de woning waar een familie met de naam ‘Vleugels’ woonde.

Vonderstraat
gehucht: Dorp
De Molenbeek had vroeger haar bronnen in de Sprinkele. De weilanden die in deze straat lagen, kon men bereiken via een vonder, een kleine brug, over de Molenbeek aan het Vijverplein.

Vrekelerstraat
gehucht: Gewaai
Vrekeler is een vernederlandsing van het dialectwoord ‘vraeikel่่r’, de jeneverbesstruik. Dit was vroeger een veel voorkomende heester in de Kempen.

Waltstraat
gehucht: Gewaai
‘Walt’ is de oude Dietse benaming voor bos.

Watermolenweg
gehucht: Daal
Deze straat is een gedeelte van de vroegere molenweg vanuit Besmer en Stalken.

Wevelstraat
gehucht: Wiemesmeer
Tussen de Grotstraat en de Wevelstraat ligt een moerassig gebied, ‘de M่่r’ genaamd. Dit gebied kwam regelmatig onder water te staan. Rond dit moerassig gebied stonden de eerste huizen van Wiemesmeer. Wevel is het oude woord voor glimworm.

Wiemesmeer
gehucht
dialectnaam:
Wielsmer
De naam ‘Wiemesmeer’ kan op twee manier verklaard worden.
Een eerste verklaring kan gevonden worden in een persoonsnaam, namelijk een zekere ‘Wijfels’ die nabij een meer of een ven woonde.
De tweede mogelijkheid gaat terug naar de betekenis van ‘wevel’, namelijk ‘glimworm’. Dit wil zeggen dat er vroeger in dit natte gebied veel glimwormen te vinden waren.
De huidige dialectbenaming ‘Wielsmer’ komt uit het begin van de negentiende eeuw toen de naam van het gehucht ‘Wi(e)lesmaer’ geschreven werd.
In dit gehucht woedt ook een hevige discussie over de huidige schrijfwijze. Is het nu ‘Wiemesmeer’ of is het ‘Wiemismeer’? De enige keer dat wij zelf een ‘i’ hebben kunnen terugvinden dateert uit 1888. Toen schreef men ‘Wiemismael’.

Wijngaardstraat
gehucht: Daal
Deze straat was vroeger gekend als ‘het wijgerken’. Op de steile zuidelijk gerichte hellingen langs de Daalstraat werd tot aan de zestiende eeuw aan wijnbouw gedaan. Het is een van de meest noordelijk gelegen en gekende wijngaarden uit de geschiedenis.

Windmolenstraat
gehucht: Sprinkele
In 1875 werd op deze heuvel een windmolen gebouwd door molenaar, herbergier en winkelier Hendrik Zels. Ze werd enkele jaren voor de tweede wereldoorlog afgebroken.

Winkesstraat
gehucht: Wiemesmeer
Deze straatnaam komt van ‘Winke’, het verkleinwoord van Winand. Het betreft hier Winand Wouters die er in de achttiende eeuw woonde.

Wolvegracht
gehucht: Gewaai
Deze gracht vormde eertijds samen met de graafgracht de grens van het graafschap Loon. Wolvegracht is de volkse benaming voor dit deel van de graafgracht.

Zandstraat
gehucht: Daal
Deze straat dankt haar naam aan de exploitatie van zandgroeven in de buurt. Deze straat loopt voorbij het huis dat ‘bij N่lkes’ genoemd wordt. In de achttiende eeuw woonde daar een zekere ‘Natalis’ (No๋l, N่l in het dialect) Bobbaers. De weg wordt in de volksmond ook wel eens ‘N่lkesweg’ genoemd.

Zuurbroekstraat
gehucht: Broek
De oudste bekende naam van Zutendaal is ‘Zurenbroeck’, een zuur moeras.

5.2 toponiemen in het dialect

Behalve de hiervoor genoemde straatnamen bestaan er nog heel wat andere toponiemen, plaatsen waarvan de dialectnaam naar een eigenschap of een persoon verwijst en soms zelfs onverklaarbaar is.
We bespreken er enkele in het kort

Bem
algemeen toponiem
Nederlands:
Beemd
Beemden zijn graslanden en weiden die voor begrazing en/of als hooiland gebruikt kunnen worden. Het zijn dikwijls natte gronden. Dan spreekt men van ‘naotte bem’. Indien de grond zeer nat tot zelfs echt moerassig is, spreekt men ook wel eens van ‘rotte bem’.
De meest grekende beemden in Zutendaal zijn de Dalerbeemden of ‘Daollerbem’, de Roelerbeemden of ‘Rullerbem’, de Stalkerbeemden of ‘Stalkerbem’ en de Broekerbeemden of ‘Gebroehkerbem’.

Bie๋k
algemeen toponiem
Nederlands:
Beek
Zutendaal kent twee beken, namelijk de Roelerbeek of ‘Rullerbie๋k’ en de Molenbeek/Zutendaalbeek of in het dialect ‘Daolerbie๋k’

Hej
algemeen toponiem
Nederlands:
Heide
Hiermee worden de heidegebieden in Zutendaal aangeduid. De meest gekende heidegebieden bevonden zich in Roelen, de ‘Rullerhej’ en in Gewaai, de ‘Gewaoierhej’, in Stalken de ‘Stalkerhej’ en in het Broek de’Gebroehkerhej’. Indien men van de ‘hej’ zonder specificatie spreekt, bedoelt men het dichtstbijzijnde gebied. In oude documenten is er dikwijls sprake van de ‘grote heide’. Hiermee bedoelt men dan het gebied van aan het huidige vliegveld tot aan de Mechelse Heide.

H่sselsbaerg
gehucht: Broek
Nederlands: Hesselsberg
Op 8 augustus 1790 vond hier tijdens de Luikse revolutie een veldslag plaats. Eigenlijk was het niet veel meer dan een schermutseling die naderhand door beide partijen voor propagandadoeleinden uitgroeide tot een veldslag.
In 1946 werd op deze rand van het Kempense plateau een gipsen mariabeeld opgericht dat in 1954 vervangen werd door het huidige beeld in bims

Kaplen่j
gehucht: Dorp
Nederlands: Kapelanie
In dit negentiende eeuws gebouw aan het Vijverplein verbleef de kapelaan van Zutendaal. Op deze plaats heeft pastoor Van der Scaeft rond 1500 een tiendenschuur laten bouwen.

Kentuur
gehucht: Besmer
Nederlands: Oud Kantoor
Dit is het oude tolhuis waar ‘weggeld’ ge๏nd werd van de voorbijgangers. Hier stond vroeger ook een slagboom, een ‘gaer’ als gemeentegrens.
Tijdens de Franse periode verbleef hier de kantoncommissaris, ook toen Zutendaal geen kantonhoofdplaats meer was.

Kiehzelkuil
gehucht: Broek, Daal, Papendaal
Nederlands: Kiezelkuil
Zutendaal kent drie plaatsen die onder de benaming ‘Kiehzelkuil’ schuil gaan.
De kiezelkuil van het Broek was een echte kiezelkuil. Ze was gelegen aan de ‘Liehtebaerg’. Na de stopzetting van de exploitatie heeft ze nog geruime tijd als vuilnisbelt van Zutendaal gediend. Het insectencentrum en poort van het Nationale Park van de Hoge Kempen, ‘Lieteberg’ bevindt zich in deze kiezelkuil.
De kiezelkuil van de Daal was ook in grote mate een zandkuil, wit zand. Zie ook ‘Zandstraat’.
De kiezelkuil van Papendaal is het langst in exploitatie gebleven. Ook hier wordt wit zand gewonnen. De plassen die hier ontstaan zijn, worden ook gebruikt voor watersportbeoefening.

Langebaerg
gehucht: Gewaai
Dit is de Hoogputstraat voorbij de aftakking van de Boogstraat tot en met de Kantoorstraat.

Liehtebaerg
gehucht: Broek
Nederlands: Lieteberg
Van het oorspronkelijke gebied dat kadastraal ‘Lieteberg’ genoemd wordt, blijft niet mee veel over. Deze verhoging in het reli๋f is eerst afgegraven voor kiezelwinning en daarna heeft deze plaats als vuilnisbelt van Zutendaal gediend. Het insectencentrum dat er zich gevestigd heeft is ondertussen uitgegroeid tot een volwaardige toegangspoort van het Nationaal Park van de Hoge Kempen.

Mahnel
gehucht
Nederlands:
Mandel
Dit gehucht is na Papendaal, Stalken en Daal het vierde dal van Zutendaal.
Tot de zestiende eeuw was er geen sprake van het gehucht Broek. Heel het gebied heette toen ‘Mandale’. Wanneer het Broek in de tweede helft van de zestiende eeuw belangrijker wordt, wordt de Mandel bij het Dorp gerekend.

Mahnelkapel
gehucht: Mandel
Nederlands: Brigittakapel
Deze kapel werd in 1851 gebouwd door Matthijs Cuypers, toen beter gekend als ‘Mahnel Thijske’ nadat drie van zijn kinderen aan tering overleden waren.

M่่r
gehucht: Gewaai, Wiemesmeer
Nederlands: meer, ven, vijver, poel
In Zutendaal werden twee poelen als een ‘meer’ benoemd.
De ‘Gewaoierm่่r’ bestaat nog en bevindt zich op het einde van de Meerstraat. Oprukkende achtertuinen en gebrekkig onderhoud hebben de omvang sterk doen afnemen.
De ‘Wielsmerm่่r’ bestaat niet meer. Het bevond zich in het begin van de Grotstraat.

Sjahns
gehucht: Stalken
Nederlands: Schans
Een schans is een versterkte en (meestal) met water omringde plaats waar de bevolking in oorlogstijd of bij voorbijtrekkende legers zijn toevlucht zocht. Van de drie Zutendaalse schansen is dit de enige bewaarde. Het is ook een van de best bewaarde schansen van de Kempen.

Vl้้gplaein
gehucht: Wiemesmeer
Nederlands: Vliegveld
Deze vroegere NATO-basis wordt nu gebruikt door het Belgische leger.

5.3 De typologie van de naam

Een aantal eeuwen geleden droeg ieder persoon slechts ้้n naam. Deze naam duidde op een bepaalde eigenschap of op een bepaalde geboortewens. Soms werden er bijnamen gegeven om iemand te onderscheiden van andere gelijknamige personen. Deze bijnaam, die iemand bij zijn doopnaam meekreeg kwam in de 12de eeuw in onze streken in gebruik. Het duurde echter nog lang vooraleer de echte familienamen in Limburg ontstonden.

De oudste familienamen vinden we terug in Itali๋ rond het jaar 1000. Via Zwitserland werd de familienaam in de Germaanse landen ingevoerd. De eerste familienamen worden in de twaalfde eeuw in Vlaanderen in gebruik genomen door de adel. Na 1257 wordt in Antwerpen bijvoorbeeld niemand meer met enkel zijn doopnaam in de offici๋le stukken vermeld. Gent en Brugge volgen in de veertiende eeuw. In Zutendaal en omgeving zijn de familienamen rond 1500 in gebruik gekomen. Rond 1600 had iedereen zijn vaste familienaam. In de zestiende eeuw tot halverwege de zeventiende eeuw vermelden de offici๋le stukken behalve de offici๋le familienaam ook nog vrij consequent de aliasnaam. Dit is de naam waarmee men in de gemeenschap gekend was.

5.3.1 de familienaam
Een familienaam of geslachtsnaam classificeert de personen naar familieverwantschap. De familienaam gaat patrilineair over. Dit wil zeggen dat de kinderen de naam van de vader krijgen.

We kunnen vier groepen familienamen onderscheiden.

5.3.1.1 het patroniem of metroniem
Een naam gelijk Peters geeft aan dat men afstamt van een zekere Peter of Petrus. Ook een vrouw kon vroeger een naam doorgeven. Indien een man bij een vrouw introuwde gaf de vrouw de naam door. Deze vorm van naam-geving stamt uit de tijd dat de familienamen gevormd werden en de erfnamen van belang waren. Men kreeg de naam van de boerderij waar men woonde, ongeacht of men afkomstig was van deze boerderij of ze gewoon gekocht had.

5.3.1.1.2 het toponiem
Deze categorie familienamen duidt op de geografische herkomst van de personen. Deze familienamen beginnen meestal met Van- of Ver-.

5.3.1.1.3 de eigenschapsnaam
Deze familienamen duiden op een of meer lichamelijke kenmerken of de status van de oorspronkelijke naamgever.

5.3.1.1.4 de beroepsnaam
Vele mensen hebben hun naam ook te danken aan de beroepsbezigheid van hun voorvader.

5.3.1.1.5. een Limburgs kenmerk
Namen hebben soms specifieke componenten waarmee ze getypeerd kunnen worden. Familienamen die op –en eindigen zijn meestal patroniemen die met het woord –sone (zoon) samengesteld zijn. In Belgisch-Limburg worden de familienamen echter meestal gegenitiveerd. Dit wil zeggen dat men er een bijvoeglijke bepaling van maakt. Familienamen die op –en eindigen zijn dus niet afgeleid van het achtervoegsel –sone, maar hebben een zwakke genitiefuitgang.
Simplistisch uitgedrukt kunnen we zeggen dat ’Jansen’ in Limburg niet zo zeer ‘zoon van Jan’ wil zeggen, maar gewoon ‘van Jan’. De uitgang –en is een structuurelement van de Limburgse familienaam.

5.3.2 de voornaam
De naamgeving is begonnen met de voornaam. Er zijn twee soorten voornamen: de Germaanse en de ge๏mporteerde.
Een voorbeeld van een Germaanse naam is Hendrik (heim+rik). Deze naam is tegelijk ook een geboortewens (rijke thuis).
Bij de ge๏mporteerde namen zijn er vier soorten te onderscheiden. Er zijn eerst en vooral de Joodse namen uit de bijbel zoals bijvoorbeeld Johannes. Er zijn de Griekse namen zoals bijvoorbeeld Alexander. Er zijn de Romeinse namen zoals bijvoorbeeld Marcus. Als vierde soort zijn er tenslotte nog de modenamen zoals bijvoorbeeld de Engelse voornamen die momenteel populair zijn.

Tot de jaren 50 van de twintigste eeuw kwam de vernoeming veel voor. Dit wilde zeggen dat de oudste zoon genoemd werd naar de vader van de vader, de tweede zoon naar de vader van de moeder, de oudste dochter naar de moeder van de vader, de tweede dochter naar de moeder van de moeder en vervolgens kwamen de peters en de meters aan de beurt. Zo gebeurde het al eens dat men in kroostrijke gezinnen een achtste of volgende kind naar de kerk bracht voor het doopsel zonder dat men een voornaam had. Men was als het ware door zijn voorraad heen. De pastoor had dan wel een oplossing bij de hand: de heilige van de dag. Dit kon al eens leiden tot ‘rare’ voornamen. De roepnaam was in dat geval de tweede voornaam.

Als we de modenamen even terzijde laten, dan blijkt dat de dialectversie van een offici๋le naam dikwijls een uitvergroting of accentuering is van een lettergreep van de naam. Vroeger kreeg iemand altijd een duidelijke heiligennaam als voornaam. We geven er enkele als voorbeeld.

Baerbke : Barbara
Bahrtel : Bartholomeus
B่่r : Albert, Robert
Bet : Elisabeth
Dien : Dymphna
Diehna : Dymphna
Door : Theodoor
Fik : Victor
Fin : Josephine
G้้l : Gilis
Goen : Aldegondis
Jahn : Jan
J่t : Jul-, Henr-, Mariette
Jeu : Mathieu
Lemme : Lambert
Laens : Lambert
Lewie : Louis
Lihns : Laurens
Maechelke : Mechtildis
Maj : Maria
Mannes : Armandus, Martinus
Mao : Herman
Meng : Herman
Miehf : Bartholomeus
N่t : Catharina, Trinette
Rie : Henri
Riekes : Henricus
Sis : Franciscus
Sjaef : Jozef
Tiennes : Martinus
T่js : Matthijs
Tin : Hubertine
Ting : Martin
Trien(e) : Catharina
Zjang : Jan
Zjiel : Gilis
Zjier : Gerard
Zjierra : Gerard

5.3.3 de bijnaam

Uiteraard mogen we ook het fenomeen van de bijnamen niet vergeten. Bijnamen of toenamen zijn individuele namen. Ze worden door de volksmond gecre๋erd en ze zijn in principe niet erfelijk. Toch gaan ze soms verschillende generaties over van ouder op kind.

Aan dit fenomeen gaan we geen aandacht besteden. Bijnamen zijn niet altijd flatterend. Zelfs met erfnamen moeten we voorzichtig zijn. Soms is het niet alleen moeilijk is om een onderscheid te maken tussen een erfnaam en een bijnaam, maar ook niet iedereen is even blij met zijn erfnaam.

5.3.4. de erfnaam

Vroegere generaties maakten dikwijls een onderscheid tussen ‘hoe heet gij’ en ‘hoe schrijft gij u’.

Dit had te maken met naam van de boerderij (de erfnaam) of de bijnaam van de ouders enerzijds en de offici๋le naam anderzijds. Je naam is deze onder de welke de gemeenschap je kende. Zo heette je nu eenmaal. Dit had niets te maken met de naam die op je identiteitskaart staat. In een dorp was de erfnaam nu eenmaal veel belangrijker. Alleen voor offici๋le stukken kon men je geschreven naam gebruiken.

We hebben reeds eerder aangehaald dat niet iedereen zijn erfnaam als een compliment beschouwd. Daarom vermelden we hier geen lijst met erfnamen. De heemkundige kring probeert deze namen wel te inventariseren en bij te houden.