Werd in de geschreven bronnen voor het eerst vermeld in 1120 als 'beringe', afgeleid van het Germaanse 'Beringum':wat zoveel als betekend, bij de lieden van Bero. Het was een allodiale heerlijkheid, die deel uitmaakte van het patrimonium 'Sancti Adelardi', het erfgoed van Adelardus, neef van Pepijn de korte en abt van Corbie in het Franse Picardië (780-821).
Later verwierf de graaf van Loon de voogdijrechten over Beringen. In 1211 verleende Lodewijk II, graaf van Loon, de Luikse vrijheid, aan de inwoners van Beringen. In 1239 werden deze stadsrechten bekrachtigd door Arnold IV, graaf van Loon. Kort hierop begon men met de stad te omwallen. Deze versterkingen bestonden uit aarden wallen, omringd met grachten. Drie poorten verleenden toegang tot de stad: de O.L.Vrouwe Poort, de Diesterse Poort en de Hasseltse Poort of verloren toren. Beringen kende twee soorten rechtspraak: het Luikse recht, voor de 'binninghe' en het Loonse recht voor de 'buythinge'. Tot deze laatste behoorde het huidige grondgebied van Paal.
Beringen werd later één der 'goede steden' van het prinsbisdom Luik. Het werd in de loop der tijden herhaaldelijk verwoest. In 1654 veroverden Lorreinse troepen de stad en er bleven nadien alleen 'enkele bakhuiskens gespaard'.
Vanaf de 16de eeuw streefde Paal naar de oprichting van een eigen parochie. Die kwam er na vele jaren van verzet vanwege de Beringenaren uiteindelijk in 1708. In 1739 verbleef de Franse schrijver Voltaire een poosje binnen de muren van het stadje in verband met een erfeniskwestie. Samen met zijn vriendin, Emilie de Breteuil, Markiezin du Châtelet, betrok hij een kamer in de afspanning de 'Gouden Sleutels' op de markt. Voltaire schreef weinig lovende woorden over de stad en haar bevolking, hij twijfelde eraan of de inwoners wel genoeg geld hadden om voor één dag proviand in te slaan op de wekelijkse markt.
De wallen en poorten der stad bleven tot aan het 'ancien regime' min of meer hun functie bewaren maar werden rond 1826 gesloopt. In 1831 veroverden Hollandse troepen het stadje en in de nacht hierop verwoestte een felle brand vele woningen op de Markt. De parochie is één der oudste van de Kempen. In 1919 ontdekte André Dumont steenkool op de Koerselse heide. Maar de eerste mijnzetel was gelegen te Beringen en zo ontstond de benaming Beringen-Mijn.