Copyright © 2003 -2004 HEEMKUNDIGE KRING CURTICELLA  - All rights reserved.
DIALECT
Email : curticella@hotmail.com
Koerselse kapellekesaktie op 01 mei 2004  sinds 1992
CURTICELLA  KOERSEL
CURTICELLA  KOERSEL
HOME           DIALECT           QUANONNE           BERINGEN           LINKS          BIDPRENTJES
Geschied - & Heemkundige Kring
 
Geschied - & Heemkundige Kring
 
Geschied - & Heemkundige Kring
 
De koster kwam nu dagelijks de giften 's avonds ophalen. De stroom bevaartgangers nam nog dagelijks toe en de pastoor liet een lemen kapel optrekken in 1828. De kerkelijke overheid keek argwanend toe en was eerder terughoudend en sceptisch tegenover het nieuwe bedevaartsoord. In 1829 komt dan toch de bisschoppelijke toelating om bedevaarten te houden. De gemeente Koersel laat nu een weg aanleggen dwars door de heide naar het kapelletje. In 1832 overlijdt op 72-jarige leeftijd Jean Nicolaas Swartebroukx, de man die op miraculeuze wijze genas na het drinken van bronwater op de heide. Ondertussen groeit de belangstelling voor het bedevaartsoord en in 1833 laat pastoor Lijnen een nieuwe stenen kapel oprichten. Er werd een altaar aangekocht uit de begijnhofkerk van Diest en op 25 augustus 1833 vond de inwijding plaats. De eerste groots opgezette plechtigheid. Een processie met 12 priesters vertrok vanuit Koersel-Dorp en ook uit de omliggende gemeenten kwamen veel bedevaartgangers. Na de wijding werd er door pastoor Lijnen de eerste openluchtmis opgedragen voor zo een 5000 gelovigen. In 1834 bracht Monseigneur Van Bommel er een bezoek en hield er een kort sermoen. Na de bisschoppelijke toelating om er  bedevaarten te houden begonnen van
overal bedevaarten op gang te komen. In de hete zomer van 1859 kwamen de
inwoners van Beverlo en Bocholt massaal op bedevaart om er te bidden wegens de aanhoudende droogte. Uit Bocholt waren er wel 2000 gelovigen. Pastoor Lijnen kreeg nu bijna dagelijks bedevaartgangers aan zijn deur die beweerden te zijn genezen van alle mogelijke ziekten. Heel de kapel hing vol met sieraden opgehangen door dankbare bedevaarders

In het jaar 1827 werd midden op de Kempische heide te Koersel een staakkapel opgericht door Jan Nicolaas Swartebroukx, een landbouwer uit Koersel. De man voldeed zo aan een eerder door hem zelf gedane belofte. Jean Nicolaes was geboren te Heusden. Zijn ouders Joannes Swartebroukx en Catharina Gijbels vestigden zich echter nadien te Koersel meer bepaald op het 'Vliegeneynde'. Het was daar dat zoon Jan Nicolaas later een boerderij annex herberg uitbaatte.
 
In de lente van het jaar 1826 bevind Jan Nicolaes Swartebroukx zich midden op de Hogenbosheide gelegen tussen Koersel en Hechtel als hij plotseling wordt overvallen door hevige buikkrampen. Jan Nicolaas denkt dat zijn laatste uur heeft geslagen en aanroept in doodsnood Onze-Lieve- Vrouw. Vlakbij is echter een bron, hij drinkt van het water en geneest.
Uit dankbaarheid voor deze wonderbare genezing richt hij dan op 5 mei 1826 op dezelfde plaats een staakkapelleke op. een eigenhandig uitgesneden Onze-Lieve-Vrouwebeeld aan een staak. Uit Koersel komen weldra de eerste dorpelingen hulp afsmeken bij 'O.L.V. aan de Staak'. De pokken en de 'de rode loop' teisteren het dorp . In 1826 zijn een dertigtal inwoners besmet met de pokken. Het nieuws van enkele miraculeuze genezingen doet daarna al snel de ronde en gauw komen er nu  vele gelovigen naar het kapelletje om er te bidden. Langzaam komt er echter een echte volkstoeloop op gang, een nieuw Mariaoord was ontstaan: Onze-Lieve-Vrouw aan de Staak.
De bedevaarders offerden er geld en sieraden. Swartebroukx bouwde in 1827 een plaggenhut en plaatste de staak met het beeld en de offerblok er in.
Nicolaas Swartebroukx eigende zich al het geld en de offergaven toe daar hij in de
mening verkeerde dat deze hem toebehoorden. De Koerselse pastoor De Neuter liet zich nu met de zaak in en beweerde dat alle offergaven aan de kerkfabriek toekwamen. Op 28 oktober 1828 kwam zelfs de gouverneur, de Beekman, zich persoonlijk vergewissen van de toestand. Swartebroukx kreeg vanaf dan het verbod om nog verder de offergaven te behouden. De volgende dag reeds besloot hij dan maar om zijn kapelleke van de gemeentegrond weg te halen en plaatst het achter zijn boerderij, die gelegen was op het Vliegeneinde.
Geen mens kwam er echter bidden. Swartebroukx laat een op 20 november 1828 gedateerde verklaring drukken waarin hij ondermeer beweerde verder af te zullen zien van alle giften en zich verbitterd afvraagt waarom iemand die iets goed doet wordt gestraft.
Nog diezelfde dag laat pastoor De Neuter een nieuw mariabeeldje in een kastje aan een staak bevestigen bij de bron en tevens komt er een offerblok.
Pas in 1910 werd aan het kapelletje een park aangelegd met ondermeer een mooie Lourdesgrot, een fontein en een calvarieberg. Onder pastoor Mevis werd de broederschap 'O.L.V.aan de Staak' opgericht. Deze kende veel bijval en een groot aantal inschrijvingen van wel 29
gemeenten, waaronder de steden Luik en Antwerpen.
De bestaande kapel was reeds lang veel te klein en er gingen reeds in 1911 stemmen op om de kapel te vergroten.
 
In 1935 kreeg de Maaseikse architect Gesler opdracht om een plan op te maken. Vier jaar later op 1 mei 1939 waren de werken
volledig klaar en voortaan werd er in de nieuwe grote kapel elke zondag een mis opgedragen. Gedurende de latere jaren bleef de kapel een druk bezocht bedevaartsoord. In 1953 werd het park nabij de kapel helemaal vernieuwd.
 
In 1976 werd het 150 jarig bestaan van de kapel gevierd. De processies waren verdwenen maar er wordt nu alleen nog in het weekend een mis opgedragen.
Speciale vieringen vinden nu nog plaats op 1 mei en op 15 augustus, Maria-Hemelvaart.
 
De omgeving rond de kapel, de vroegere 'Hogenbosheide' groeide nadien uit tot een prachtig recreatiegebied met ondermeer een uitkijktoren van waarop men het gehele bos- en heidegebied dat grenst aan het militaire domein van Leopoldsburg kan overschouwen.  
 
 
Hoe ontstond het bedevaartsoord Onze-Lieve-Vrouw aan de Staak
 
KOERSEL 't FONTEINTJE
 
 
KOERSEL 't FONTEINTJE