In het jaar 1827 werd midden op de Kempische heide te Koersel een staakkapel opgericht door Jan Nicolaas Swartebroukx, een landbouwer uit Koersel. De man voldeed zo aan een eerder door hem zelf gedane belofte. Jean Nicolaes was geboren te Heusden. Zijn ouders Joannes Swartebroukx en Catharina Gijbels vestigden zich echter nadien te Koersel meer bepaald op het 'Vliegeneynde'. Het was daar dat zoon Jan Nicolaas later een boerderij annex herberg uitbaatte.
In de lente van het jaar 1826 bevind Jan Nicolaes Swartebroukx zich midden op de Hogenbosheide gelegen tussen Koersel en Hechtel als hij plotseling wordt overvallen door hevige buikkrampen. Jan Nicolaas denkt dat zijn laatste uur heeft geslagen en aanroept in doodsnood Onze-Lieve- Vrouw. Vlakbij is echter een bron, hij drinkt van het water en geneest.
Uit dankbaarheid voor deze wonderbare genezing richt hij dan op 5 mei 1826 op dezelfde plaats een staakkapelleke op. een eigenhandig uitgesneden Onze-Lieve-Vrouwebeeld aan een staak. Uit Koersel komen weldra de eerste dorpelingen hulp afsmeken bij 'O.L.V. aan de Staak'. De pokken en de 'de rode loop' teisteren het dorp . In 1826 zijn een dertigtal inwoners besmet met de pokken. Het nieuws van enkele miraculeuze genezingen doet daarna al snel de ronde en gauw komen er nu vele gelovigen naar het kapelletje om er te bidden. Langzaam komt er echter een echte volkstoeloop op gang, een nieuw Mariaoord was ontstaan: Onze-Lieve-Vrouw aan de Staak.