Pater Bertilius Stevens
Op 19 september 1926 trad hij binnen in het
klooster van de Minderbroeders te Tielt en kreeg als kloosternaam
Bertilius (een verwijzing naar de toen wijdverspreide
bedevaart t.e.v. de H. Bertilia in Rosmeer). Zijn confraters
noemden hem ‘Bertiel’. Op 30
september 1930 deed hij zijn plechtige professie
in Sint-Truiden en werd daar priester gewijd op 20
augustus 1933. Enkele dagen later, op 28 augustus,
droeg hij zijn eremis op in Rosmeer. Het was de 3de eremis
onder pastoor Husson.
Aan
de universiteit in Leuven haalde hij de graad van licentie
in de geschiedenis en schreef het boek ‘De Geschiedenis
van de Middeleeuwse beschaving’.
Van 1935 tot 1956 was hij leraar geschiedenis
en Engels in het college van de Minderbroeders in Heusden.
Na een zware hersenvliesontsteking moest hij zijn taak als
leraar opgeven en werd kapelaan van 1956 tot 1965 in de Sint-Valentinusparochie
in Heusden Berkenbos. Daar was hij een stuwende kracht achter
vele sociale verenigingen en medestichter van het jeugdkoor
‘De Zingende Hartjes’. Samen
met de ACW-ers bouwde hij in 1959 het parochiehuis: ‘Ons
Huis’.
De mensen kenden hem als de fietsende
Franciscaan met een wat bleke gelaatskleur, spierwitte
en voor een pater verrassend lange haren, een gezicht dat
goedheid uitstraalde en een onafscheidelijke bruine pij, die
deed denken aan de tijd toen de paters nog ‘echte’
paters waren. Hij heeft trouwens gedurende heel zijn kloosterleven
die bruine pij gedragen.
Iedere dag maakte hij per fiets zijn ronde
en bezocht zieken en mensen met problemen die hem om raad
vroegen.
In de oorlogsjaren 40-45 stond hij, zonder
dat zijn confraters het wisten, in het verzet
en hielp geallieerde piloten met de terugkeer naar hun land.
Na de oorlog ontving hij daarvoor verscheidene eretekens.
Hij werd aalmoezenier van het Geheim Leger en mocht in 1945
het vaandel van het Geheim Leger wijden. In 1972 kreeg hij
voor zijn inzet de graad van luitenant van de weerstand.
Op 18 september 1983 vierde
hij samen met de parochie Berkenbos en zijn familie zijn gouden
priesterjubileum. Samen met zijn confraters, zijn neven Anselmus
(afkomstig uit Mopertingen) en P. Jadoul (afkomstig uit Eigenbilzen)
droeg hij zijn dankmis op.
Als echte volgeling van Sint Franciscus
hield hij van de natuur. Hij werd proost
van de plaatselijke wandel- en diaclub. Met zijn leden zocht
hij de mooiste plekjes op en trachtte die op dia of foto vast
te leggen.
Pater Bertilius overleed op
29 januari 1997 in Heusden
en werd daar onder massale belangstelling begraven. Op zijn
gedachtenisprentje lezen wij: “Het geheim van zijn
onvermoeibare inzet voor zijn medemensen moeten wij zoeken
in zijn doorleefd kloosterleven als minderbroeder en als trouwe
volgeling van Sint Franciscus. Hij stond vroeg op, besteedde
de morgenuren aan gebed en bezinning, was trouw aanwezig in
het communiteitgebed en was voorts heel de dag beschikbaar
voor zijn mensen. 60 jaar was hij in het klooster van Heusden
Berkenbos en was 60 jaar biechtvader in de kloosterkerk”.
|