| |
• Geschiedenis
• Kerk Sint Pieter
• Pastoors
• Geestelijken
• Sacramentsprocessie
|
|
Pastoors van de Sint - Pietersparochie
van Rosmeer
-
Franco is de eerst
gekende, (en door de Sint-Jacobusabdij van Luik benoemde)
pastoor van Rosmeer. Deze was proost van het O.-L.-Vrouwkapittel
te Maastricht. De proost had de zakelijke leiding over
de kapittelgemeenschap en werd gerekruteerd uit de leden
van het kathedraalkapittel van Sint Lambertus in Luik.
Hij werd gekozen door de kanunniken van het O.-L.-Vrouwkapittel
van Maastricht en benoemde ook de kanunniken. Ca 1140
werd hij scholaster te Luik. Een scholaster was de leermeester
van de scholieren van de kapittelschool, de woordvoerder
van het kapittel, de secretaris en de beheerder van het
archief.
-
Toen Franco dan scholaster werd, gaf
hij de erfpastorij over aan het O.-L.Vrouw-kapittel, doch
het vruchtgebruik aan zijn heerneef Litfridus,
de 2de gekende pastoor van Rosmeer. Deze moest hiervoor
een som geld betalen aan de kanunniken van Maastricht.
Hij schoot hierin tekort en werd door Steppo, de opvolger
van Franco, afgezet.
-
Hij werd vervangen door zijn heerneef
Elias, 3de gekende pastoor van Rosmeer.
Na de dood van Steppo werd Elias proost van het O.-L.-Vrouwkapittel
van Maastricht en stond hij in 1148 al zijn rechten af
aan het kapittel, dat dus de pastoor kon benoemen.
Van de adellijke familie van Gellik weten wij dat zij
het vruchtgebruik van haar deel van de kerk van Rosmeer
reeds vóór 1148 aan het O.-L.-Vrouwkapittel
van Maastricht had afgestaan, maar het recht van de pastoorsbenoeming
tot 1148 voor zich hield.
-
Volgens G.V. Lux zou een pastoor die
door deze familie was benoemd Hermannus
heten, persona de Rosmer, die rond 1144 hier pastoor moet
geweest zijn (dit is dan de 4de gekende pastoor van Rosmeer).
Deze stelde echter zijn beneficie ter beschikking van
het O.-L.-Vrouwkapittel van Maastricht en toog op kruisvaart.
-
De volgende ons bekende
pastoor was Renerus de Aquis, Renier
van Aken. Hij was de zoon van Hendrik van Aken en Gertrudis
en de broer van Theodoricus. Renerus en Theodoricus liggen
begraven in de Sint-Annakapel (achter de sacristie) van
de O.-L.-Vrouwkerk ‘Sterre der Zee’ te Maastricht.
lees
meer...
-
Verder hebben wij gegevens gevonden
over volgende pastoors in Rosmeer:
Thidericus (ca 1300).
Leonardus (ca 1332).
Zoals in een schepenbrief van Maastricht van 23 december
1332 te lezen staat: ‘dominus Leonardus pastor in
Rosmer’.
Johan, pastoer van Roesmeer. Hij staat
vermeld in het jaargetijdenboek van de Begaarden te Maastricht.
Dit boek werd vóór 1500 opgesteld.
Cornelius Huberti (ca 1568).
-
Thomas
Nijs (1619-1623).
Hij was een Bilzenaar en zijn broer Willem was pastoor
in Bilzen en tevens beneficiant van het O.-L.-Vrouwaltaar
van Rosmeer.
lees
meer...
-
Adamus Walsenius of Walsdan
(23 juni 1656-1 juni 1657).
Voorheen was hij pastoor in Geul in Nederlands Limburg.
Hij moest daar echter vluchten voor de ketters (de Staatsen,
die de katholieken vervolgden). Zij hadden de kerk van
Geul van haar goederen beroofd. Op 1 juni 1657 verliet
pastoor Walsenius al Rosmeer om pastoor van Elen te worden,
waar hij op 30 mei 1694 overleed. Onder hem behoorde de
Sint-Pietersparochie tot het decanaat Emael.
- Gaspar Gerardus Clerx (1657-1664).
In 1664 werd hij kanunnik benoemd van Sint-Pieter in Sittard.
- Johannes Gadet (ca 1664).
-
Adriaan de la Brassinne
(24 december 1664 - 28 maart 1692).
Hij was de zoon van Guillaume de la Brassinne en Agnes
Lejeusne, een heel lieve vrouw die veel heeft bijgedragen
voor het opknappen van de pastorie en daarom ook op 28
augustus 1676 in het koor van de kerk begraven werd. Op
het einde van zijn leven kreeg Adriaan hulp van zijn neef
Michaël, die hem later als pastoor opvolgde in 1692.
-
Michaël de la Brassinne
(1692 – 4 oktober 1740).
Hij was 49 jaar lang pastoor in Rosmeer (de tijd van hulp
aan zijn heeroom meegerekend). Op het einde van zijn leven
had hij F. Raets als helper.
Michaël liet een grafsteen plaatsen voor zijn familie
in de kerk van Rosmeer. Deze grafsteen staat nu in de
ruimte onder de toren tegen de zuidelijke wand.
lees meer...
-
F. Raets.
Vanaf 1735 was hij een hulp (substitutus) voor pastoor
Michaël de la Brassinne. Hij werd geboren in Rosmeer
op 23 maart 1668 en was kanunnik van de O.-L.-Vrouwkerk
van Maastricht. In 1727 werd hij priester gewijd. Hij
ligt begraven samen met zijn broer Dionysius in hetzelfde
graf in de Sint-Maartenskapel van de O.-L.-Vrouwkerk van
Maastricht, doch zijn grafsteen is er niet meer te vinden.
-
Joannes Antonius Notté
(oktober 1740 – augustus 1787).
Hij was eerst 3 jaar kapelaan in Sint-Nicolaas in Maastricht
eer hij pastoor te Rosmeer benoemd werd. Hij was een geleerde
man en een goede pastoor. Onder zijn pastoorsschap had
de Slag van Lafelt plaats (2 juli 1747), waarbij ook de
kerk van Rosmeer gedeeltelijk geplunderd werd. Pastoor
Notté heeft een artikel (in het Latijn) geschreven
over deze veldslag. Voor en na de veldslag kreeg hij 2
voorname logees op de pastorie op zaterdag 1 juli 1747
de Hertog van Cumberland, zoon van de Engelse koning en
op zondag 2 juli 1747 de Franse Prins van Clermont. Onder
zijn pastoorsschap werd ook een kind te vondeling gelegd
in de tuin van zijn pastorie. Hij moest maar zorgen dat
het kind opgevangen werd in een familie in Rosmeer.
-
Antonius Reijners
(september 1787 – 1803).
Hij werd geboren in Meeuwen op 4 september 1732 en werd
daarom door het volk soms ‘de kempenaar’ genoemd.
Hij was pastoor in de tijd van de Franse Revolutie maar
wilde de eed van trouw aan de Franse Revolutie niet afleggen.
Daarom moest hij onderduiken. Hij vond een onderkomen
bij Hubert Willems en Gertrudis Leduc (bij Helkes) in
Rosmeer, waar hij een geheime gebedsruimte had. Het openbaar
parochieleven was onmogelijk geworden. In 1798 gaf hij
zijn ontslag aan het bestuur van het departement ‘omdat
hij 66 jaar was en gans versleten’. Wat intussen
gebeurd is, weten wij niet. Wel duikt pastoor Reijners
weer op in 1803 als pastoor van Vlijtingen.
-
Mathias Lenaers (27
september 1803 – 3 november 1812).
Door de Franse Revolutie was er een herinrichting van
de kerken gekomen. De kerk van Rosmeer werd hulpkerk (kapel)
van Vlijtingen en de pastoor van Rosmeer werd een kapelaan
(capellanus) van Vlijtingen te Rosmeer: voor het tijdelijke
een kapelaan, maar voor het geestelijke een echte zielenherder
voor de parochianen. Onder de Franse Revolutie werd Mathias
Lenaers verbannen omdat hij de eed niet wilde afleggen.
Toen pastoor Reijners in Vlijtingen stierf, volgde hij
hem daar op 4 november 1812 op als pastoor. Hij was een
graag geziene figuur.
RECORDATIONI
J.
HECTERMANS
QUI 9 ANNIS
HUIUS OVILIS
PASTOR OBIIT 10
JULII
R.
I. P. |
Ter gedachtenis
van J. Hechtermans
die gedurende 9 jaren
van deze schaapstal
als herder stierf op 10 juli.
Moge hij rusten in vrede! |
De vette letters
geven het jaartal 1838 aan.
- Johannes Ludovicus Voué. (18
mei 1829 – 7 januari 1852).
Ook hij was eerst kapelaan van Vlijtingen te Rosmeer. lees
meer...
-
Hubertus
Bonjour (26 maart 1852 – 25 december 1873).
Hij werd op 26 maart 1852 pastoor in Rosmeer benoemd door
de bisschop van Luik, Mgr. Cornelius Van Bommel, kort
voor diens dood (7 april 1852) en plechtig geïnstalleerd
in Rosmeer op 6 april 1852 door de deken van Vlijtingen,
Johannes Henricus Martin. E.H. Hubert Bonjour werd geboren
in Zammelen op 12 mei 1803. Na zijn priesteropleiding
in 1826 was hij achtereenvolgens kapelaan te Kozen, pastoor
te Aalst bij Sint-Truiden en te Hees. Hij werd in Rosmeer
maar koel ontvangen omdat hij een beetje mankte en niet
meer zo jong was (49 jaar). Doch hij wist de harten van
zijn parochianen te veroveren en heeft in Rosmeer enorm
veel goed werk verricht.
lees meer...
-
Joannes Pauly (1874
– 22 juli 1887).
Hij was afkomstig uit Zichen-Zussen-Bolder en werd geboren
op 20 juni 1815 als zoon van Mattheus Pauly en Maria Reggers.
In 1842 was hij kapelaan in Oostham, in 1860 pastoor in
Kesselt en in 1874 werd hij pastoor in Rosmeer benoemd.
Hij heeft zich ijverig ingezet voor de katholieke school
van Rosmeer in de tijd van de schoolstrijd 1879 –
1884. In 1884, 69 jaar oud, begon hij problemen te krijgen
met zijn gezondheid en kreeg hij als hulppriester zijn
heerneef Herman Pauly uit Heukelom. Hij overleed in Rosmeer
op 22 juli 1887 in de ouderdom van 72 jaar. Bij testament
had hij een stuk grond geschonken aan de kerk voor een
eeuwigdurend jaargetijde.
-
Christiaan Klinkenbergh
(28 juli 1887 – 25 maart 1892).
Geboren in Schinnen bij Sittard op 20 maart 1854. Hij
was gedurende 10 jaar kapelaan te Stokkem en werd hier
in Rosmeer eigenlijk benoemd door zijn doorluchtige heeroom
en peter, groot-vicaris in Luik, Christiaan Warblings.
Pastoor Klinkenbergh kende heel goed Latijn en had een
zeer mooi schrift. Hij was een speciaal type dat graag
schaatste in de winter op de vijver in ‘Het Weierken’
en nogal wispelturig kon zijn, wat hem moeilijkheden bezorgde
bij de burgerlijke overheid. Op 25 maart 1892 werd hij
overgeplaatst naar Neerlanden. In 1893 was hij in Moelingen,
daarna kapelaan in Sainte-Véronique in Luik, daarna
verhuisde hij naar Ellikom ... en sleet zijn laatste dagen
als rustend priester in Gent waar hij op 18 april 1924
overleed.
-
Arnold Kerkhofs
(26 maart 1892 – 4 maart 1925).
Werd op 26 maart 1892 pastoor benoemd in Rosmeer, waar
hij op 27 april aankwam. Hij stamde uit een kroostrijk
gezin van 11 kinderen uit Veldwezelt, waar hij op 22 oktober
1857 geboren werd als zesde in de rij van 9 jongens. Vijf
werden priester.
lees
meer...
-
Pierre Joseph Husson
(16 maart 1925 – september 1947).
Geboren in Tongeren op 27 april 1875. Na zijn priesterwijding
te Luik in 1901 werd hij achtereenvolgens kapelaan te
Alken en te Meeuwen en pastoor in Genoelselderen. Op 16
maart 1925 werd hij pastoor te Rosmeer benoemd.
lees
meer...
-
Renier Marting
( 25 september 1947 – 1966).
E.H. Renier Marting zag het levenslicht in Kleine-Spouwen
(Berg) op 1 januari 1898. Op 10 juni 1922 werd hij priester
gewijd te Luik. Daarna werd hij kapelaan te Seilles bij
Andenne (1922-1924). Op 1 juli 1924 werd hij kapelaan
te Munsterbilzen en op 22 december 1928 kapelaan te Lommel.
Van 1939 tot 1947 was hij pastoor te Rukkelingen-Loon
en op 25 september 1947 werd hij pastoor te Rosmeer.
lees meer...
-
Marcel
Langens (1966 – 25 september 1967).
E.H. Marcel Langens werd geboren te Bocholt - Lozen op
24 april 1920 als zoon van Arnold Langens en Elisabeth
Gebelen. Hij werd priester gewijd te Luik op 29 juni 1947
en was kapelaan te Melveren (Sint - Truiden), te Zichen-Bolder
en te Heppen.
lees meer...
-
Hendrik
Oosterbos (1 september 1967 – 31 oktober
1972).
E.H. Hendrik Jan Oosterbos werd op 19 juni 1923 geboren
te Opoeteren als oudste van een groot gezin. Zijn ouders,
Frans Oosterbos en Maria Geebels, hadden daar een boerderij.
Hij werd priester gewijd op 28 maart 1950 te Oirschot
(Nederland).
lees
meer...
-
Jozef
Kessels (31 november 1972 – 31 maart 1975).
E.H. Jozef Kessels werd geboren te Neeroeteren op 30 april
1932. Hij was de zoon van Mathieu Kessels en Maria Creemers.
Op 7 juli 1957 werd hij priester gewijd te Luik.
lees meer...
-
Jan
Loenders (31 mei 1975 – 1 april 1991).
E.H. Jan Loenders werd geboren te Wijchmaal op 6 januari
1920 als zoon van Frederik Loenders en Elisabeth Braeken.
Hij werd priester gewijd in Genk op 2 juli 1967 en was
nadien kapelaan in Zwartberg.
lees meer...
-
Piet
Diels (benoemd 1 december 1991 en aangesteld
in Rosmeer op 22 maart 1992)
Hij is pastoor van Mopertingen en Rosmeer met woonst te
Mopertingen .
-
Raymond Vanlessen
Is op dezelfde datum medewerkend priester voor de 2 parochies
met woonst te Rosmeer.
lees meer...
|
|
|