Sacramentsdag
Witte Donderdag, verjaardag van het Laatste Avondmaal,
is eigenlijk de grote feestdag van het H. Sacrament.
Daar echter deze dag van de Goede Week door talrijke plechtigheden
wordt in beslag genomen, is het billijk dat op een andere tijd
van het jaar nogmaals de instelling van de H. Eucharistie liturgisch
herdacht wordt.
Aan de H. Juliana van Mont-Cornillon (Luik), een eenvoudige
Cisterciënsernon, werd geopenbaard, dat dit feest in de
krans van ’s Heren plechtigheden nog moest bijgevoegd
worden.
Hiervoor zorgde vooral paus Urbanus IV, gewezen Aartsdiaken
van Luik, die H. Thomas van Aquino gelastte om de formulieren
voor mis en officie op te stellen en in 1264 de invoeringsbul
‘Transiturus’ bekend maakte.
Doch zijn dood hield de gang van de zaken tegen.
Eerst Clemens V kon in 1311 de vroegere beslissing algemeen
doorzetten.
Het werk dat de H. Thomas tot opluistering van het Sacramentsfeest
geleverd heeft, is in ieder opzicht een waar meesterstuk. Op
geniale wijze heeft de Engelachtige Leraar hier teksten van
Oud en Nieuw Testament samengesnoerd en verder verrijkt met
eigen dichtwerk.
Gegevens overgenomen uit: ‘Volksmissaal
en Vesperale’, Affligem, 1939, p. 743.
Corpus Christi
Feestdag, donderdag, 61ste dag vanaf Pasen en donderdag
na Drievuldigheidszondag, hoogfeest,; in landen waar het geen
verplichte feestdag is: zondag na Drievuldigheidszondag.
Sacramentsdag.
Achtergrond van dit feest is de viering van de eucharistie.
De instelling van eucharistie vond plaats op Witte Donderdag
tijdens het Laatste Avondmaal. Aangezien het dan vastentijd
is en één dag voor de herdenking van Christus’
heengaan, werd het feest in 1246 verplaatst naar deze dag.
St. Juliana van Cornillon en St. Eva van Luik speelden hierbij
een grote rol. Paus Urbanus IV, die hier aartsdiaken was geweest,
maakte er in1264 een feestdag van voor de hele kerk. Gevierd
wordt de transsubstantiatie. In veel katholieke landen is het
een vrije dag, gepaard gaande met processies en volksfeesten.
In de late Middeleeuwen waren sacramentsprocessies en wonderhosties
zeer populair.
Uit: ‘DE HEILIGEN, Stijn
van der Linden, Uitgeverij Contact, p. 440.
H. Juliana van Cornillon
ca 1192 Retinne (bij Luik) – 5 april 1258 Fosses-la-Ville.
Feestdag: 5 april; ook 6 april; soms ook 7 (translatie) of 8
augustus.
Ook Johanna genoemd en Juliana van Luik.
Trad op vijfjarige leeftijd in, werd kanunnikes van Sint Augustinus
en in 1222 priorin van het klooster Mont-Cornillon bij Luik.
Vanwege haar strengheid werd zij meermalen verjaagd. Droeg bij
tot het ontstaan van Sacramentsdag door haar grote godsvrucht
tot het H. Sacrament. Deze aandrang kwam tot haar door een visioen.
Zij werd bij een pseudo-theologische samenzwering beschuldigd
dat het visioen vals was, op haar vijftigste uit het klooster
verjaagd, teruggeroepen door de bisschop van Luik, maar definitief
uit het klooster gezet in 1248. Trok zich terug als kluizenares
in het voormalige cisterciënzerinnenklooster Salzinnes
aan de Sambre (bisdom Namur) en na een brand hier in Fosses.
Het feest van Sacramentsdag werd in 1246 te Luik ingevoerd via
Aartsdiaken Jacques Pantaléon van Luik, de latere paus
Urbanus IV. St. Eva van Luik zette haar werk voort. Deze maakte
nog mee dat het feest in 1264 voor de hele kerk werd ingevoerd.
Werd begraven in het kloosters Villers in Brabant.
In 1672 werden haar relieken overgebracht naar Fosses. Er zijn
ook relieken van haar in Rétinne.
Heiligverklaard in 1869.
Attr. met het Heilige Sacrament; soms een monstrans in de hand;
biddend voor een tabernakel, terwijl een engel haar de maan
toont met een hap eruit (haar visioen, soms aangezien voor een
wassende maan, ten teken van iets dat ontbrak in het kerkelijk
jaar.)
Icon. Afgebeeld als augustines of cisterciënzerin met boek
(orderegel) en duivel.
Enkele scènes hebben betrekking op Sacramentsdag: voor
altaar met kelk (soms wijst een engel naar de monstrans), visioen
van heiligste altaarsacrament dat zij samen met Eva van Luik
deelt (17de – 18de eeuw, tekening, Engelbert Fisen, Musée
d’Art Religieux et d’Art Mosan, Luik.)
Uit: ‘DE HEILIGEN, Stijn
van der Linden, Uitgeverij Contact.
H. Eva van Luik
E ind 12de eeuw Luik (?) – ca 1265 (Luik).
Feestdag 14 maart; soms ook 26 mei of 4 juni; de paters van
het Allerheiligste Sacrament herdenken haar op 5 april samen
met de H. Juliana van Cornillon.
Ook Eva van Saint-Martin genoemd. Eveline (Ned).
Maagd die als kluizenares bij de kerk van St.-Martin in Luik
leefde. Sij was bevriend met St. Juliana van Cornillon en zette
haar werk met betrekking tot de viering en verbreiding van Corpus
Christi voort en maakte nog mee dat het feest door paus Urbanus
IV in 1264 voor de hele kerk werd ingevoerd. Eva’s relieken,
verheden in 1542, bevinden zich sinds 1622 in een schrijn in
genoemde St.Martin. Heiligverkaalrd in 1902.
Uit: ‘DE HEILIGEN, Stijn
van der Linden, Uitgeverij Contact.
H. Thomas van Aquino
1225 Roccaesecca (bij Napels) in graafschap Aquino – 7
maart 1274 abdij Fossanova (zuidoostelijk van Rome).
Feestdag 28 januari.
Van adellijke afkomst uit het toenmalige graafschap Aquino werd
hij als vijfjarige als oblaat toevertrouwd aan de benedictijnen
van Montecassino. Studeerde als vijftienjarige aristotelische
filosofie in Napels en werd drie jaar later tegen de zin van
zijn familie dominicaan. Studeerde in Parijs en in Keulen onder
de latere St. Albertus Magnus. Doceerde in Napels, Orvieto,
Rome en Parijs en werd als hoogleraar godgeleerdheid in Parijs
de ‘vorst van de scholastiek’ met zijn hoofdwerk
Summa Theologica (Theologische hoogtepunten, een synthese van
Grieks en Romeins methodisch wetenschappelijk denken met de
waarheden van het katholiek geloof, waarbij zijn wijsgerig denken
steeds in functie staat van zijn theologie;1266-1273).
Eerdere grotere theologische werken zijn zijn commentaar op
de Sententiae van Petrus Lombardus, Scriptum (1252-1256), en
Summa contra gentiles (1258-1264) waarin hij zich – wellicht
op instigatie van de latere St. Raymundus van Peñafort
– keerde tegen andere godsdiensten en ketterijen.
Daarnaast schreef hij ook nog een honderdtal kleinere werken,
waaronder de hymnen Lauda Sion en O salustaris hostia.
Overleed op weg naar het concilie van Lyon in de abdij die in
de 19de eeuw enige tijd dienst deed als stal maar inmiddels
weer wordt gebruikt door franciscanen. Aangezien zijn sterfdag
in de vastentijd valt, is zijn feestdag verplaatst naar de dag
van zijn translatie naar Toulouse in 1369.
Heiligverklaard in 1323 en in 1567 door St. Pius V uitgeroepen
tot kerkleraar.
Relieken van de ‘doctor angelicus’ (engelgelijke
leraar) of ‘doctor communis’ (leraar van het hele
christendom) rusten in de St.-Etienne te Toulouse, zijn schedel
in de St.-Sernin alhier en zijn rechterarm in de Santa Maria
sopra Minerva in Rome.
Attr. als dominicaan; een ster of een zon op de borst (een pater
zag de heilige met op de borst een kostbare steen); kelk met
hostie in de hand; duif op de schouder (hij verlichtte de kerk
met zijn wijsheid); met een lelie; met kelk of monstrans (zijn
liefde voor de eucharistie); staf, mijter en kardinaalshoed
aan de voet (hij wees hoge kerkelijke waardigheden af); met
rund; boeken; pen of ganzenveer; monstrans (omdat hij het officie
van het Heilig Sacrament leidde); kerkmodel (niet als stichter
maar omdat hij geplaatst is in de rang van kerkvaders); vleugels
(verwisseld met de dominicaanse prediker St. Vincentius Ferrerius
en zo ‘doctor angelicus’ genoemd).
Icon. Volgens contemporaine getuigenissen en een portret van
hem te Montecassino was Thomas een corpulente man.
Kunstenaars hebben hem, in hun drang te idealiseren, veel minder
zwaarlijvig afgebeeld.
Vaak zien wij hem stand tussen Aristoteles en Plato, een Arabische
ketter onder zijn voeten vertrappend.
Om zijn habijt draagt hij een gordel, of beter, een kuisheidsgordel.
Zijn gebruikelijke attributen zijn: de duif (Heilige Geest),
een ster of kleine zon (verwijzing naar visioen van een monnik
in Brescia) die als een karbonkel op zijn borst of boven zijn
rechterschouder schijnt.
Uit: ‘DE HEILIGEN, Stijn
van der Linden, Uitgeverij Contact.