Vroeger leefden de mensen vaak in angst. Vaak was dat gebaseerd op bijgeloof en verzinsels.
Hieronder enkele "feitjes"....
Vandaag de dag kennen we allemaal de werking van geneeskrachtige kruiden. Dit
noemt men ‘homeopathie’. Vele
mensen gaan te rade bij een homeopaat, iemand die veel over geneeskrachtige
kruiden gestudeerd heeft. Vroeger
echter waren er geen dokters en iedereen behielp zich met kruiden. Ook toen waren er echte kruidenkenners, die men later de
‘kwakzalvers’ is gaan noemen.
Kende een oud vrouwtje door de jaren heen de werking van vele kruiden, dan werd
ze al vlug als een heks beschouwd. Men
kende vroeger ook de werking van hennep, cannabis of vingerhoedskruid.
Door het innemen of zalven van deze kruiden kreeg men het gevoel dat men
zweefde, met andere woorden ze werden ‘dronken’
of in moderne termen uitgedrukt ‘high’.
Vandaar het beeld van een vliegende heks.
- Als een koe in de stal stierf , dan was de heks hiervan de oorzaak. De half open en gesloten staldeur aan de voorkant van een boerderij moest beletten dat de ogen van de heks op de dieren zou vallen. Men wilde wel de stal verluchten, maar men was er van overtuigd dat, wanneer een heks over de straat ging en die kon vrij binnen kijken in de stal, dan was dat dier behekst en zou kunnen sterven.
-
Hoe kon men vroeger een heks herkennen?
Overal waren er zandwegen en als men over een zandweg stapt, laat men voetsporen
na. Wanneer nu een vrouw die
verdacht werd heks te zijn
gepasseerd was en men plaatste zijn
voet kruislings in het voetspoor van de voorbijganger, dan moest men goed in
’t oog houden of ze omkeek. Zo ze
omkeek, dan was het een heks.
-
Bij de oude hoeven vindt men nog het witte kruis boven het keldergat.
(vb. ‘Boshuisje’ in Zoersel). Dit
kruis moest heks en duivel beletten om binnen te komen of te kijken en het
bewaarde voedsel te bederven. Denk
hier vooral aan de melk die verzuurde of de hesp waar de vliegen hun eitjes in
legden …..
-
-
De knoest van talrijke twijgen die we meestal in berken aantreffen deed de verbeelding
van onze voorouders hoog in de lucht zweven, net als de bezem van een heks.
Voor onze voorouders was dit de plaats waar de heks met haar bezem was
geland.
Nu weten we dat die knoest van talrijke twijgen eigenlijk ontstaan is onder
invloed van een schimmel. Het is
dus een soort van boomziekte. De
mensen vroeger dachten er echter anders over en schuwden deze
natuurverschijnselen.
- Tijdens de herfst heb je misschien in een bos of een vochtige plaats een kring van kleurrijke paddestoelen zien staan. Paddestoelen groeien vaak in cirkels als gevolg van de sporen (paddestoelzaden ) die zich in cirkelvorm verspreiden. Onze voorouders dachten er echter anders over. Zoals het vroeger zo dikwijls uit onwetendheid was, werden deze kringen toegeschreven als de plaatsen waar de heksen dansten tijdens de sabbatnachten. Men waagde het vroeger niet om een voet te zetten in deze ‘heksenkring’.
- De maretak was in de tijd van de Germanen een heilige plant, waaraan veel vruchtbare eigenschappen werden toegeschreven. In die zin werd de maretak bij ons in de stallingen aan de zolderbalken opgehangen, dit om de ‘mare’ , wat heks, spook of nachtmerrie betekent van de veestapel weg te houden. Daarom zag men vroeger graag een maretak in zijn fruitbomen hangen om deze te beschermen tegen de hagel. Hagel werd immers toegeschreven aan de kwade wil van de heksen die het lieten hagelen.

- Om zich ongemerkt te kunnen verplaatsen, hadden de heksen de eigenschap zich te kunnen veranderen in een dier. Hierdoor viel het dus niet op dat bij een bepaalde gelegenheid een heks aanwezig was in de vel van een beest. De meest voorkomende gedaante van een heks was een zwarte kat. De kat is een absoluut nachtdier met een oerinstinct om ’s nachts op jacht te gaan. Kunnen zien in het donker, met zulke katogen; de mensen geloofden dat het de ogen van de duivel waren.
- Men was er vroeger zeker van dat een heks zich ook in een vleermuis kon veranderen, niet toevallig weer een nachtdier. Dat was de reden waarom elke boer wel eens een vleermuis ving, door zijn pet te werpen naar een vliegende vleermuis. Deze vloog hieronder en terwijl de pet naar beneden viel, zat de vleermuis eronder. Waarom deed de boer dat ? Wel, hij spijkerde de vleermuis op de binnenkant van zijn halve staldeur. De genagelde vleermuis op de staldeur moest elke voorbijgaande heks duidelijk maken wat er met haar zou gebeuren zo ze hier in deze stal kwaad wou verrichten.
bron
: Jan Oostvogels
