Het kasteel ‘Prinsenhof’
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Pentekening van het kasteel Prinsenhof.
|
|
Reeds voor 1240 bevond zich hier een versterking (een ‘motte’) van de graven van Loon, die er regelmatig verbleven. Het eerste slot, een waterburcht met vier hoefvormige torens, werd gebouwd in het begin van de 14de eeuw. |
|
Ook na de opname van Loon in het prinsbisdom Luik (1366) verbleven de prins-bisschoppen, die in Loon de titel van graaf voerden, regelmatig op het kasteel te Kuringen. Geleidelijk verloor de burcht zijn strategisch belang en zijn defensieve functie; ze werd in de 15de eeuw meermaals verwoest en toch weer hersteld. De meest ingrijpende verfraaiingen gebeurden tussen 1515 en 1524: toen liet prins-bisschop Erard van der Marck (1505-1538) het slot verbouwen tot een luxueuze residentie. Hij omringde het met grachten en met een omwalling. Hij legde er een uitgestrekt park aan met beeldhouwwerken en fonteinen. Na hem verbleven er nog vele prins-bischoppen, kasteelheren en ridders, zelfs Keizer Karel V verbleef er tweemaal. De Edele Leenzaal van Kuringen hield er meestal zijn vergaderingen, voorgezeten door de regerende prins-bisschop. In de 17de eeuw werden twee torens door Franse troepen verwoest en verviel het kasteel meer en meer tot een ruïne. Tijdens de Franse revolutie (1798) werd het als aangeslagen goed openbaar verkocht. Zo kwam het voormalig slot tijdens de laatste decennia in handen van verschillende eigenaars en kreeg het de naam ‘Prinsenhof’. Nog voor 1845 kwam dokter Antoon Bamps in het bezit van de ruïne met bijhorende gronden. Uit de kadastrale gegevens blijkt dat zijn zoon Jan-Antoon Bamps in 1861 een gedeelte van de ruïne liet omvormen tot een zomerhuis. Diens schoonzoon, Ernest Jules Hermant Bamps liet omstreeks 1914 het zomerhuisje verbouwen tot een fraaie woning. Het neo-renaissance kasteeltje werd ontworpen door architect Minaert. Hier heeft van 1950 de nieuwe eigenaar gouverneur Verwilghen gewoond. Diens zoon verkocht het historisch domein aan de stad Hasselt in 1984. Momenteel doet het complex dienst als deelgemeentehuis.
|
|
|
|
|
Het kasteel van Kuringen naar een ets van R. Le Loup, omstreeks 1740 |
(laatste aanpassing mei 2010)
Voor meer uitleg over deze website:
contacteer Maurice
Reymen of Jef Berx
Bij graafwerken
aan de visvijver in het prinsenhof in Kuringen,
ooit de residentie van de Graven van Loon, werd op dinsdag 29 augustus
2006 een merkwaardige fundering en een waterput bloot gelegd. Willy Thoelen die als voorzitter van de sportvisserclub
“Vermaak Na Arbeid” de graafwerken op de voet volgde verwittigde
onmiddellijk Kris Leenaers, zoon Sven Leenaers en Carlo Nelissen, van
de “Detector Vrienden Vlaanderen” die een officiële vergunning op
zak hadden om met hun metaaldetector naar oude munten en allerhande historische
artefacten te zoeken.
Een dergelijk
grote vondst hadden zij natuurlijk niet verwacht. Onmiddellijk werden er de Kuringse Heemkundigen Jef
Berx en Maurice Reymen bij gehaald die op hun beurt stadsgids en
Herkenrode- en Kuringenkenner Roger
Maes verwittigden. Gelet op de ronde vorm van de
bakstenen constructie en de cirkelvormige kern, die aan een wenteltrap deed
denken, meende Kris Leenaers, gezien de
nabijheid van het Prinsenkasteel, dat het om een burchttoren ging. Hij
trok een parallel met de Maagdentoren in Zichem die
ook langs de Demer stond in de nabijheid van een
Burcht.
Jef Berx
vermoedde dat het om een fundering ging van een fontein uit de
periode dat Ergard van der Marck
(1538-1544) de burcht van de graven van Loon heropbouwde en de tuinen voorzag
van fonteinen die gevoed werden met demerwater
aangevoerd in loden buizen. Pastoor Munters (16e eeuw) had deze tuinaanleg in zijn dagboek
vermeld. Enkele omstaanders opperden dat het wel om een constructie
kon gaan die toegang gaf tot de onderaardse gang die van Herkenrode via het
Prinsenhof naar Hasselt leidde.
Toen ik zelf
ter plekke kwam zag ik met verwondering de merkwaardige vondst en was er
getuige van de nervositeit onder de aanwezigen. Enerzijds
waren er de vissers die maar bang waren dat de heisa rond de vondst de
afwerking van hun vijver zou vertragen en anderzijds waren er de
heemkundigen die vonden dat een dergelijk belangrijke ontdekking rustig moest
onderzocht worden, desnoods moesten de plannen voor de aanleg van de vijver
gewijzigd worden zodat het “monument” voor het nageslacht bewaard
werd.
Als vrijwilliger
van Herkenrode en geïnteresseerde in archeologie heb ik de archeoloog Maarten Smeets, op Herkenrode aan het werk, gevraagd een kijkje te
komen nemen. Dankzij
zijn snelle ingrijpen werden de bevoegde instanties gewaarschuwd en de nodige
afspraken gemaakt. De voorzitters van de betrokken vissersclubs, Willy Thoelen en Marc Severy (Het loze vissertje Kermt) drongen erop aan de
werken niet te vertragen en boden hun hulp aan bij het archeologisch
onderzoek.
Maar wat was dit
eigenaardige bouwsel en wat deed die waterput erbij? Vooral die put leek oud te
zijn gelet dat hij in ijzerzandsteen was gebouwd en dat er scherven van
aardewerk uit de 16° of 17° eeuw in werden aangetroffen. Archeoloog Maarten Smeets sloot niet uit dat het platform om een
windmolen of een rosmolen kon gaan die tijdelijk werd gebouwd ter vervanging
van de nabijgelegen watermolen tijdens herstellingswerken eraan.
Inmiddels hadden de stadsdiensten niet stil
gezeten en werd de groendienst ingeschakeld om het ronde plateau zuiver te
spuiten zodat de archeoloog de nodige registratie kon doen en de vondsten
uitgebreid kon fotograferen. Zelfs de landmeters van de dienst grote opmetingen van het Kadaster die toevallig in de buurt aan
het werk waren kwamen met hun GPS toestel de schotel en de waterput in XYZ
coördinaten bepalen.
Jef Berx
van de heemkundige kring en documentatiecentrum “de Graef”,
had een oud document opgediept, dat hij ooit van Jos
Convents had ontvangen, waarin sprake was van een schorsmolen
opgericht omstreeks 1650 door een zekere Jaak Roelants, bij den vijver van den Prins-bisschop. Vermits de Vetterstraat
dichtbij lag won de thesis, van een schorsmolen ten behoeve van de huidenvetters, veld. Ook archeoloog Raf
Van Laere, die de detector vrienden eerder met
raad en daad had bijgestaan, kwam op bezoek en had vooral oog voor de groeven
de vanuit het centrum van de bakstenen fundering vertrokken. Deze groeven waren
duidelijk uitgekapt om (koperen?) buizen te recupereren.
Ook Roger Maes had
ijverig zijn documentatie doorpluisd en kwam
met een verassend document opdagen. In 1630 bouwde gewezen Hasselts
burgemeester en brouwer Melchior Squaden,
om de dure Hasseltse accijnzen te omzeilen, een brouwerij dichtbij het Prinsenhof. Hij zou er echter nooit zelf
brouwen omdat hij een proces verloor, aangespannen door de Hasseltse
Stadsmagistraat. Gezien de familie Squaden ook de
eigenaars waren van het nabij gelegen, doch nu verdwenen, Squadenhof
leek deze laatste stelling de meest logische. Een brouwerij bij een al
bestaande waterput in de nabijheid van de Demer en de
bestaande watergraanmolen naast het Squadenhof in de
onmiddellijke omgeving van de residentie en op de grond van de Prinsbisschop
van Luik.
Toen op
maandag 4 september de arbeiders van de firma Couwberghs
de bakstenen fundering onder ruime publieke belangstelling opruimden bleek dat
er onder de vlakke fundering geen andere sporen van een diepere fundering
te zien was. Geen trap dus naar een onderaardse gang. De ijzerzandstenen
bouwstenen van de waterput werden vakkundig gerecupereerd
door de Hasseltse Groendienst om later de put nabij de visserskantine te
reconstrueren als herinnering aan deze merkwaardige vondst. Ook Kris Leenaers beloofde de vondsten uit de put ter beschikking
te stellen van de stad in de hoop dat ze in de kantine in een glazenkastje
samen met het verhaal tentoongesteld zullen worden. Een week later was de
visvijver afgewerkt en volgepompt met Demerwater.
Enkele karpers zwommen niets vermoedend over de plaats waar ooit een …. heeft gestaan.
Tekst: Marc Willems