De abdij van Herkenrode

Luister naar een stukje muziek van JS Bach. Klik hier

 

 

English version -


De Sint-Gertrudiskerk

 

 

 

De pastorie

 

 

 

Het kasteel 'Prinsenhof' 
Klooster en Bezinningshuis

 

 

 

 

 

 

 

Een kennismaking met het rijke verleden van Kuringen

 

 

 


 

 

 

Blazoen van Herkenrode naar een tekening van Francis Goole (overgenomen uit "Herkenrode 800 jaar")

 

Herkenrode vroeger

 




 Glasraam van de oude abdijkerk
 naar een idee van Xavier Spelmans

 
met het wapenschild van
 abdis Beatrix van Lobosch (1341 – 1354)

 

 

 

 

 Gesticht omstreeks 1182 door Gerard, graaf van Loon. Het grondgebied maakte deel uit van het eigengoed van de graaf, dat hij tegen zeer gunstige voorwaarden verkocht aan een zekere Broeder Hendrik uit de abdij van Aulne (Henegouwen). Sommige geschiedschrijvers spreken van een schenking door de graaf, met als voorwaarde er een klooster van Cisterciënzerinnen op te richten.

 

  1. Poortgebouw
  2. Neerhof
  3. Molen
  4. Kapel
  5. Verdwenen Abdijkerk
  6. Infirmerie
  7. Oud ziekenhuis
  8. Kloostergebouwen
  9. Abdissenresidentie


Het graafschap Loon strekte zich uit over het grondgebied dat ongeveer de huidige provincie Limburg uitmaakt. De graven wilden hun invloed uitbreiden door gebieden van het Bartholomeuskapittel te verwerven en daarna verlangden zij een grote abdij op hun grondgebied. Toen hun burcht te Borgloon grotendeels werd vernield, bouwden de graven te Kuringen hun Kasteel en zij kozen Herkenrode als begraafplaats.
In 1217 werd Herkenrode officieel in de Orde van Citeaux opgenomen; zij was de eerste en de grootste vrouwenabdij van deze Orde in de Nederlanden. Reeds in 1218 verwierf de abdij het tiende- en patronaatsrecht van Kuringen en van verscheidene andere parochies.
De abdij werd door de Loonse graven en hun edellieden rijk begiftigd met ontelbare schenkingen van eigendommen, heffingsrechten enz. Zo groeide zij al snel uit tot één der rijkste stichtingen van het hele gebied. Het grondbezit besloeg meer dan 3.000 ha met talrijke hoeven. De groei en de rijkdom van Herkenrode waren ook te danken aan het feit dat de meeste zusters en abdissen afstamden van vooraanstaande families en de adel van het graafschap Loon. Bij hun intrede brachten zij vele schenkingen en dotaties mee, zodat meubilering en stoffering van het klooster steeds waardevoller werd. Herkenrode telde twee categoriën religieuzen: enerzijds de adellijke koordames en anderzijds de lekenzusters, die naast een beperkt gebedsleven als werkzusters fungeerden. Over een tijdspanne van 600 jaar werd de abdij bestuurd door 33 abdissen die het geheel uitbouwden tot een complex van gebouwen en eigendommen. Zij beheerden hun patrimonium aan de hand van inkomsten die zij betrokken uit het patronaatsrecht van een 20-tal parochies.
Herkenrode kreeg al snel de naam van adellijk klooster; maar, ondanks herhaalde pogingen, werd het geen adellijk stift.
Vanaf 1317 werd de abdij bekend als bedevaartsoord, omwille van het Heilig Sacrament van Mirakel. Deze legende vertelt dat, toen de onderpastoor van het nabijgelegen Viversel bij een zieke werd geroepen om hem de H. H. Sacramenten toe te dienen, de hostie door oningewijden werd betast. De hostie was hierdoor met bloed bevlekt en de priester was ten einde raad. Na overleg met zijn pastoor, werd hem opgedragen de ontwijde hostie naar Herkenrode te brengen. Tijdens zijn reis kwam hij een kudde schapen tegen die prompt op hun knieën vielen. Bij Herkenrode gekomen begonnen de klokken te luiden, zonder dat iemand daar een hand naar uitstak. Toevallig werd er de H. Mis opgedragen door Adam, kloosterling van Aulne. De nonnen zongen en toen de kapelaan met de hostie de kerk binnenkwam, draaide de priester die de mis opdroeg zich om aan het altaar en viel op de knieën, zonder dat hij van tevoren wist wat de kapelaan naar binnen bracht. Toen de kapelaan de ciborie met de hostie op het altaar plaatste, vertoonde de Zaligmaker zich in de gedaante van een mooie jongeling, met op zijn hoofd een doornenkroon, die opvallend blonk. Al degenen die aanwezig waren keken verrukt toe en begonnen intens te bidden. Een vrouw die reeds enige tijd was bezeten door de boze geest, genas meteen. Deze feiten maakten van Herkenrode een bedevaartsoord, waar jaarlijks op Sacramentsdag een grote processie werd gehouden. De H. Hostie werd in een prachtige monstrans tentoongesteld en er gebeurden nog talrijke mirakelen. Het hele verhaal dient wellicht om het dogma van Christus' aanwezigheid in de eucharistie, waar in deze periode twijfels over worden geuit, kracht bij te zetten. De Heilige Hostie heeft een hele lijdensweg afgelegd. Troebelen en plunderende soldaten en ook de Franse Revolutie waren de oorzaak dat de H. Hostie in 1804 naar Hasselt werd overgebracht, waar zij nog steeds wordt bewaard. In het Hasseltse Museum Stellingwerf-Waerdenhof wordt de verguld zilveren monstrans uit 1286 bewaard waarin het Sacrament van Mirakel getoond werd.

Wat de gebouwen betreft, had Herkenrode als lid van de Orde van Citeaux, zich aan strenge voorschriften te houden. Het klooster diende opgericht te worden op een afgelegen plaats, ver van alle bewoning, en buiten de kloosterpoort mochten er geen gebouwen worden opgetrokken.
Er bestaan nog slechts weinig sporen van de oorspronkelijke gebouwen die werden opgericht vanaf de 12de tot de 15de eeuw.
Plunderingen en verwoestingen in het begin van de 16de eeuw leidden tot een intense bouwactiviteit. Abdis Mechtildis de Lechy was gedreven door een grote vernieuwingsdrang; tot 1538 werden talrijke werken uitgevoerd in Maaslandse laatgotische, vroegrenaissance-stijl. Dit was ook de periode dat prins-bisschop Erard van der Marck het kasteel van Kuringen, na jaren van verwaarlozing, liet ombouwen tot een luxueus buitengoed.

 

Het imposante poortgebouw van de abdij dateert van 1531; het draagt de wapenschilden van abdis Mechtildis de Lechy en van prins-bisschop Erard van der Marck. Tijdens de 18de eeuw werden aan het poortgebouw dagelijks honderden broden aan de armen uitgedeeld.

 

Op het neerhof bevinden zich een woonhuis, stallingen en een grote tiendenschuur met het wapenschild van Anne Cathérine de Lamboy met haar spreuk: "Pie et Provide", zinspelend op de tienden die in de schuur werden ondergebracht.

Verder lezen we "L'abondance de Dieu", waarvan de in hoofdletters gebeitelde LDCDDIV een chronogram vormen met het jaartal 1656, het jaar dat abdis Anne Cathérine de Lamboy (1653-1675) de schuur liet verbouwen. 'Gods overvloed' zoals die op de velden van Kuringen is geoogst, wordt in deze reusachtige ruimte in de vorm van tienden opgeslagen.

De twee buitenhoeken van het neerhof waren geflankeerd met torens; één staat er nog, het was een duiventil voor postduiven.

 

Op de Demer stond (momenteel gerestaureerd) de oude abdijmolen, nog gebruikt tot de eerste helft van de 20ste eeuw.
Nemen wij nu de weg die loodrecht op de schuur uitkomt; deze weg loopt op de plaats waar eens de abdijkerk gestaan heeft. Het klein vierkantig gebouw rechts is een kerkhofkapel; zij stond los van het kerkgebouw. Het gewelf is versierd met het wapenschild van Anne-Cathérne de Lamboy.

De kloostergemeenschap emigreerde, na de definitieve bezetting van onze gewesten (1794), naar Duitsland. Na de annexatie (1795) werden op 1 september 1798 alle kerkelijke instellingen en goederen tot nationaal domein verklaard. De kunstvoorwerpen uit de kerk zijn verspreid: de prachtige glasramen werden in 1802 in de kathedraal van Lichfield en de St.-Giliskerk in Ashtead - Londen (Engeland) geplaatst. Dit gebeurde na de verkoop van de abdij ingevolge verordeningen na de Franse Revolutie in 1797. Guillaume Claes en Pierre de Libotton waren de nieuwe eigenaars. Het monumentale Le Picard orgel (1744-46) uit de abdijkerk kwam terecht in de Sint-Michielskerk (1804) te Leuven. Met zijn vier klavieren, 42 registers en 2769 pijpen werd dit orgel beschouwd als een van de mooiste van het land. Tijdens de bombardementen (1944) werd het orgel volledig vernield. Het hoofdaltaar (door J. Del Cour) en twee praalgraven van abdissen werden in 1803 overgebracht naar de O.L.V. kerk te Hasselt. De gebouwen kregen nieuwe industriële bestemmingen: wolspinnerij, suikerbietenraffinaderij, stokerij en suikerfabriek (1812). Andere gebouwen, waaronder de kerk die in 1826 afbrandde, werden gesloopt.

 

 

 

Restauratie en renovatie van het domein

Sinds 1972 is het oostelijke deel van de gebouwen (sacristie, verblijf van de monialen, infir­merie, 16e eeuws abdissenverblijf en 18e eeuws abdissenverblijf) en het Engelse landschaps­park eigendom van de Kanunnikessen van het Heilig Graf. Zij vulden de gebouwen aan met een kerk en verblijfsgebouwen.

Sinds 1998 is het westelijke deel van de gebouwen (poortgebouw, hoeve, tiendschuur paarden­stal, vissershuisje, molen en de verder gelegen Tuiltermolen) en de 105 ha omliggende grond eigendom van het Vlaamse Gewest. De gebouwen zijn voor het beheer toevertrouwd aan Erfgoed Vlaanderen, de gronden aan de Afdeling Natuur van de Vlaamse Gemeenschap. De exploitatie is in harden van Herkenrode vzw.

Het geheel van de gebouwen en de omgeving is sinds 1974 beschermd als monument en als landschap.

Een toekomst voor Herkenrode

De Kanunnikessen van het Heilig Graf bouwden hun deel van de site reeds uit tot klooster en bezinningshuis. Voor de vakwerkbouw waar de monialen verbleven en de infirmerie uit 1658 die nog niet zijn gerestaureerd, zijn de planner nog niet bekend.

Het deel toebehorend aan het Vlaamse gewest wordt volledig gerestaureerd en krijgt nieuwe bestemmingen.

 

Kruidentuin Herkenrode

 

De realisatie van een 2 hectare grote kruidentuin, gelegen naast de tiendschuur.

 

Een abdijtuin of een reproductie ervan zou het op Herkenrode niet worden. Dat stond van meet af aan vast. Wel een hedendaags kruidenpark. Exclusiviteit en originaliteit, recrea­tieve en educatieve attractiviteit voor een gevarieerd publiek van professioneel geïnter-esseerden tot eenvoudige dagjesmensen zouden de absolute troeven vormen. Daarbij staat centraal het steeds opnieuw boeiende en intrigerende verhaal van de kruiden en hun gebruik door de mens van alle tijden en culturen tot op vandaag.

 

De kruidentuin bestaat uit twee grote delen: de hortus officinalis en de campus officinalis. In beide tuindelen zijn telkens ongeveer 225 verschillende kruiden en kruidachtige planten terug te vinden, 450 in totaal dus. Het geheel wordt omgeven door grachten, die aan de binnenzijde afgeboord zijn met een berm van graskussens. Van hieruit kan niet alleen de mooie tuin, maar ook de indrukwekkende omgeving bewonderd worden.

Nooit te oud om te leren

De hortus officinalis bestaat uit twaalf afzonderlijke tuinkamers, die gestileerde voorstel­lingen zijn van het gevarieerde Demerlandschap. Via openingen in een lange, op termijn met haagbeuk overwelfde wandelgang van bijna 200 meter wandelt de bezoeker van ka­mer tot kamer. Elke kamer heeft haar eigen kenmerkende structuur met wandelpaden in kleischelpenkalk, grind of grindgazon, natuursteen of klinkers.

 

Waterbekkens en fonteinen verhogen de rustige sfeer. Volgens het alfabet zijn de families van geneeskrachtige plan­ten als in een boek over de twaalf kamers verdeeld. Aan de rand van de tuinkamers in de middengang werden buxussen geplant. Eens volgroeid zullen ze vormgesnoeid worden en dan prachtige, indrukwekkende massieven vormen: een kubus of zuil, een kegel of balk, een bol, … Ze zullen mee de identiteit en de herkenbaarheid van elke kamer bepalen.

Tuinen om te gebruiken

Het tweede deel van de tuin bestaat uit de campus officinalis, de gebruikstuinen. Hier staan de planten steeds gegroepeerd volgens gebruik: verfkruiden, groenten, keukenkrui­den, ... .


De paardenstal heeft momenteel nog geen bestemming.

 

Voor de omliggende gronden is een landschapsrestauratie voorzien. Zij krijgen het uitzicht zoals dat 400 jaar geleden was. Bomen van soorten die later ingevoerd werden zijn reeds verwijderd en boomgaarden met oude fruitsoorten zijn reeds aangelegd. De waterlopen en grachten worden ook terug gebracht in de toestand van weleer en krijgen nieuwe functies.

In het hoevecomplex wordt centraal de onthaalfunctie voor de site ingericht. De tiendschuur, reeds volledig gerestaureerd en uitgerust, wordt gebruikt voor evenementen van allerlei aard. In een deel van de hoeve zal een historisch-educatief centrum worden uitgebouwd over de cisterciënzers en het leven in de middeleeuwen. De thema's daarvoor zijn water, architectuur, landbouw, veeteelt, kruiden en autarkie (zelfvoorziening). Zij worden belicht vanuit de invals­hoeken: historiek, de toepasbaarheid vandaag en magie en mystiek.

Een ander deel van de hoeve is voorbehouden voor aangepaste commerciële activiteiten zoals de verkoop van streekproducten, kruiden en goedgevoelproducten.

In het poortgebouw worden multifunctionele ruimten ingericht.

Het kostenplaatje van Herkenrode

 

Als in 2010 het hele project gerealiseerd is zal dit 1,5 miljard BEF gekost hebben.

De restauratiewerken worden betoelaagd, voor 50 % door het ministerie van de Vlaamse gemeenschap, voor 15 % door het provinciebestuur van Limburg en voor 15 % door het stadsbestuur van Hasselt. Voor de overige 20 % en voor de kosten voor verbouwingen en uitrusting moeten elders middelen gezocht worden.

Tijdens de eerste fase, de restauratie en uitrusting van de tiendschuur werden deze gevonden in een subsidie van het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en in het mecenaat van een dertigtal Limburgse ondernemers die, onder impuls van de gouverneur, elk minstens 1 miljoen BEF bijdroegen. Zij zijn verenigd in het Sint-Bernardusgenootschap.

Tijdens de verdere fases zal het nog nodige bedrag gevonden worden o.a. in een bijdrage van de Limburgse Reconversie Maatschappij (LRM). Het project Herkenrode is immers erkend als toeristisch hefboomproject zoals ook projecten in Tongeren, Beringen, Bokrijk en het Park der Hoge Kempen.

Voor de exploitatie van het geheel, onder meer de loonkost van een tiental personeelsleden, moet Herkenrode vzw eigen middelen creëren. Daarom mikt men op honderdduizend betalende bezoekers per jaar en zal men creatief gebruik maken van tewerkstellingsprojecten die door de overheid gesubsidieerd worden.

Herkenrode, een dynamische werf

De volgende jaren zal er in Herkenrode nog intens gewerkt worden aan restauratie, bouwwer­ken, tuinaanleg en opgravingwerken.

De tiendschuur is inmiddels volledig klaar met inbegrip van de aanpalende vleugel van de hoeve waarin voornamelijk de installaties voor het optimaal functioneren van de grote 'evenementen­schuur' zijn ondergebracht.

Het gerestaureerde vissershuisje zal dienst doen als onder­komen voor de onderhoudsploeg van de site. De restauratie van dit gebouw was overigens een uniek herscholingsproject, een initiatief van de VDAB, waar werkloze arbeiders hun nieuwe bouw- en restauratievak leerden en in de praktijk brachten.

Begin mei 2007 is de restauratie van het met een ajuintorentje voorziene poortgebouw voltooid. Dit gebouw van 1531 is het eindpunt van een lange met een dubbele rij bomen afgeboorde dreef. Het gebouw dat toen al een knooppunt was in de abdijsite krijgt als functies: tentoonstellingsruimte, conferentie – en seminarieruimte en mogelijkheid om beperkte feestjes te geven voor familie, verenigingen of bedrijven.
Er wordt verder gewerkt aan de restauratie van de portierswoning en de stallingen.
Ook de restauratie van de Tuiltermolen, aan de westelijke rand van het domein, is aangevat.


Ondertussen zijn de opgravingen die midden 2004 gestart zijn in het archeologische veld ten einde. Een ploeg onder de leiding van een archeoloog van het Vlaams Instituut voor het Onroe­rend Erfgoed (VIOE) brengt er de grondvesten van de kerk en van een aantal kloostergebouwen aan het licht, onderzoekt ze en brengt ze in kaart.

Via de voorlopig aangelegde kloostergang krijgt de bezoeker nu al de kans in het hart van

de vroegere abdij te staan. Tijdens de wandeling komt hij infopanelen tegen, die uitleg geven

over de plaats waar hij zich bevindt en over het toekomstproject. De bakens verwijzen

naar het archeologische onderzoek, dat vooral erop gericht is informatie te verzamelen

over het dagelijkse leven in de abdij.

Deze tijdelijke inrichting van het archeologisch veld kwam tot stand mmv het landschapsteam

van de vzw Herkenrode, Opleiding Groenarbeiders VDAB, het Agentschap Bos en

Groen van de Vlaamse Gemeenschap, Erfgoed Vlaanderen en Eurocompost

 

Herkenrode, nu reeds bruisend van activiteit

 

Sinds 2002 toen de vernieuwde tiendschuur werd ingehuldigd stromen in de abdij van Herken­rode de bezoekers reeds toe om er allerhande activiteiten mee te maken. Zij krijgen daartoe steeds meer mogelijkheden.

 

De serviceclub Rotary organiseerde er al driemaal een luisterrijk concert en maakt daar een tweejaarlijkse traditie van. Het Oxfordshire Schools' Senior Orchestra trad op met honderd uitvoerders.

Erfgoeddag, Open Monumentendag, kerstmarkten, een hoeveweekend, een ciderfestival, de Dragonderswandeltochten, beurzen en nog meer van dergelijke initiatieven zijn telkens goed voor duizenden bezoekers.

 

 Bedrijven organiseren er nieuwjaarsrecepties, seminaries, jubileumvieringen, modeshows en grootse huwelijksfeesten vinden er plaats.

 

De talrijke vrijwilligers die zich voor Herkenrode inzetten organiseren activiteiten waarop zij vrienden uitnodigen: jaarlijks het oogstfeest bij de abdis en de vierdaagse reis naar cisterciënzerabdijen ergens in Europa.

 

De tentoonstelling Lichfield 2003, de glasramen van Herkenrode kreeg ruime en internationale belangstelling en zal gevolgd worden door grote tentoonstellingen i.v.m. kunst en ambacht.

 

In 2006 had in Herkenrode de Algemene Assemblee plaats van het Europees Charter van Cisterciënzerabdijen en -sites.

 

Wandel- en fietspaden doorkruisen het domein en zijn vrij toegankelijk. Je kunt er ook onder begeleiding van deskundige gidsen terecht voor een historische wandeling, een natuurwandeling, een wandeling nieuwe bestemmingen, een haikoe-wandeling waarbij je de site ziet door de ogen van de haikoe-dichter of voor de wichelroedenroute.

 

In het voorlopige bezoekerscentrum waar het zondag-zomer-terras druk bezocht wordt zijn de eerste eigenstreekproducten reeds beschikbaar en de reeks wordt nog aangevuld: kaas, bier

cider, honing en kruidenjenever.

 

 

Tal van publicaties, keurig en deskundig samengesteld, zagen reeds het licht. Zij informeren over Herkenrode in al zijn aspecten.

 

Deze publicaties zijn te koop in het bezoekerscentrum.

Het domein zal beheerd worden op een wijze die de natuur ten goede komt. De bezoeker wordt de mogelijkheid  geboden om van het patrimonium te genieten. Natuur, cultuur educatie en recreatie gaan hier hand in hand.

Herkenrode wacht een mooie toekomst.

 

                                                   Gerestaureerde Tiendschuur opnieuw in gebruik

informatie:

Herkenrode abdijsite / bezoekerscentrum

Herkenrodeabdij 4,  3511 Kuringen-Hasselt

tel.   011/33 43 70

fax: 011/33 46 45

                      secretariaat@herkenrode.be

websites:      http://www.herkenrode.be
                   http://users.pandora.be/herkenrode
                    http://.skynet.be/abdijherkenrode_herkenrode.htm

                   http://nl.wikipedia.org/wiki/Abdij_van_Herkenrode

 

                   NATUURINRICHTINGSWERKEN: KAPPEN EN PLANTEN

Het landschap rondom de abdij wordt heringericht, inclusief de waterlopen, met de toestand van 300 jaar geleden als model.

Ook de natuur is in Herkenrode het voorwerp van een intense 'restauratie'. Daar staat de afdeling Natuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor in.

We volgen richting Herkenrode, over de brug van de autosnelweg slaan we links af. Aan de linkerkant heeft men een "GROENE PARKEERPLAATS" aangelegd. Geen asfalt noch beton. Harde steenslag als basis en daarop lavasteen gemengd met aarde.. Het water krijgt de kans om terug in de bodem te dringen. Lavasteen neemt water op en geeft het ook terug vrij. Een droge zomer geeft toch water aan gras en planten, vandaar groene parkeerplaats. 

De toegangsweg naar het domein bestaat uit een hoofdweg, met links en rechts kleine toegangswegen. Deze twee kleine dreven waren voor (het plebs) het gewone werkvolk. Deze mensen moesten die twee smalle dreven gebruiken. Terwijl de dames en heren, van adel en de notabelen, kwamen in de koets af en aan gereden door de brede toegangsweg.. De dreef naar het poortgebouw is de eigenlijke toegangsweg naar het domein. De toegangsweg naar het klooster is er pas gekomen eind 18de begin 19de eeuw.

Het poortgebouw en het abdijcomplex is het historisch hart van Herkenrode. 

Niet alle dode bomen van de dreef zijn verwijderd. De dode bomen welke geen gevaar vormen voor de wandelaar hebben ook hun belang voor tal van diersoorten. BV, -. Vleermuizen, tal van spechtensoorten. Vogels die hun nest bouwen in holtes (natuurlijke nestkastjes) Een boom die bijna dood is, is rijk aan allerlei insecten die zeer gegeerd zijn door vogels..

Waarom werden nu de Amerikaanse eiken gekapt?

Deze bomen komen uit een ander continent, men brengt de boom naar hier maar niet zijn organisme. Bij gebrek aan bepaalde insecten zal deze Amerikaanse eik niet tot zijn recht komen in ons land. De bladeren vergaan zeer langzaam omdat de nodige beestjes hier niet aanwezig zijn voor de vertering daarvan. Ook deze bladeren zorgen voor een afsluiting naar de bodem. De waterstand in dit gebied is in de winter vrij hoog en in de zomer miniem. De Amerikaanse eik kan zeer slecht tegen vochtige grond. Onze zomereik daarentegen kan zeer goed tegen natte gronden.

Ook in de nabije omgeving werden tal van winterlindes aangeplant dit om de bijenhal te bevoorraden. Deze bijenhal komt links van het poortgebouw. Ook bijen spelen een belangrijke rol bij de voortplanting van bomen, struiken en bloemen.

In het verlengde van de Sacramentstraat, richting klooster, zijn lindes geplant. En in dezelfde richting zijn ook al 45 hectaren akkerland omgezet in grasland.

De gronden tussen de, Sacramentstraat en dreef naar het klooster zijn met draad afgesloten en ingezaaid met gras. De landbouwer mag er in overeenkomst met de SVE enkele volwassen koeien opzetten. Dit om wilde organismen planten en dieren opnieuw een kans te geven.

Meerdere vogels die in het verleden in onze contreien aanwezig waren moeten in de toekomst terug een kans krijgen.

Ook de samenwerking met de boomgaardenstichting heeft op een hoger gelegen gebied een boomgaard aangeplant met een typische omheining, de meidoornhaag.

Honderden appel-en perenbomen werden geplant. Buitenkant dubbele rij peren en middenin een 100 tal diverse appelrassen. Allemaal hoogstam. Vroege en late soorten zodat Herkenrode een zeer lange bloeiperiode heeft. Wat ook ten goede komt aan de bijen.

Aan de Tuiltermolen,  is reeds een kersenboomgaard aangelegd.

Aanleg van wandelwegen: fundering gebroken bouwpuin en daarop teelaarde aangebracht met de bedoeling van erop te wandelen te fietsen. Het authentieke van het landschap en de omgeving van de site heeft ook zijn waarde zodat nu deze toegangswegen eruit zien zoals ze oorspronkelijk waren. In deze toestand zijn deze wegen in winter en zomer vrij goed berijdbaar.

Hoe meer variatie in de natuur, hoe rijker de natuur is.

 

Het Vissershuisje rond 1975

 

 (laatste aanpassing  juli 2008)         

Voor meer uitleg over deze website: contacteer Maurice Reymen of Jef Berx