Simon Carmiggelt aan zijn schrijftafel

Simon Carmiggelt

Herman Bogaert bij het standbeeld van Carmiggelt

 

Vanop de zijlijn wordt het leven van Carmiggelt belicht. Een hele serie aforismen introduceren de kronkels: Hogerop, Rolschaatsen, Ballonnetje, Twintig, Vijftien jaar, Van enig nut, Naar de duinen, Geduld en Droom. Je hoort ook de gedichten Mijn Zoontje, O drank en Later. Humor met adders.

Persknipsel

  • Ik, Simon Carmiggelt
    […] Het is weinigen gegeven om met een minimum aan mimiek een personage trefzeker en uitgebalanceerd neer te zetten. Carmiggelt staat levensgroot voor het publiek. 
    Het siert Herman Bogaert dat hij klaarblijkelijk het volledige werk van Carmiggelt onder de knie heeft. We horen en zien niet alleen een aantal uitgelezen Kronkels, Bogaert strooit kwistig – quasi achteloos, alsof het hem ter plekke te binnen schiet – gevatte levenswijsheden de zaal in, om vervolgens, in één moeite door, even door Carmiggelts dichtbundels te bladeren en er een paar van de ontroerendste uit te kiezen. 
    Het is uitgerekend deze combinatie van licht ironische tederheid en grote kennis van ’s mans leven, die maken dat Herman Bogaert een magistrale Carmiggelt op de planken neerzet. En die maken dat je, bij het verlaten van de zaal, Carmiggelt gaat missen. De échte, weliswaar.

Mich Van Hauthem

 

'De geheelonthouders hebben gelijk, alleen de drinkers weten waarom'. (Simon Carmiggelt)