|
In het eerste deel onthult de zuiverheid van klanken de levensvreugde en de levenslust van de nog jonge "extraverte" Gezelle. U maakt zijn ontslag mee als leraar van de poësis en de breuk met zijn leerling Eugène Van Oye. In het tweede deel stapt u met Gezelle mee in de Brugse politiek en aanschouwt u zijn strijd om het katholiek geloof veilig te stellen. In het derde deel ziet u een kentering. Zijn verinnerlijking. Ook een terugblik op zijn dramatisch leven en zijn verlangen naar de eeuwigheid.
Inleiding bij de voorstelling
-
Ik, Guido Gezelle
Het is de bedoeling van Herman Bogaert om met zijn theaterprogramma Guido Gezelle dichter bij de mensen te brengen. Hij wil dit bereiken door zich met de priester-dichter te vereenzelvigen: door in de huid van de historische figuur te kruipen en zich zo aan het publiek te presenteren. In ‘Ik, Guido Gezelle’ komt zodoende een eeuw nadat hij hier werkelijk is rondgegaan, zijn gestalte terug. Dit keer staat het leven van de priester-dichter voorop; dat verhaal
wordt door de ikfiguur verteld, en de geschriften van zijn hand worden er harmonisch in verwerkt. Aldus wordt de twee-eenheid van leven en werk
uitgedrukt. De voorstelling zal gedeeltelijk een feest der herkenning zijn, gedeeltelijk een binnenvoeren in een dramatisch bestaan.
Michel van der Plas
Persknipsel
-
Ik, Guido Gezelle
Herman Bogaert evoceert het o zo bewogen leven vol passie van Guido Gezelle, in een
anderhalf uur durende monoloog. In zijn alleenspraak (of zouden we het een dialoog Bogaert-Gezelle noemen) overschouwt hij het leven van de ongekunstelde “Mijnheer” Gezelle.
In één grote chronologische flashback ( en wel in de tegenwoordige tijd, wat de echtheid en de directheid ten goede komt), maken we het wel en wee mee van deze dramatische grootmeester uit onze Vlaamse literatuur. De monoloog “Ik, Guido Gezelle”, gespeeld door Herman Bogaert, is er een die men zelden aantreft. Zo levensecht. Een aanrader.
Jeroen Van Haelen |