Herman De Wulf, Gemeenteraadslid Wetteren

 

 

 

Wie is Herman De Wulf?

 

In de gemeenteraad

 

In de pers

 

Compostela

reisverslag
foto’s

route

bagagelijst

 

Wetterse Burgerkranten

 

VLD Wetteren

 

Programmapunten

 

VLD

 

Nieuwsbrief

 

Contact

 

 

 

 

Compostela reisverslag

 

Santiago de Compostela. 2 480 km.

 

Vrijdag 21 juli. Santiago ligt wel heel goed verborgen achter de bergen. Na enkele dagen van vlakke ritten in de Campos de la Tierra, moest ik nog de Montes de Leon over en het Cantabrisch gebergte. Op een top van de Montes de Leon op
1 500 meter (het hoogste punt van de Camino) staat het Cruz de Ferro. Een eenvoudig pelgrimskruis hoog op een berg van stenen die door pelgrims zijn meegebracht en daar achtergelaten, symbolisch de laatste loodjes afleggend voor het laatste stuk tot Santiago. Ik voelde dat hier voor mij de Camino ten einde liep. De Camino is immers de weg en niet de bestemming. Een emotioneel moment dat ik alleen kon doorbrengen samen met andere echte pelgrims. Want stilaan verdween de Camino en kwam het einddoel in zicht. Het onderweg zijn, kreeg een eindpunt en hoe meer Santiago naderbij kwam, hoe meer de Camino opging in een stroom van pelgrimtoeristen die alleen uit zijn op de sensatie van het aankomen bij de kathedraal en denken zo het gevoel te kunnen delen met de echte pelgrim. Anders dan het fiere gevoel na de beklimming van de Pyreneeën, kreeg ik bij de aankomst een gevoel van voldoening, van vreugde, van opluchting. Geen emoties ... tot ik de immense Romaanse kathedraal binnenging waar een kerkdienst bezig was. De klanken van het orgel, de gezangen en de eenvoudige devotie van veel pelgrims die allen op hun manier een lange weg hadden afgelegd om tot in Santiago te komen, raakten me en even moest ik opnieuw alleen zijn. Mijn droom is in vervulling gegaan. Hoewel ik dat anders nooit doe, zal ik straks ook enkele kaarsen branden voor hen die me daarom hebben gevraagd.

 

 

Hospital de Orbigo. 2 137 km.

 

Zondag 16 juli. Ik rijd nu al een hele tijd door Castillië. Veel lange rechte paden door de Campos de Tierra. Een hete zon boven het hoofd. Liters water drinkend. Vandaag was het ook zo. Ik merkte dat er kelders of huizen onder de grond waren gebouwd. Ik reed door het kleine dorpje Antimio de Arriba, een 20-tal kilometer voorbij Leon. Ik wou een foto nemen wanneer een man voor zulk een keldergat op me riep. Hij nodigde me uit een glas wijn of water te komen drinken. Ik aarzelde wat, maar ging toch op de uitnodiging in. Het is altijd wel een kans om wat Spaans te praten. De ondergrondse kelders waren oude wijnopslagplaatsen. Ik mocht met hem mee, twintig meter onder de grond. Het was er heel fris wanneer je uit een temperatuur komt van rond de 40 graden. Er lagen nog enkele grote vaten. Nu gebruikte hij enkel nog een klein vat voor eigen gebruik. In één van de kelderruimtes was zelfs een kachel geplaatst. Met zijn vrienden kwam hij er soms nog wat praten over vroeger, toen alle velden nog wijngaarden waren. Nu trokken de jongeren naar de stad. Ook zijn kinderen. Hij was weduwnaar. Zijn vrouw was al verscheidene jaren dood. Hij pinkte een traan weg toen hij het vertelde. Boven dronken we samen een glas van zijn wijn. Hij was 80. Wanneer ik ooit deze rit nog opnieuw zou doen, zal hij er wellicht niet meer zijn en misschien zijn kelder ook niet. Dit is de Camino. Ik krijg er bij het schrijven van dit stukje nog steeds kippenvel van.

 

 

Santo Domingo de la Calzada. 1 772 km.

 

Dinsdag 11 juli. Bij het vertrek aan St. Jacobs te Gent herinnerde de pastoor ons de legende van Sto. Domingo. Hier in de kathedraal wordt immers een legende levendig gehouden door in de kerk een kip en een haan in een heus kippenhok te houden. Voor de legende moet je maar eens zoeken naar het kippenhok, hebben we vanavond kunnen zien. We zijn immers beland in Santo Domingo, een klein stadje in de Rioja-streek. We rijden nu al enkele dagen in Spanje. Eerst in Navarra, nu in de Rioja. Vandaag hebben we een extra inspanning gedaan om naar de kloosters van Yuste te rijden, een hele klim. Het loketje van het klooster hoog in de bergen opende net toen we arriveerden. Bleek dat we tickets in het klooster beneden hadden moeten kopen. De gidse begreep dat we met de fiets moeilijk terug konden rijden en omdat we pelgrims waren, konden we zo binnen, samen met de toeristen die met een busje werden aangevoerd. Hier in Sto. Domingo is er geen camping. We hebben voor het eerst een refugio geprobeerd en er was nog plaats voor fietsers. Stappers krijgen immers steeds voorrang. We logeren met 6 op een kamer. We delen de kamer met een Hollands gepensioneerd koppel dat ook met de fiets vertrok vanuit Nijmegen.

 

 

Burguete (Spanje). 1 532 km.

 

Zaterdag 8 juli. Voor we de grens met Spanje bereikten, doorkruisten we een deel van Frans Baskenland. Een prachtig landschap, groene bergflanken met boerderijen die er verstrooid doorheen liggen. Vanochtend dan toch met wat twijfels aan de oversteek van de Pyreneeën begonnen. Ik ben vertrokken in Saint-Jean-Pied-de-Port, de verzamelplaats van pelgrims sinds eeuwen. Eerst 8 km vooraleer de grens met Spanje te bereiken. Niks bijzonders en amper te merken, ware het niet dat de wegnummering veranderde en ik een groot bord voorbijreed dat aankondigde dat ik in Navarra was. Is dat misschien omdat ook de Spaanse Basken niet willen weten van de grens die Baskenland in twee delen scheidt? In het eerste Spaans-Baskische dorpje hield ik even halt. Een rondborstige dame keek uit haar raam en ik sprak haar aan. Ik kon nu voor het eerst mijn Spaans gebruiken. "Goed weer. Onderweg naar Santiago? Je hebt veel bagage bij? De steilste hellingen heb je al achter de rug. Nu nog 17 km klimmen." De dame leek wel een kenner, maar mijn kilo’s bagage baarden haar toch zorgen. Leuk, zo gewoon aan het raam kunnen praten met de mensen van de streek. En altijd weer is er die herkenning en die bewondering. Het was voor mij een beetje thuiskomen, in Spanje. Zoals ook bovenaan de top in Ibañeta op 1 057 m of in Roncesvalles (Roncevaux) waar ik al eerder was. Alleen dit keer straalde de zon. Onderweg waren enkele fietshelden me zuchtend voorbijgereden. Ik was dan ook fier zonder problemen de top te bereiken. Naarmate de top naderde, welden tranen op in mijn ogen. Ik was fier op mezelf en gelukkig dat ik zo gezond mag zijn en in zeer goede vorm ben. Ik hoop dat ooit een van mijn kleinkinderen dit ook eens mogen beleven.  

 

 

Dax. 1 396 km.

 

Donderdag 6 juli. De voorbije twee dagen niets anders gezien dan dennenbomen. De Landes met zijn rechte kilometerslange wegen. De wegen zijn wel vlak, zodat we opnieuw meer naast elkaar rijden en praten over thuis of over de voorbije dagen. De streek is soms zeer authentiek. We fietsten langs enkele zeer mooie kerkjes. In Montey was het kerkje ingericht als museum, maar een vriendelijke dame bezorgde ons toch een stempel in ons boekje (credencial). We zijn nu ruim over de helft en een merkteken aan dat kerkje herinnerde er ons aan dat we nog 1000 km voor de boeg hebben. Enkele bezoekers van het museum wensten ons goede moed. Ze kenden zelfs de Gentse feesten. Gisteren was het nog mooi fietsweer, maar vanochtend zijn we in Labouheyre uit de tent gekropen bij regen. Onze rit zelfs wat moeten uitstellen. De hele dag hadden we buien. We wilden nochtans wat verder dan Dax maar dat lukte niet. We zijn omwille van de regen beland in een 'Maison d'acceuil', een soort retraitehuis waar we 5 stappende pelgrims ontmoetten. Het ademt de sfeer van een klooster uit. Maar morgen voorspelt men beter weer, voor de laatste rit vóór de Pyreneeën.

 

 

Cadillac. 1 214 km.

 

Dinsdag 4 juli. Tours ligt bijna een week achter ons. De warmte was de voorbije dagen onze voornaamste tegenspeler, de hellingen wat minder. We hebben vanaf Tours kilometers graanvelden gezien in een heuvelachtig landschap. De reeds gemaaide velden straalden warmte op onze gezichten en droogden onze kelen uit. We zitten aan om en bij de 5 liter water per dag. Ik heb al eens uitgerekend dat we aan dit tempo, tegen dat we in Santiago zijn, zo om en bij de 150 liter water zullen gedronken hebben. Stel je voor! Door het klimmen en dalen, fietsen we nu meer alleen. Meer tijd dus om na te denken hoewel ook veel energie naar de benen gaat. De Charentes (de Périgord) is een streek met zeer veel mooie dorpjes waarvan we toch soms denken dat ze door de Engelsen worden gekoloniseerd die hier zijn komen wonen. We zijn nu net de Bordeauxstreek door gereden. Ik verkies duidelijk de wijngaarden boven de graanvelden. Die vervelen minder vlug. Maar wijn proeven kan niet en water vinden kan ook moeilijk zijn. In Puisseguin waren onze flessen leeg en vonden we geen bar of geen shop om water te kopen. In het 'Clos des religieuses' stond de deur open voor degustaties en verkoop. Toch maar aangeklopt. "De l'eau?? Ici on vend seulement du vin monsieur". De vriendelijke dame heeft toch onze flessen gevuld, ons een glas koud water met anijs geschonken en wat anekdotes verteld over pelgrims die dachten dat ze in een klooster waren beland. Ze heeft de pelgrim toch slaping en eten aangeboden in haar privé woning. Dit kom je alleen langs de Camino tegen.

 

 

Tours. 760 km.

 

De ontmoetingen onderweg maken de Camino wat hij is. Nooit eerder heb ik tijdens mijn fietsreizen zoveel spontane reacties gekregen. Net buiten Chartres kwam iemand langs ons fietsen. Hij vroeg of we naar Santiago reden. Hij wou dat ooit zelf ook eens doen. Hij had zelf ook familie in België, een priester in Ciney. Deden we de Camino uit religieuze overwegingen? "Peut être pas avec le Saint-Esprit, mais certainement avec le bon esprit" antwoordde ik diplomatisch. Nog veel moed en hij fietste weg. Vanochtend dan net buiten Hénonville gingen we koffie drinken. De barman had een baardje opgeknoopt zoals een paardenstaart. Hij zette ons spontaan een korfje kersen op de tafel. In Compiègne stonden we de kapel van Sint-Jacques te filmen. Een bejaarde man sprak ons aan en gaf ons enkele nuttige tips. Hij was lid van de archeologische vriendenkring en had enkele vrienden in Frans-Vlaanderen. Ach, die Belgen zijn zo gezellig. Met zijn zegen konden we de reis verder zetten. Al enkele dagen hadden we de 'Columbiaan' zien rijden. We noemden hem zo omwille van zijn gele shirt. Vandaag waren we op de kaart de weg aan het zoeken en hij stopte. Hij bleek Jan te noemen en was donderdag vertrokken uit Rotterdam. Dag Jan. Tot later nog eens.

 

 

Chartres. 563 km.

 

We hebben nu 5 dagen gefietst. De voorbije dagen was het wel een streek met weinig campings. In Montmarcq zouden we een camping moeten vinden maar die was er blijkbaar niet meer. Geen camping de eerstvolgende 30 km zelfs. We moesten dus terug. In Ribecourt zou er misschien nog een boerderij zijn, waar we onze tenten konden opslaan. Gelukkig, hoewel ook hier geen vergunning meer was. We konden onze tenten op het erf opslaan onder een afdak. Een overdekte camping tussen de kippen en de geiten. De boerin miste wat tanden en sprak een Frans met een behoorlijk accent. Ze verhuurde enkele studentenkamers, maar kamperen mocht eigenlijk niet meer. Voor bij het eten vroegen en kregen we een fles wijn en wanneer we de dag nadien wilden betalen was de prijs: “mais non, rien, il ne faut pas payer ici”. Zelfs de fles wijn hadden we cadeau gekregen. Maar de 10 euro die we in haar handen stopten, werden toch vriendelijk aangenomen. Via Hénonville zijn we nu in Chartres aangekomen. Straks gaan we de kathedraal bezoeken en de reis verder zetten, op zoek naar nieuwe ervaringen.

 


Aubigny-au-bac. 169 km.

 

Zaterdag 24 juni zijn we officieel aan de kerk van Gent St.-Jacobs (Santiago) vertrokken. Er waren heel veel vrienden en familie. We hadden dat nooit verwacht. Bedankt allemaal! Zaterdagnamiddag konden we in volle zon fietsen. We waren zelfs licht verbrand, maar het vuur was de volgende dagen snel geblust. Zondag een hele dag regen. Zo erg dat we onze rit hebben gestaakt en in een klein hotelletje zijn gaan overnachten in Saint-Quentin om ons wat te drogen.
Aubigny Au Bac zal ons echter bijblijven door de vriendelijkheid van een oud moedertje die vroeger restauranthouder was. Zaterdagavond, verdorst en dood van de honger, zochten we naar een restaurantje. We waren nog niet voorbereid op het zelf koken. Het enig restaurantje in de buurt was een halfuurtje eerder gesloten. Wel zagen we een grote reclame voor een restaurant op enkele honderden meters. Daar was een trouwfeest aan de gang. Het personeel wilde ons geen pintje verkopen en zeker geen eten geven tot het oude moedertje opdook. Ze dwong als het ware de dienster ons een pint te halen en ondertussen tikte ze op mijn schouder. Ik maak jullie wel een paar boterhammen klaar. Voor dit soort ervaringen zou je kilometers fietsen.

 


Wetteren. 0 km.

 

Op 24 juni vertrok Herman met de fiets naar Santiago de Compostela in het noordwesten van Spanje voor een fietsreis van ongeveer 30 dagen. Op deze pagina dan ook geen politiek nieuws, wel enkele verslagen van dit avontuur. Telkens wanneer Herman hiervoor de kans had, stuurde hij een e-mail met zijn reisverslag naar zijn thuisbasis. Zonder tegenslag moet Herman op 21 juli in Santiago aankomen waar hij wordt opgewacht door enkele vrienden.

Volg de fietsreis op de voet à klik hier.