Amerikaanse cichliden

 
 

Naast de dwergcichliden heeft men ook de groter cichliden uit zuur en zacht water. De grote van deze cichliden kan variëren van 10-40 cm. De biotoop waar deze vissen in leven verschilt een beetje. Zo zijn er de cichliden uit Amerika die leven in zwartwater tussen dood hout en sterke waterplanten. De cichliden die in Afrika leven zijn meestal terug te vinden in heldere wateren al zijn er soorten die men ook kan aantreffen in troebele rivieren.  

Deze cichliden kan men verder nog opdelen in de wijze waarop ze zich voortplanten:


A) holenbroeders (Nanchromis, Apistogramma, Pelvicachromis). Deze zetten hun eitjes af in holen, nissen of spleten.  

B) substraatleggers (Cichlasoma en Hemichromis). Deze leggen hun eitjes af op stenen, planten of op de bodem.

C) muilbroeders, men kan wel stellen dat dit een van de meest voorkomende vorm is bij Afrikaanse cichliden.

Deze vissen zijn meestal echte blikvangers in het aquarium, en dit alleen als ze goed verzorgt worden. Vissen die onderkomen zijn of in slechte omstandigheden leven zullen zich niet in hun volle pracht laten zien en dat is zeker niet de bedoeling.

 

Waterwaarden

Waterwaarden waarin men deze vissen het best in laat rondzwemmen kan variŽren van het type cichlide dat je dus wenst te houden. 

pH 6 - 7,8 (sommige vissen geven de voorkeur aan nog iets zuurder water)
°dKH 3 - 15 (afhankelijk van de soort)
°C 23 - 28 (afhankelijk van de soort)

Cichliden zijn warmteminnende vissen. Hou ze dus niet met een te lage temperatuur. Al zijn er uitzonderingen. Vraag dus aan je aquariumhandelaar welke temperatuur voor de vis geschikt is. Hou ook vissen samen die qua temperatuur bij elkaar passen! 

Voedsel

Het voedsel dat men deze visjes het beste kan geven is diepvriesvoer, levend voer en droogvoer. Men kan deze afwisselen en zo tot een optimaal voedselpatroon komen. Zeker niet alleen droogvoer geven. De kleuren verzwakken dan en na verloop van tijd treedt er leververvetting op. Men kan best 1x per week een hongerdag inlassen. Hoe beter men varieert hoe mooier de kleuren zullen worden. Bij het langdurig voeren van diepvries (muggenlarven) en levend voedsel is de kans groot dat je een kweekje plaats vind. Ook moet men oppassen dat men het diepvriesvoer en het levendvoer goed afspoelt alvorens het aan de cichliden te geven!
 

Gezelschap


Men kan deze cichliden met bodemvissen (wanneer het grondoppervlak groot genoeg is), groter karperzalmen en oppervlaktevissen samenhouden die de dezelfde zorgvereisten nodig hebben.  Ook moet men er hier op letten dat deze geen territoriumvormende vissen zijn. Het zou dan wel eens tot een conflict kunnen komen. Men moet er zich bewust van zijn dat deze vissen vooral in het paaiseizoen zeer agressief kunnen zijn tegen medebewoners en zeker tegen soortgenoten. Wanneer het aquarium te klein is zal er een constante spanning heersen tussen de vissen onderling. Zorg er dus voor dat je aquarium niet overbevolkt is en dat er genoeg ruimte is om de andere vissen te laten rondzwemmen wanneer men een broedend koppel cichliden heeft.
Men houdt deze vissen dus het best per koppel ofwel 1 mannetje met meerdere vrouwtjes. Wanneer men dit niet navolgt gaan de vissen hun sociaal gedag niet kunnen ontplooien. De sterkere zullen de zwakkere verjagen (er zijn uitzonderingen). Zorg er ook voor dat de vissen gezond uit de aquariumzaak mee naar huis gaan.


Inrichting van het aquarium

Men kan de vissen het best in een groot aquarium houden. De minimale lengte is120 cm. Naast vrije zwemruimte moet men schuilmogelijkheden creŽren door langs de wanden een dichte beplanting aan te brengen. Omgedraaide kokosnoten, stenen holen, plastic buizen doen het zeer goed als het om schuilplaatsen gaat. Wanneer men een donker substraat gebruikt geeft dit nog een extraatje aan de kleuren van de vissen. Witte steentjes schrikt de vissen meestal af en gaat men dus NIET gebruiken. Het aquarium ook niet te sterk verlichten. Gebruik drijfplanten (eendenkroos of eikenbladvaren) om zo tot diffusie verlichting te komen. Probeer het aquarium ook altijd zo te plaatsen dat de ochtendzon in het aquarium valt, omdat er niks te vergelijken valt met de weerkaatsing van het zonlicht op hun kleurige schubben.


(Astronotus ocellatus, albino)

 

De Kweek

Of de kweek moeilijk of gemakkelijk is hangt af van de soort en hoe die verzorgt wordt. Wel dient er gezegd dat deze vissen vrij agressief uit de hoek kunnen komen. Zoals hierboven reeds beschreven zijn er diverse voortplantingsmethoden. Wanneer men een kweekje wil opkweken kan dit het best in een apart aquarium. De kans bestaat dat er in het gezelschap aquarium een kweekje opgroeit maar dan mogen er niet te veel vissen bij elkaar zitten. Een bezettingsgraat van 0.4cm/L is dan ok.

 

Home