|
Apistogramma borelli of Borellis dwergcichlide
|
|
| Deze mooie dwergcichlide laat zich vooral opvallen door de mooie gele borstkleur die de mannetjes ten toon spreiden. Ook aan het begin van de staart vin hebben sommige van deze vissen een gele kleur net als de borstvinnen. De rest van het lichaam behoudt een wat groenere kleur. Afhankelijk hoe het licht erop valt kan de kleur wat bleker zijn. Het vrouwtje kan men herkennen doordat ze veel kleiner blijft dan het mannetje. De kleur die zij heeft kan lichtgeel zijn met een zwarte dwarsband over het lichaam. Ook aan de kop zijn er enkele kleine zwarte streepjes. Deze cichlide wordt beschreven als een goede beginnervis. Veel hangt af, uit
wat voor aquarium het visjes gehaald wordt en in wat voor aquarium het gaat
belanden. Zit het bijvoorbeeld in de aquariumwinkel bij rustige soorten (bv.
goerami’s) en komt het dan terecht tussen allerlei zalmpjes, regenboogvissen,
… dan heeft het een vrij lange gewenningsperiode nodig. Het aquarium dient
helemaal niet groot te zijn voor een koppel van deze dwergcichliden. 60 cm is
groot genoeg. Zorg er voor dat er genoeg schuilplaatsen voorzien zijn. Dichte
plantenbundels (javavaren) zijn hiervoor zeer geschikt. Eens ze gewend worden
aan het aquarium zal men ze af en toe wel eens te voorschijn zien komen. Deze
vis kan men in een harem houden. D.w.z. 1 mannetje en bv 2 – 3 vrouwtjes.
Elk vrouwtje zal onder zichzelf wel een klein territorium afbakenen. Qua gezelschap
kan men denken aan zalmpjes, enkele corydora’s soorten, algeneters (wel
niet bevorderlijk wanneer men wil kweken, deze eten namelijk de eitjes op),
enkele goerami’s, bijlzalmen, … Het voedsel dat deze vissen tot zich nemen bestaat uit: artemia, zwarte muggenlarven, watervlooien, cyclops, witte muggenlarven (niet te groot). Kortom alle kleine voedseldiertjes die men kan vinden. Het dieet aanvullen kan men door ze af en toe wat droogvoer te geven. Zorg er voor dat ze in de gewenningsperiode genoeg voedsel tot zich kunnen nemen. Soms zijn ze in het begin wat schuw, voeder daarom gericht. Wie het beste resultaat wilt bereiken bij een kweekje van deze soort kan best overgaan tot het kweken in een aparte kweekbak. Richt het kweekbakje als volgt in: zandige bodem, een bundel javavaren, wat kienhout, een stenenconstructie en wat diffusieverlichting. Meestal kweken deze vissen in holen, maar er zijn al kweekjes die in open water gebeurd zijn. Het vrouwtje graaft een nestje en zal ook het grootste deel van de verzorging van de jongen voor haar rekening nemen. Wanneer de eitjes gelegd zijn duurt het ongeveer 2 dagen vooraleer de jongen uit de eitjes komen. Het best voeder je de jongen met pas uitgekomen artemia, cyclops, en later zwarte muggenlarven. Ververs ook regelmatig een deel van het water. 10-20 % volstaat.
|
|
|
|