|
Apistogramma cacatuoides of Gekuifde dwergcichlide
Familie: Cichlidae (Dwergcichliden)
|
|
| Deze mooi dwergcichlide is reeds te koop in verschillende kleuren. Sommigen hebben een fel oranje gekleurde rugvin (althans de mannetjes hebben dit) bij de andere heeft de rugvin verscheidene kleuren. Wat onmiddellijk opvalt bij de volwassen mannetjes is dat de eerste 3 rugvinstralen veel groter zijn dan de rest van de rugvin. De staart loop zowel van boven als vanonder uit op een punt (lierstaart) ook de borstvinnen zijn sterk uitlopend. De staart is meestal oranje gekleurd met daarop zwarte vlekken. Op het lichaam kan deze dwergcichlide een zwarte horizontale streep bevatten. De onderkant van het lichaam is meestal lichtgeel. Het vrouwtje blijft opmerkelijk kleiner en is in de broedperiode sterk geel gekleurd. De borstvinnen van het vrouwtje hebben een zwart streepje. Ook over de lengte van het lichaam is een duidelijke zwarte streep te zien. Het gedrag van deze vis verschilt niet veel van de andere
Apistogramma-soorten.
Wat me wel opviel was dat hij geen schrik had van geen een van de medebewoners,
zelfs niet van mijn reeds volwassen geworden Pelvicachromis taeniatus. Een week
na aankoop had hij zichzelf al een territorium toegeëigend. Alle andere
Apistogramma-soorten werden hieruit verbannen. Deze vis houdt zich meestal op
in de middenste- en onderste waterlagen. Hij is vreedzaam t.o.v. alle andere
vissen zolang het maar geen cichliden zijn die even groot zijn als hij zelf.
Je kan best maar 1 mannetje van deze soort in je aquarium houden samen met 1
of liever nog meerdere vrouwtjes. Houdt ze ook met niet al te levendige vissen. Het voedsel dat ze tot zich nemen varieert van muggenlarven (zwarte en witte), cyclops, watervlooien, artemia (voor de kleur) tot aanvullende droogvoer. Bij snelzwemmende en hevige vissen kan het soms wel eens gebeuren dat ze niet direct bij het eten geraken. Voeder ze daarom gericht en zeker in de gewenningsperiode. De kweek van deze visjes is niet zo moeilijk. Men moet alleen zien dat het vrouwtje genoeg nestmogelijkheden heeft doormiddel van holen, nissen, … Ze heeft haar territorium waar het mannetje voorbij zwemt. Ze biedt zich als het ware aan met sidderende bewegingen waarop het mannetjes met zelfde bewegingen reageert. Het wijfje lokt het mannetje naar haar hol waar ze dan samen de eitjes afzetten. Na de afzetting verlaat het mannetje het vrouwtje. Deze laatst verzorgt en verdedigt het broedsel fel. Alle vissen worden uit de buurt gehouden. In deze periode is het vrouwtje knal geel. De jongen kan men best fijn voedsel geven. Pas uitgekomen artemia is het beste. Wil men een goed resultaat kan men best opteren voor een aparte kweekbak. Anders worden de jongen toch maar opgegeten door andere vissen. Ook het mannetje wordt best uit de kweekbak genomen. Deze durft zich ook wel eens te vergrijpen aan zijn eigen jongen. Lees hier ook het kweekverslag van de Apistogramma Cacatuoides.
|
|
|
|