|
Betta splendens of Siamese kempvis
Familie: Belontiidae (Labyrintvissen) By W.Vergauwen |
![]() |
|
Deze vis is verruit één van de bekendste vissen uit het aquariummilieu. De reden hiervoor is zeker niet ver te zoeken. Wanneer men een gezond mannelijk exemplaar in een aquarium heeft zitten zullen dikwijls de ogen op hem gericht zijn. Deze betta valt vooral op door het speciale vinnenpatroon die hij bij imponeer of dreighouding volledig spreidt. Zowel de rugvin, buikvin en staartvin zijn sterk verleng tot een sluiervorm. Ook de borstvinnen zijn dikwijls verlengd. De vrouwtjes hebben deze sterk verlengde vinnen niet en zijn doorgaans veel kleiner dan de forse mannetjes. Je kan de betta splendens in alle kleuren tegenkomen, gaande van rood, blauw, wit tot paars en groen-blauw. De vrouwtjes kunnen ook dezelfde kleuren hebben. Een andere bekende trek van de mannelijke kempvis is dat hij andere mannetjes
zal bekampen en ermee zal vechten tot een van hen sterft. Het is dus strikt
noodzakelijk dat je slechts 1 mannetje per aquarium houdt. Het beste is dat
je 1 mannetje met 2 – 4 vrouwtjes tezamen in het aquarium houdt. Waarom
meerdere vrouwtjes? Wel een vrouwtje wordt fel achterna gezeten wanneer het
mannetje besloten heeft om te paren. Wanneer u op dat moment geen meerdere vrouwtjes
bezit kan het zijn dat het ene vrouwtje dit zal moeten bekopen met haar leven.
Bij meerdere vrouwtjes kan het mannetje zijn aandacht dus spreiden over zijn
hele harem. De territoriumdrift van de mannetjes is te sterkt ontwikkeld, daarom
ook dat u vaak deze mannelijke visjes in van die kleine bokaaltjes ziet, elk
apart in een eigen bakje. |
|
|
|
De inrichting van het aquarium kan als volgt gebeuren: zorg voor een dichte randbeplanting, liefst met planten die tot het wateroppervlak reiken. Ook mogen drijfplanten niet ontbreken, mede omdat daar vaak het schuimnest van het mannetje wordt gebouwd. Het aquarium water dient niet hoog te staan 30 cm is reeds voldoende. Een te hoge stroming en belichting is niet iets dat de betta kan appreciëren. De bodem houdt men best niet te licht, een donkere bodem laat de kleuren van deze vissen veel beter uitkomen. Deze Siamese kempvis houdt ook van enige warmte, hou hem dan ook niet bij te koele temperaturen. Het voedsel dat je deze vissen kan aanbieden bestaat vrijwel uit alles wat de aquariummarkt aanbiedt. Levend- en diepvriesvoer zoals, zwarte muggenlarven, artemia, watervlooien, cyclops, … wordt zeker aangenomen. Ook droogvoer kan worden gegeven. Vergeet ook niet om af en toe een beetje groenvoer te geven, zoals sla of kleine koolblad stukjes. Een gevarieerd dieet houdt de vissen gezond en mooi van kleur. |
|
De kweek verloop zoals bij de meeste labyrintvissen. Het mannetje begint met het bouwen van een schuimnest. Een schuimnest bestaat uit aaneengemaakt luchtbellen en soms ook nog plantendelen die worden toegevoegd. Dit wordt aan de oppervlakte gemaakt, dikwijls tegen een bladrand of tegen een drijfplant (eikenbladvaren of watervorkje) zijn ideale planten hiervoor. Ook planten die tot op het wateroppervlak reiken zijn goed bruikbaar. Na het bouwen van het schuimnest gaat het mannetje proberen een vrouwtje te imponeren om ze zo naar zijn nest te lokken. Dit kan soms lang duren, zeker wanneer het vrouwtje geen eitjes heeft om af te zetten. Zorg er dan ook voor dat zowel het mannetje als het vrouwtje in goede conditie zijn. Dit kan je bekomen door de vissen goed en afwisselend te voederen (zwarte muggenlarven). Wanneer het vrouwtje beslist om te paren gaan ze beiden onder het nest wat rond zwemmen. Het mannetje zal het vrouwtje omknellen en vervolgens worden de eitjes afgezet. De eitjes worden dan door het mannetje in het schuimnest gespuwd. Dit alles gebeurt heel zorgvuldig. U begrijpt dat wanneer u dit laat plaats vinden in een gezelschapsbak dat het kweekresultaat veel minder zal zijn dan in een aparte kweekbak waar er geen eitjes geroofd kunnen worden. Na de eiafzetting wordt het vrouwtje niet meer in de buurt geduld, best is het vrouwtje nu verwijderen uit de bak waar het mannetje inzit. Het mannetje bewaakt het legsel fel. |
|
| Nu komt het er op aan om de luchttemperatuur en luchtvochtigheid van boven het
nest (dus de lucht van tussen de lampenkap en het wateroppervlak) constant te
houden. Het mannetje verzorgt en bewaakt het legsel tot de jongen uitgekomen
zijn. Geef de jongen fijn voer (cyclops, pas ontloken artemia, …) Een extra tip: wanneer u de mogelijkheid heeft om de waterstand van bijvoorbeeld 50 cm te laten zaken naar 30 cm stimuleert die de kweekdrang van de vissen. U bootst dan immers het begin van een nieuw voedselseizoen na. |
|
|
|
| Home
|
|