Trichogaster trichopterus of Blauwe goerami

 

Familie: Labyrintvissen (Belontiidae)

By W.Vergauwen

 

 

Deze goerami heeft net zoals zijn broers en zussen een sterk plat gedrukt lichaam. De hoofdkleur van zijn lichaam is blauwgrijs. In het midden en op het begin van de staart heeft deze blauwe goerami een donkere zwarte ronde stip. De vinnen hebben dikwijls geel grijze stippen. Ook zoals alle andere goerami’s heeft deze blauwe goerami twee verlengde buikvinnen (sprieten). Het geslachtsonderscheid is de sterkte van de kleur. Mannetjes zijn veel feller gekleurd. Vrouwtjes zijn iets meer grijzig van kleur en zijn vaak ook iets dikker aan de buik. In de paartijd heeft het vrouwtje een zacht gele buik.

Deze goerami is veruit een van de sterkste labyrintvissen van zijn soort. Hij heeft een groot aanpassingsvermogen. Hou deze dieren enkel als koppel. Meerdere mannetjes zullen hun territorium fel verdedigen en elkaar dikwijls achterna zitten. Hou dus best 1 of meer vrouwtjes samen met 1 enkele man. Tegen andere vissoorten zijn ze vreedzaam en houden ze zich rustig. De blauwe goerami is een rustige vis, die ook van rust houdt. Dus te agressieve vissen of vissen die zeer vinnig zijn, zijn niet direct ideale huisgenoten. Ook sumatranen mogen niet samen met deze vissen gehouden worden (vinbijten!!). De vissen houden zich meestal in de middelste en bovenste waterlagen van het aquarium op.
De inrichting van het aquarium dient als volgt te gebeuren. De vissen houden van wat drijfplanten in het aquarium (eikenbladvaren, vorkjesmos, …) zijn hier ideaal voor. Ook een goede dichte randbeplanting is aangewezen. Zorg voor zo weinig mogelijk stroming in het water. De bodem mag ook niet te fel van kleur zijn. Zorg ook voor de creatie van schuilplaatsen zodat ze in geval van angst even kunnen terugtrekken.

Het voedsel dat men deze goerami’s het beste verschaft kan bestaan uit alle soorten muggenlarven, artemia, cyclops, watervlooien, fruitvliegjes, groenvoer (sla, kool, …). Wanneer u eendenkroos in het aquarium hebt drijven, dan zal dit een waardevolle aanvulling zijn als groenvoer voor het dieet van deze vissen. Wissel dit menu af met wat droogvoer (vlokken en sticks, …) en je komt zo tot een evenwichtige voeding.

De kweek is niet zo heel moeilijk. Men dient de dieren die we wensen te gebruiken voor de kweek goed afwisselend te voederen met muggenlarven (liefst zwarte), watervlooien, artemia, groenvoer (sla) … Wanneer het vrouwtje met eitjes zit is het tijd om het vrouwtje als eerste over te brengen naar de kweekbak. De kweekbak moet geïnstalleerd zijn met fijn gevederde planten zoals (hoornblad, cabomba, …). Ook het aanbrengen van een paar drijfplanten zoals eikenbladvaren en vorkjesmos is zeer aan te raden. Nadat u het vrouwtje een dag op voorhand in de kweekbak hebt overgebracht is het nu tijd om het mannetje in het kweekbakje los te laten. De dieren kunnen worden aangespoord tot paren door de waterstand te laten zakken. Bijvoorbeeld een aquarium van 40 cm mag gerust de waterstand laten zakken tot 20 – 25 cm. Zorg dat er genoeg zuurstof in het water is en dat de temperatuur schommelt tussen 26 – 28 °C.
Het mannetje zal dan beginnen met het bouwen van het schuimnest. Dit is een nest dat bestaat uit aaneen gebrachte luchtbellen en plantendelen. Dit nest kan vrij groot en dik zijn. Belangrijk is hier dat de temperatuur van de lucht boven het nest niet te koud is. Een constante temperatuur en vochtigheid is belangrijk.
Wanneer het mannetje begint te baltsen is de tijd aangebroken voor de eiafzetting. Het mannetje omhelsd als het ware het vrouwtje en het vrouwtje zet op haar beurt honderden eitjes af. Het mannetje vangt deze eitjes op en brengt ze naar het schuimnest waar ze worden uitgespuwd. De eitjes worden op verschillende tijdstippen afgezet.
Wanneer de eitjes zijn afgezet is het noodzakelijk het vrouwtje uit de kweekbak te halen omdat het mannetje het nest verdedigd zelfs tegen het vrouwtje wordt hij agressief. Na 24 u komen de eitjes uit en mag men de jongen voederen met past ontloken artemia. Voeder meermaals per dag kleinere hoeveelheden. In deze fase is het nog steeds belangrijk ervoor te zorgen dat de lucht tussen het water en de kap van dezelfde temperatuur is en dat de luchtvochtigheid gelijk blijft.
Na 2 mag men beginnen met het verversen van het aquariumwater.

 

FICHE

Lengte : 12 cm
pH : 6 – 7,5
°dGH: 5 - 19
Temperatuur: 24 – 28°C
Voedsel : Diepvries-, levend-, droogvoer
Vindplaats : Zuidoost-Azië
Aquarium grootte Min. 100 cm

 
Home