Blauwe tetra of Boehlkea fredcochui

 

Familie: Karperzalmen (Characidae)

By W. Vergauwen

 

 

De blauwe tetra heeft zijn naam niet gestolen. Deze vis valt onmiddellijk op door zijn blauw schijn langs beide flanken te zien is. De rug heeft een wat grijzere kleur. Ook de vinnen zijn meestal kleurloos. Al kunnen sommige exemplaren vinnen hebben met een iet of wat oranje schijn. Deze vis wordt zo’n 5 cm groot. Het geslachtsonderscheid is te zien doordat het vrouwtje een vollere buikpartij heeft dan het mannetje. Het mannetje is ook slanker gebouwd.

De blauwe tetra is een scholenvis die men met minimaal 10 exemplaren bij elkaar moet houden. Het effect van een blauw schooltje te hebben is dan ook veel uitdrukkelijker aanwezig dan wanneer men deze dieren met een 5-tal exemplaren gaat houden. Vooral in het begin zullen ze samen zwemmen, tot ze de bak wat gewoon zijn en dan zullen ze zoals de meeste van onze scholenvissen verspreid door de bak zwemmen. Ook kardinalen of andere neon’s vertonen dit fenomeen. Sommige exemplaren kunnen al eens bijterig uit de hoek komen. Hiermee bedoel ik dat medebewoners die niet zo snel zwemmen wel eens in de vinnen kunnen worden gebeten. Het is een levendige vis, houdt hem dan ook met medebewoners die evenveel van zwemmen houden als de blauwe tetra. De vis houdt zich vooral in de middelste waterlagen op.


De inrichting van het aquarium moet als volgt gebeuren. Het aquarium moet een open zwemruimte bevatten waar ze hun vinnen eens kunnen ‘strekken’. Ook langs de wanden is een dichte beplanting echter wel gewenst. De dieren moeten zich af en toe kunnen terugtrekken. Wanneer men fijn gevederde planten kiest (zoals cabombas, hoornblad, …) kunnen deze plantentrossen als afzetplaats gebruikt worden. De bak mag niet te fel verlicht zijn. Diffusieverlichting kan hier dan een oplossing zijn. Men bereikt dit door het plaatsen van drijfplanten. Geef deze vissen ook geen bodem die wit van kleur is. Dit schrikt ze teveel af (elke vis stelt immers een donkere bodem op prijs). Er mag wat stroming in het water zitten maar is niet noodzakelijk.

Wat het voedsel betreft kan men deze vissen alles geven wat hun kleine muilen aankunnen. Geef ze in de gewenningsperiode hetzelfde voer dan dat ze in de aquariumzaak kregen en wissel goed af. Na de gewenningsperiode (1 week) kan je dan overgaan tot het voederen van zwarte muggenlarven, artemia, cyclops, watervlooien aangevuld met droogvoer. Ze eten vrijwel alles.


De kweek verloopt niet altijd vlekkeloos, het water moet iets zuur (pH van 6) en zacht (°dGH 2 – 3) zijn. Zet de volledige school die voordien goed gevoederd zijn met zwarte muggenlarven over naar een aparte kweekbak. De kweekbak moet geïnstalleerd zijn met goede afzetplaatsen. Als afzetplaats wordt javamos en fijn gevederde planten het meest gebruikt. De temperatuur mag lichtjes stijgen tot 27 °C. Wanneer kuit geschoten is, kan men best de visjes er terug uitvangen. De jongen zijn vrij moeilijk op te kweken. Voederen met artemia-jongen is noodzakelijk. Ververs ook regelmatig het water. Dit bevordert de groei van de jongen.

 
 

FICHE


Lengte : 5 cm
pH : 6 – 7
°dGH: 3 – 12
Temperatuur: 24 - 27°C
Voedsel : Levend-, diepvies- en droogvoer
Vindplaats : Peru
Aquarium grootte Min. 60 cm

Home