Colisa lalia of Dwerggoerami
|
|
| Deze vis wordt aanzien als een van de mooiste labyrintvissen die te krijgen
zijn. Er zijn twee vormen op de makt verkrijgbaar: 1ste de wilde vorm; deze
is rood-blauw gekleurd. De rood- blauwe schuine strepen vallen zeer goed op.
Deze kleuren lopen zelfs door tot in de vinnen en staart. De 2de vorm is de
blauwe dwerggoerami. Zoals de naam al laat vermoeden heeft deze vis inderdaad
een overvloed aan blauw. De strepen zijn niet zo uitgesproken als de wilde vorm.
De kleuren van de vrouwtjes zijn veel minder uitgesproken dan die van de mannetjes.
Deze vissen hebben ook twee buikvinstralen. Wat ze ook nog speciaal maken is
het “labyrint”, dat is het ademhalingsorgaan. Hierdoor kunnen ze
zuurstof uit de lucht halen. Alle labyrintvissen bezitten zo’n orgaan.
Dit orgaan hebben ze in het wild nodig omdat ze daar meestal in zuurstofarme
poelen leven. Deze dwerg goerami houdt men het best per koppel te samen. Ze zijn vreedzaam
tegen andere medebewoners. Ze zijn zelfs vrij schuw. Zorg er dus voor dat u
bij deze vissen geen al te zenuwachtige vissen zet. Zeker geen BARBELEN meer
bepaald Sumatranen. Deze vissen hebben de neiging om aan de vinnen van de goerami’s
te bijten. Zulke stressituaties kunnen fataal zijn voor de dwerggoerami! Hou
ze dus alleen samen met rustige medebewoners. Deze tot 5 cm groot wordende labyrintvis
houdt zich meestal op in de bovenste waterlagen. Het voedsel kan bestaan uit algen, muggenlarven, fruitvliegen, droogvoer, enz. Deze vissen houden wel van plantaardig voedsel. Het eten wordt zowel van het wateroppervlak als in openwater opgenomen. Hij eet echt alles wat hij kan verorberen. De kweek van deze vissen is niet moeilijk wanneer men de juist omstandigheden nabootst. Wanneer het aquarium een hoogte heeft van 50 cm, dan kan men de kweek bevorderen door het waterpeil te laten zakken. Men kan dit het best doen in een aparte kweekbak. Zorg ervoor dat er drijfplanten aanwezig zijn zodat het mannetje zijn schuimnest kan bouwen. Wanneer hij dan gepaard heeft met het vrouwtje brengen beide ouders de eitjes naar het schuimnest. Wanneer dit alles gebeurt is kan men best het vrouwtje verwijderen. Het mannetje bewaakt het nest tot de eitjes uitkomen. Dan is de tijd gekomen om ook het mannetje te verwijderen. Kweek de kleintjes op met cyclops en vers uitgekomen artemia. Fijn stofvoer kan ook, maar dit geeft niet echt een goed resultaat. Voeder de ouderdieren ook zeer goed vooraleer men ermee gaat kweken. |
|
|
|