Corydoras metae
|
|
| Deze mooie pantsermeerval is te herkennen door de zwarte streep die vanaf de
rugvin over de rug tot aan de staart loopt. Ook aan de ogen loopt er een verticale
zwarte streep. De rest van het lichaam is beige-bruin. Het geslachtsonderscheid
bij deze vissen kan men vaststellen doordat het vrouwtje dikwijls groter en
voller is. Vooral de flanken van het vrouwtje zijn groter en breder dan die
van het mannetje. Deze soort wordt dikwijls verwart met Corydoras rabauti. Deze
laatste heeft 2 strepen op de rug die ook lopen van de kop tot aan de staart
maar dan boven aan de flanken. Deze vis houdt men best in een groepje van een 6-tal exemplaren. Ze troepen
graag samen en zwemmen graag in elkaars nabijheid. Wie deze vis met een 2-tal
samenhoud doet deze visjes oneer aan. Ze zijn vriendelijk t.o.v. alle andere
vissen. Ook tegenover andere corydoras-soorten zijn ze vriendelijk. Ze houden
zich meestal op nabij de bodem. Het voedsel is een belangrijk element om deze vissen te laten kweken. Geef ze daarom voldoende (muggenlarven, artimea, cyclops, sla, watervlooien,…) Ook groenvoer doormiddel van tabletten dienden te worden gegeven. Zorg ervoor dat wanneer u de vissen voedert ook de bodemvissen eten krijgen. Vaak denkt men dat deze vissen de restjes wel zullen opkuisen. Dit is een FOUTE redenering. Ook de Corydoras-soorten dienen een volwaardig dieet te hebben. De kweek heeft het beste resultaat wanneer men meer mannetjes dan vrouwtjes gebruikt. Bv 1 vrouwtje met 3 mannetjes. Dit is nodig omdat de mannetjes het vrouwtje bevruchten in open water. Zoals hierboven reeds vermeld is kan men als paaiplaats best gebruikmaken van vallisneria’s nabij de uitstromer van de filter. Zo hoeft u na de ei-afzetting slecht de stengels van de vallisneria af te knippen en in een apart opgezet kweek bakje te doen. Let wel op dat de eitjes niet aan de lucht worden blootgesteld. De ei-afzetting kan een paar dagen duren. Het vrouwtje zwemt letterlijk met de eitjes tussen haar buikvinnen rond tot ze een geschikt plaatsje gevonden heeft om ze achter te laten. Wil men de dieren in “paaitoestand” brengen dan voedert men ze best muggenlarven. De temperatuur bedraagt best zo’n 24-25°C. Wanneer de eitjes zijn afgezet duurt het ongeveer 3 dagen voor ze uitkomen (afhankelijk van de temperatuur). Dan duurt het nog ongeveer 1-2 dagen voor de larfjes beginnen met het eten van artemia-naupliën, na enkele weken kan men zachtjes beginnen met het voederen van cyclops, voedertabletten (niet te veel). |
|
|
|
| Home | |