Trichogaster leeri of Diamantgoerami

Familie: Labyrintvissen (Belontiidae)

By W.Vergauwen

 

   

Deze zeer mooie en bekende labyrintvis dankt zijn naam aan zijn mooie kleurenkleed. De mannetjes hebben een zijn veelkleurig en hebben een dieprood tot oranje buik. De rest van het lichaam is bedekt met zilver vlekken (stippen eigenlijk). Vanaf het oog vertrekt een zwarte streep die horizontaal tot ongeveer in het midden van het lichaam loopt. De diamantgoerami bevat ook twee lang uitgegroeide sprieten. Ook de aarsvin neemt een groot deel van het vinnenbestand voor zijn rekening. De vinnen en de rest van het lichaam hebben hetzelfde kleurenpatroon. Verder is het lichaam van deze vis sterk samengedrukt. De kleur van het vrouwtje is veel minder uitgesproken. Zij heeft geen fel gekleurde buik ook het kleurenpatroon van het lichaam is veel minder sterk. Ook is het vrouwtje dikwijls iets minder groot in lengte maar is dan in de plaats wel iets dikker.

De diamantgoerami houdt men het best in ofwel een groepje ofwel als koppel. Wanneer men opteert voor een groepje van deze vissen moet men zorgen voor een aquarium dat groot genoeg is (150 cm). Deze vissen zijn zeer vreedzaam t.o.v. andere vissoorten. Ze bewonen meestal de middelste en de bovenste waterlagen van het aquarium. Deze vissen zijn gesteld op rust, dus de beste medebewoners voor de diamantgoerami zijn vissen die niet al te actief zijn. Plaats ook GEEN vinbijters bij deze dieren. Sumatranen (lees barbelen) bijvoorbeeld staan erom bekend de vinstralen van deze goerami af te bijten of toch alleszins proberen om er aan te bijten. Deze situatie is zeer stresserend voor de diamantgoerami (voor alle goerami’s) en dient dus zeker te worden vermeden! Deze goerami’s kunnen in een zuurstof arme omgeving leven, ze ademen via het zogenaamde ‘labyrint’ dat zich in de kop bevindt. Waar men wel voor moet oppassen is dat de lucht boven het aquarium water van dezelfde temperatuur is dan dat van het water. Anders kunnen de vissen bij het ademen wel eens ziek (verkouden) worden. Waar ook op gelet moet worden is bij de aanschaf de dieren lang genoeg te laten wennen aan het nieuwe milieu. Ik heb ervaren dat deze vissen (goerami’s in het algemeen) dikwijls wel eens kunnen afzien van het transport of de verandering van het leefmilieu. Geef ze daarom de nodige rust.
De inrichting van het aquarium dient als volgt te gebeuren. Geef de dieren een flink beplant aquarium. Zowel fijn gevederde als breedbladige planten mogen aan bod komen. Ook drijfplanten mogen niet ontbreken; eikenvaren en watervorkje zijn dankbare drijfplanten, mede omdat zijn kunnen dienen als ankerplaats voor het bouwen van hun schuimnest tijdens de voortplanting. Een tweede punt waar de vissen zich goed bij voelen is kalm water, dus geen al te grote stroming, hoe minder hoe beter. De bodem mag niet te licht zijn en mag bestaan uit grind of zand. Zorg voor bijkomende schuilplaatsen zodat de vissen zich af en toe eens kunnen wegsteken.

Het voedsel dat deze dieren graag eten bestaat uit alles soorten muggenlarven, watervlooien, cyclops, artemia, fruitvliegjes, groenvoer, … Wissel dit dieet af en toe af met wat droogvoer en dan zitten we goed wat betreft het voedsel voor deze vissen.

De kweek is niet zo heel moeilijk. Men dient de dieren die we wensen te gebruiken voor de kweek goed afwisselend te voederen met muggenlarven (liefst zwarte), watervlooien, artemia, groenvoer (sla) … Wanneer het vrouwtje met eitjes zit is het tijd om het vrouwtje als eerste over te brengen naar de kweekbak. De kweekbak moet geïnstalleerd zijn met fijn gevederde planten zoals (hoornblad, cabomba, …). Ook het aanbrengen van een paar drijfplanten zoals eikenbladvaren en vorkjesmos is zeer aan te raden. Nadat u het vrouwtje een dag op voorhand in de kweekbak hebt overgebracht is het nu tijd om het mannetje in het kweekbakje los te laten. De dieren kunnen worden aangespoord tot paren door de waterstand te laten zakken. Bijvoorbeeld een aquarium van 40 cm mag gerust de waterstand laten zakken tot 20 – 25 cm. Zorg dat er genoeg zuurstof in het water is en dat de temperatuur schommelt tussen 26 – 28 °C.
Het mannetje zal dan beginnen met het bouwen van het schuimnest. Dit is een nest dat bestaat uit aaneen gebrachte luchtbellen en plantendelen. Dit nest kan vrij groot en dik zijn. Belangrijk is hier dat de temperatuur van de lucht boven het nest niet te koud is. Een constante temperatuur en vochtigheid is belangrijk.
Wanneer het mannetje begint te baltsen is de tijd aangebroken voor de eiafzetting. Het mannetje omhelsd als het ware het vrouwtje en het vrouwtje zet op haar beurt honderden eitjes af. Het mannetje vangt deze eitjes op en brengt ze naar het schuimnest waar ze worden uitgespuwd. De eitjes worden op verschillende tijdstippen afgezet.
Wanneer de eitjes zijn afgezet is het noodzakelijk het vrouwtje uit de kweekbak te halen omdat het mannetje het nest verdedigd zelfs tegen het vrouwtje wordt hij agressief. Na 24 u komen de eitjes uit en mag men de jongen voederen met past ontloken artemia. Voeder meermaals per dag kleinere hoeveelheden. In deze fase is het nog steeds belangrijk ervoor te zorgen dat de lucht tussen het water en de kap van dezelfde temperatuur is en dat de luchtvochtigheid gelijk blijft.
Na 2 maand mag men beginnen met het verversen van het aquariumwater.

 
 

FICHE

Lengte : 10 - 12 cm
pH : 6 – 7,5
°dGH: 5 - 19
Temperatuur: 24 – 29°C
Voedsel : Diepvries-, levend-, droogvoer
Vindplaats : Borneo, Sumatra, Maleisië, Thailand
Aquarium grootte Min. 100 cm

 
 
Home