Dwergcichliden

 
 

Men treft dwergcichliden aan in Amerika en Afrika. In het wild leven dwergcichliden in diep water dicht tegen de oevers. Daar zoeken ze tussen dood hout, afgevallen bladeren en tussen planten naar voedsel. De waterwaarden van deze cichliden zijn soms zeer extreem een ph van 4,5 en hardheid 0. Het is bijna onmogelijk om dit in het aquarium na te bootsen. Het is daarom toch aan te raden deze dwergcichliden in een lichtzure ph te laten rondzwemmen.
Deze cichliden kunnen tot 10 cm groot worden en zijn dus geschikt om in een aquarium van reeds 60 cm te worden gehouden. Hou hier wel rekening met het feit dat deze vissen een territorium vormen en geen soortgenoten verdragen vooral niet in de kweekperiode. Het is dus het beste om ze per koppel of per harem te nemen, afhankelijk van de soort. Heeft men een groot aquarium met veel planten en schuilplaatsen (kokosnoten, holen) dan kan men gerust een 2de koppel van dezelfde soort in het aquarium laten. 
Deze cichliden behoren de laatste jaren tot de meest populaire aquariumvissen. Dit komt doordat deze vissen prachtige kleuren laten zien. Sommige onderhen zijn ook vrij makkelijk na te kweken.


WATERGROEP: zacht, zuur water

Ph
6 – 7 (sommige vissen geven de voorkeur aan nog iets zuurder water)
°dKH
3 - 8
°C
25 - 28
 

Cichliden zijn warmteminnende vissen. Hou ze dus niet met een te lage temperatuur. 25°C mag als een minimum worden beschouwd.

Voedsel

Het voedsel dat men deze visjes het beste kan geven is diepvriesvoer, levend voer en droogvoer. Men kan deze afwisselen en zo tot een optimaal voedselpatroon komen.  Zeker niet alleen droogvoer geven. De kleuren verzwakken dan en na verloop van tijd treedt er leververvetting op. Men kan best 1x per week een hongerdag inlassen. Hoe beter men varieert hoe mooier de kleuren zullen worden. Bij het langdurig voeren van diepvries (muggenlarven) en levendvoedsel is de kans groot dat je een kweekje plaats vind. Ook moet men oppassen dat men het diepvriesvoer en het levendvoer goed afspoelt alvorens het aan de cichliden te geven!

 

Gezelschap

Men kan deze dwergcichliden met bodemvissen, karperzalmen oppervlaktevissen samenhouden die met dezelfde zorgvereisten zitten. De vissen die men erbij zet mogen niet te druk zijn. Rustige zwemmers is het beste. (kardinaaltetra, fantoomzalmpjes, labyrintvissen). Ook moet men er hier op letten dat de vissen geen territoriumvormende vissen zijn. Het zou dan wel eens tot een conflict kunnen komen. Vooral de corydoras-soorten kunnen als eens al lastige vissen worden beschouwd. Zeker wanneer een koppel dwergcichliden aan het kweken zijn. Hou hier dus wel een beetje rekening mee.

Men houdt deze vissen dus het best per koppel ofwel 1 mannetje met meerdere vrouwtjes (afhankelijk van de soort). Wanneer men dit niet navolgt gaan de vissen hun sociaal gedag niet kunnen ontplooien en gaan hun prachtige kleuren verbleken. De sterkere zullen de zwakkere achterna zitten wat onherroepelijk resulteert in verstoten vissen die dan meestal ziek worden en in het slechtste geval sterven. Zorg er ook voor dat de visjes gezond uit de aquariumzaak mee naar huis gaan. Koop ook niet te jonge visjes. Ze zijn moeilijk groot te brengen.


(Foto hierboven toont 2 vrouwelijke Microgeophagussen Ramirezi's)


Inrichting van het aquarium

Men kan de visjes in een klein aquarium houden. De minimale lengte is 60 cm. Men kan ze dan best als enige 2 in het aquarium houden. Hiermee bedoel ik als enigste 2 dwergcichliden. Naast vrije zwemruimte moet men schuilmogelijkheden creëren door langs de wanden een dichte beplanting aan te brengen. Omgedraaide kokosnoten, stenen holen, plastic buizen doen het zeer goed als het om schuilplaatsen gaat. Wanneer men een donker substraat gebruikt geeft dit nog een extraatje aan de kleuren van de vissen. Witte steentjes schrikt de vissen meestal af en gaat men dus NIET gebruiken.  Het aquarium ook niet te sterk verlichten. Gebruik drijfplanten (eendenkroos of eikenbladvaren) om zo tot diffusie verlichting te komen.
Probeer het aquarium ook altijd zo te plaatsen dat de ochtendzon in het aquarium valt, omdat er niks te vergelijken valt met de weerkaatsing van het zonlicht op hun kleurige schubben.


De kweek

Of de kweek moeilijk of gemakkelijk is hangt af van de soort en hoe die verzorgt wordt. Sommigen onderhen zijn holenbroeders anders zijn dan weer vrijleggers. Het verschil hiertussen is het feit dat vrijleggers hun eieren op een steen of plant gaan afleggen terwijl holenbroeders meestal een holte nemen om daar in alle rust hun eitjes te leggen en te laten uitkomen.

Zie ook "Het kweken van Apistogramma-soorten"

 
 
Home