Heterandria formosa of DwergtandkarperFamilie: Poeciliidae (Levendbarende tandkarpers) By W. Vergauwen |
|
|
De dwergtandkarper is een van de kleinste aquariumvisjes die gecommercialiseerd zijn. Het visje wordt ongeveer 2 – 3 cm lang. Over heel de lengte van het lichaam (van kop tot het begin van de staart) loopt een donkere zwarte streep. Boven de streep is het lichaam wat goudgrijzig van kleur. Ook kan men op de rug kleine zwarte stipjes waarnemen. Dikwijls is er een zwart vlekje dat wit omzoomd is op de rugvin waar te nemen. De onderkant van het lichaam is lichter van kleur. Het geslachtsonderscheid is niet zoals alle andere vissoorten van de levendbarende tandkarper te zien aan het gonopodium dat het mannetje bezit. Het vrouwtje is altijd groter dan het mannetje ( tot 3,5 cm) terwijl het mannetje slechts (2cm) lang wordt. Het vrouwtje is ook voller van buik dan het mannetje. De dwergtandkarper houdt men best in een groepje van 6 – 8 exemplaren samen, meer mag ook. Het beste is ze te houden in harem verband, dus altijd meer vrouwtjes dan dat er mannetjes zijn. Het zijn kleine visjes die vreedzaam zijn tegen elkaar en tegen andere vissoorten. Het is vanzelfsprekend dat men deze vissen niet bij grote en sterke vissen moet plaatsen. Niet zelden gebeurt het dat deze visjes worden opgegeten door grotere soorten. Kleine medebewoners is dus een noodzaak. Ze houden zich overal op in het aquarium, zolang er maar een dichte beplanting is waar ze kunnen schuilen. Ze worden niet heel oud. Het dwergtandkarpertje kan een leeftijd van 2-3 jaar hebben. |
|
|
De inrichting van het aquarium moet vooral bestaan uit fijn bladige planten bijv. Cabomba-soorten, javamos, hoornblad, Myriophyullum-soorten, Limnophila sessiliflora, enz. Vooral de zijkanten mogen sterk beplant worden. Ook het gebruik van drijfplanten moet worden aangemoedigd. Stroming dient er niet te zijn, een donkere bodem daarentegen is wel een vereiste. Qua voedsel is de belangrijkste vereiste dat het niet te groot is zodat ze het kunnen opeten. Klein voer is dus aangewezen. De kleinste soort van muggenlarven (zwarte), cyclops, mysis, artemia, watervlooien zijn voedseldiertjes die men kan voederen. Wanneer men het voedsel kan malen kan men ook grotere voedseldiertjes voederen. Ook het droogvoer kan best wat kleiner worden gemaakt. Afwisselend voederen is een noodzaak voor de gezondheid van onze vissen. Wat de kweek betreft verloopt dit net hetzelfde als bij alle andere levendbarende tandkarpers. Het mannetje bevrucht het vrouwtje. Om de 35 dagen kan u een kweekje verwachten. Niet altijd zal het mogelijk zijn om de jongen te zien, ze zijn immers heel klein, zorg ervoor dat er genoeg schuilplaatsen zijn waar de jongen zich kunnen wegsteken voor medebewoners. |
|
De ouders zelf zullen zelden hun eigen jongen op eten. Geef de jongen heel fijn voer, droogvoer, pas ontloken artemia, cyclops, mysis, enz.Het is niet altijd simpel de jongen te laten eten. Het kan zijn dat u best de jongen vergaard en ze in een kweekbakje (guppytank) overbrengt. Dit vergemakkelijkt het voederen. Houd de ouderdieren in kweekconditie door ze afwisselend en goed te voederen. Zwarte muggenlarven doen hier soms wonderen. |
|
|
|
| Home | |