De gewone goudvis of Carassius auratus auratus

Familie: Karperachtigen (Cyprinidae)

By W.Vergauwen

   

De alom bekende goudvis is eigenlijk de eerste vis die als aquariumvis in de handel werd aangeboden. In China werden ze al duizenden jaren nagekweekt. De goudvis stamt immers af van de Giebel (Carassius auratus gibelio). Er zijn ondertussen zeer veel varianten van deze vis op de markt te koop. Zo zijn er shubunkin’s, sluierstaarten, komeetstaarten, … De gewone goudvis is te herkennen aan zijn oranje soms zwart, oranje kleur. Hij is zeer gestroomlijnd en kan tot 18 cm groot worden wanneer men hem in het aquarium houdt. In een vijver gehouden kan hij gerust 30 – 40 cm groot worden. Het geslachtsonderscheid is niet gemakkelijk te zien. Alleen in de paai tijd (voorjaar) kan men de vrouwtjes onderscheiden doordat ze een dikkere buik hebben. De oorzaak hiervan is de aanmaak van eitjes (kuitvorming).

Deze vis heeft nood aan wat gezelschap. Men kan deze dieren wel apart houden maar het beste is toch te opteren voor een 4-tal stuks wanneer men ze in een aquarium van 80 * 40 * 40 houdt. Het zijn koud watervissen dus men dient GEEN verwarmingselement te hebben. Ze verdragen temperaturen van 10 – 25°C. Een temperatuur van 18°C is een goed gemiddelde. Het zijn vreedzame vissen. Men kan ze met verschillende ondersoorten (shubunkin’s, sluierstaarten, komeetstaarten, ...) samen in één aquarium houden. Ze bezetten meestal de middelste waterlagen. Veel van deze vissen sterven in het eerste half jaar wanneer gehouden in een aquarium. Vaak komt dit doordat men denkt dat deze vissen zeer robuuste vissen zijn. Deels is dit wel waar, maar de omstandigheden waarin men de goudvis houdt mag niet ondermaats zijn. Ook zij hebben nood aan een goede verzorging en proper water.
De inrichting van het aquarium kan als volgt gebeuren. Vermits het koud water vissen zijn kan men maar een beperkt aantal planten gebruiken om het aquarium wat aangenamer te maken. De planten die men hiervoor kan gebruiken zijn: hoornblad, waterpest, naaldgras, … Zorg voor hier en daar wat rotsformaties waar de dieren zich achter kunnen verstoppen. Het zal af en toe wel nodig zijn om de bodem en deel van het water te verversen. De bodem kan men afhevelen met een slang. Het zijn vissen die graag zwemmen, hou hier dan ook rekening mee en geef ze voldoende ruimte. Het aquariumwater dient zuurstofrijk te zijn. Het plaatsen van een luchtsteentje doet deze vissen zeker goed.

Het voedsel bestaat meestal uit droogvoer (vlokvoer) men kan deze vissen ook muggenlarven geven en ander levendvoer zoals watervlooien, artemia, … Over voeder uw vissen niet. Voeder ze liever enkele malen per dag kleinere hoeveelheden. Zorg dat alles wordt opgegeten binnen een tijdspanne van 3 – 5 minuten. Wanneer het voedsel blijft drijven op het wateroppervlak dan is dit het teken dat je misschien iets te veel hebt gegeven.

De kweek is in een vijver gemakkelijker dan in een aquarium. Vooral in het voorjaar wanneer de zon op het vijver water begint te schijnen voelen de vissen de komst van de lente en zullen ze overgaan te het afzetten van kuit. Ze zetten hun eieren meestal af aan planten. Meerdere mannetjes achtervolgen het kuitrijpe vrouwtje, dit kan dagen duren vooraleer ze al haar eitjes heeft afgezet. De ouders zijn ei-eters dus een deel van de kroost gaat al verloren voor ze nog maar pas zijn uitgekomen. Wil men deze vissen kweken dan kan men best de bodem van de kweekbak volledig vol leggen met grote knikkers zodat de eitjes daar tussen kunnen vallen en de ouders er niet bij kunnen. Ook dient men fijn bladderige planten in het kweekbakje te plaatsen (hoornblad). Hier zullen de eieren dan worden afgezet. Voeder de jongen op met slootvoer of zeer fijn stofvoer.

 
 

FICHE

Lengte: 14 cm aquarium/ 40 cm in vijver
pH : 6 – 8
°dGH: 7 – 18
Temperatuur: 15 - 25°C
Voedsel : Diepvries-, levend-, droogvoer
Vindplaats : Azië gekweekt
Aquarium grootte Min. 80 cm

 
 
Home