Haaibarbeel of Balantiocheilus melanopterusFamilie: karperachtigen (Cyprinidae) By W.Vergauwen
|
|
|
Deze robuuste en groot wordende karperzalm (tot 30 cm!) is er een die opvalt doordat zijn uiterlijk ons doet denken aan dat van een haai, vandaar ook zijn naam ‘haaibarbeel’. Deze vis heeft een schitterende zilverglans die duidelijker wordt naarmate hij wat ouder wordt. De vinnen van de haaibarbeel zijn zwart omzoomd. Soms vind men in de vinnen ook een wat donkerdere schijn terug (grijzig). Het geslachtsonderscheid is niet te herkennen. Wat ons ook nog opvalt is dat deze vis in het bezit is van twee toch wel grote ogen. Deze vis is kan men in een groep houden van min. 10 exemplaren. Minder gaat
ook maar dan dient men er rekening mee te houden dat ze vaak wat agressief uit
de hoek kunnen komen. Niet alleen t.o.v. elkaar maar ook tegen medebewoners.
Het spreekt dus voor zich dat men bij de haaibarbeel geen vissen moet zetten
die niet weten hoe van zich af te bijten. Sterke en robuuste barbelen zoals
sumatraantje, clownbarbelen, prachtbarbelen, purperkopen, … dienen te
worden gekozen als medebewoners. Sommige grotere en sterke cichliden kunnen
ook goed gezelschap zijn voor deze vis. De vissen houden zich meestal op in
het midden van de waterlagen en zijn zeer vinnig en snel wanneer goed gehouden. Het voedsel dat men deze vis moet aanbieden varieert van muggenlarven,
watervlooien, artemia tot plantenkost (bv geblancheerde slablaadjes). Geef ze
af en toe ook wat grover voer zoals fruitvliegjes. Ook dit menu afwisselen met
droogvoer (vlokken en sticks) komt deze haaibarbeel ten goede. Voeder afwisselend
en genoeg. Over de kweek van de haaibarbeel is nagenoeg nog niet veel bekend. |
|
|
|
| Home | |