Harnas- en pantsermeervallen

 
 

Hier kunnen we twee soorten onderscheiden
a) Harnas meervallen
b) Pantsermeervallen
 
 
Dit zijn bijna de enige vissen die zich op de bodem van het aquarium goed thuis voelen. Deze vissen treft men bijna in alle aquaria aan. Het zijn mooie aanvullingen wanneer men alleen maar vissen uit de bovenste en uit de middelste waterlagen heeft. Tevens ruimen ze etensresten op die de andere vissen over het hoofd hebben gezien. Daarmee helpen ze grotendeels de aquariumbodem proper te houden. Er bestaat hierover echter een misverstand. Vele aquarianen denken dat men deze vissen niet moeten bijvoederen, maar deze vissen hebben zoals de andere aquariumvissen aangepast en gevarieerd voedsel nodig. Men moet er dus voor zorgen dat ook zij het nodige voedsel krijgen.
   
Het gedrag van deze diertjes is boeiend om te zien. Ze grondelen voortdurend de bodem af naar voedsel en wanneer ze naar het wateroppervlak spurten om te ademen is echt een feest om naar te kijken. Ze doen dit omdat ze ademen via hun darmen. Het zijn darm-ademers. Deze diertjes hebben baarddraden aan hun bek. Daarmee zoeken ze hun voedsel. Men moet er dus voor zorgen dat het substraat niet te scherp of te hoekig is zodat ze zich niet kunnen kwetsen aan de steentjes.

   
WATERGROEP:

zacht, zuur water

Ph
6,4-7,4. (Vraag raad aan een aquarium speciaalzaak)
°dKH
3 - 15
°C
24 - 26 (sommige soorten verdragen warmere temperaturen).
 

Voedsel

Het voedsel dat men deze visjes het beste kan geven is diepvriesvoer, levend voer vooral plantaardig voedsel is hier noodzakelijk. Deze vissen eten in de natuur plantaardig voedsel, maar ook wormpjes staan op hun menu. Men kan ze afwisselen voederen om zo tot een optimaal voedselpatroon komen. Zeker niet alleen droogvoer geven Hoe beter men varieert hoe mooier de kleuren zullen worden. Dit geldt voor alle onze vissen.

 

Gezelschap

Men moet deze vissen ook altijd in een schooltje van tenminste 6 stuks houden. Wanneer men dit niet navolgt gaan de vissen hun sociaal gedag niet kunnen ontplooien en gaan hun prachtige kleuren verbleken. Ze zullen zich ook schuil houden in het aquarium en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Pantsermeervallen zijn zeer sociale dieren. In de natuur leven ze soms met 100 in één groep waar ze zich goed voelen, we kunnen dus best zorgen voor enkele soortgenoten. Voor de kweek is het best 3 mannetjes en 1 vrouwtje. Voor de gezelschapsbak mag er even aantal zijn van beide geslachten.
Men kan de harnasmeervallen met karperzalmen, regenboogvissen, labyrintvissen en cichliden samenhouden. 

Inrichting van het aquarium

Vermits men deze visjes in een school houdt, is het best ze in een matig tot groot aquarium te houden (vanaf 70 cm). Dit omdat veel van deze vissen graag rondzwemmen en steeds opzoek zijn naar voedsel. Naast vrije zwemruimte moet men schuilmogelijkheden creëren door langs de wanden een dichte beplanting aan te brengen en doormiddel van op elkaar geplaatste stenen in het aquarium aan te brengen samen met enkele houtblokken. Wanneer men een donker, onscherp substraat (zand) gebruikt geeft dit nog een extra aan de kleuren van de vissen. Witte steentjes schrikt de vissen meestal af en gaat men dus NIET gebruiken. Het aquarium ook niet te sterk verlichten. Gebruik drijfplanten (eendenkroos of eikenbladvaren) om zo tot diffusie verlichting te komen.