Rasbora heteromorpha of Kegelvlekbarbeel
|
|
|
Deze bekende scholenvis is te herkennen aan zijn zwarte plek die zich over heel het achterlijf uitstrekt. De rest van het lichaam is roos tot lichtroos. De bovenste en onderste rand van de vin heeft een iet of wat roze-oranje kleur. Het geslachtsonderscheid in niet altijd even gemakkelijk te zien. Bij het vrouwtje is de buikpartij voller. Ook de zwarte vlek is groter. Deze strekt zich uit tot onder de buik terwijl de zwarte plek bij het mannetje vroeger stopt en dus niet doorloopt tot helemaal onderaan de buik. Nog anders gezegd is de punt die naar onderen toewijst bij het vrouwtje stomper dan die van het mannetje. Als me ze in school ziet zwemmen is het mannetje ook te herkennen aan de dikwijls fellere kleur. Deze zeer vreedzame visjes doen het goed in een gezelschapsbak zolang ze maar
gehouden worden met 8- 10 exemplaren bij elkaar. Alleen of in kleinere groep
gehouden kan het zijn dat deze dieren wegkwijnen en zich nooit laten zien. Deze
kegelvlekbarbelen kan men best houden met andere vreedzame soorten (bv andere
kaperzalmpjes, neon’s, dwergcichliden, …) Ze houden zich meestal
op in het middengedeelte van het aquarium. Daar zoeken ze achter voedsel en
zwemmen ze gezwind door de bak. |
|
|
|
Het voedsel dat men het beste geeft bestaat uit muggenlarven (zwarte- witte), cyclops, artemia (voor de rode kleur), watervlooien, enz. Het menu kan worden aangevuld met droogvoer. Ze eten vrijwel alles wat hun bekjes aankan. In sommige gevallen kunnen deze vissen in de gewenningsperioden wat gestresseerd raken. Voeder ze dan gericht en liefst met het voer dat ze in de aquariumzaak al gevoerd kregen. Later kan men dan overschakelen op ander voedsel. De kweek is niet gemakkelijk. Wanneer men toch een poging wil wagen kan men best de vissen goed voederen met vitaminerijk voedsel (zwarte muggenlarven bevorderd de kuitaanzetting). Zorg ook dat er in het aquarium breedbladige planten aanwezig zijn (anubia’s, echinodorus-soorten). Wanneer beide vissen klaar zijn om te paren gaat het vrouwtje langs de onderzijde van het breedbladig blad over tot het afzetten van kuit, gevolgd door het mannetje. Een gemiddeld legsel telt ongeveer 80 – 100 eitjes. De temperatuur mag nu 27°C bedragen, ph 6-6,5 en zacht water. De vislarfjes kan je best voederen met pas ontloken artemia. Zet elke dag een nieuw kweekje van deze voedseldiertjes op zodat je altijd de nodige voorraad voor handen hebt. |
|
|
| Home | |