Cichliden uit het Malawimeer
 
Dit zijn cichliden die leven in het Afrikaanse Malawimeer.Dit meer heeft een lengte van om en bij de 700 kilometer. Deze vissen hebben in de natuur zeer veel plaats om rond te zwemmen. De bodem is bezaait met stenen. Ze leven langs steenriffen en langs de oever van het Malawimeer. Stenen constructies bieden meestal een gepaste schuilplaats.


In dit soort van biotoop zijn er weinig planten te bespeuren. Men moet vooral voor ogen houden dat deze vissen een zee van plaats nodig hebben.

Deze vissen worden vaak door elkaar gehaald met Tanganyikacichliden. In de waterwaarden verschillen ze van elkaar. Vooral omdat de cichliden uit het malawimeer ZACHT water nodig hebben en de cichliden komende uit Tanganjikameer HARD water nodig hebben.

De grote van deze vissen varieert tussen de 10 cm en 30 cm. Ze houden wel van wat licht en stroming in het aquarium. De meeste leven in groepen of per paar. Ze kunnen soms wel wat druk en agressief zijn. Ze houden ervan om bealgde stenen proper te maken.

WATERGROEP: zeer alkalisch, zacht water met een lage CH.
 
Ph
7,3 - 8,8
TH
3 - 8 °d
CH
5 - 8 °d
°C
25 - 28 Deze Cichliden zijn zoals alle andere cichliden warmte minnende vissen. Hou ze dus niet met een te lage temperatuur.


Voedsel

Het voedsel dat men deze vissen het beste kan geven is diepvriesvoer, levend- en droogvoer. Men kan deze afwisselen enzo tot een optimaal voedselpatroon komen.  Zeker niet alleen droogvoer geven. De kleuren verzwakken dan en na verloop van tijd treedt er leververvetting op. Men kan best 1x per week een hongerdag inlassen. Hoe beter men varieert hoe mooier de kleuren zullen worden. Bij het langdurig voeren van diepvries (muggenlarven) en levendvoedsel is de kans groot dat je een kweekje plaats vind.  Ook moet men oppassen dat men het diepvriesvoer en het levendvoer goed afspoelt alvorens het aan de cichliden te geven!


Gezelschap

Men houdt deze vissen dus het best per koppel ofwel per groep afhankelijk van de soort. Wanneer men dit niet navolgt gaan de vissen hun sociaal gedag niet kunnen ontplooien. Zorg er ook voor dat de visjes gezond uit de aquariumzaak mee naar huis gaan. 
Men kan deze cichliden met bodemvissen en andere cichliden samenhouden die met dezelfde zorgvereisten zitten. 


Inrichting van het aquarium

Men kan de vissen het best in een groot aquarium houden (+120cm). Naast zeer veel vrije zwemruimte moet men schuilmogelijkheden creëren door langs de wanden een rotsstructuur en wat beplanting aan te brengen. De beplanting dient wel tegen cichliden bestand te zijn. Graaf ze desnoods met pot en al in het grind. Omgedraaide kokosnoten, stenen holen, plastic buizen doen het zeer goed als het om schuilplaatsen gaat. Wanneer men een donker substraat gebruikt geeft dit nog een extraatje aan de kleuren van de vissen. Witte zand (lees maaszand) kan ook en in combinatie met leisteen geeft dit een extra affect.  Het aquarium mag goed verlicht worden maar niet overbelichten. Probeer het aquarium ook altijd zo te plaatsen dat de ochtendzon in het aquarium valt, omdat er niks

te vergelijken valt met de weerkaatsing van het zonlicht op hun kleurige schubben. Het belangrijkste is dat de vissen genoeg zwemruimte en schuilplaatsen hebben.


Kweek

Kweek is niet altijd gemakkelijk enige ervaring is soms wel vereist. Geslachtsonderscheid is vaak te zien doordat de mannetjes ronde stippen bezitten aan de aarsvin. Men noemt dit 'eivlekken'. De vrouwtjes hebben dit bijna niet.

 
 
Home