Nannostomus beckfordiFamilie: Karperzalmen (Lebiasinidae)
|
|
|
Deze karperzalm is niet zo heel bekend onder de aquarianen. Nochtans bezit deze karperzalm een mooi kleurpatroon. Afhankelijk van de lichtinval kan de kleur variëren van rozerood tot lichtroos-oranje. Over de lengte van het lichaam is er een donkere zwarte streep te zien. Deze loopt van de staart tot aan het einde van de kop. Boven deze zwarte streep is de kleur iets feller dan onder de streep. Het geslachtsonderscheid is niet gemakkelijk te zien. Kuitrijpe vrouwtjes zijn vaak iets ronder van buik, dus iets meer gevuld. De mannetjes zijn slanker. De Nannostomus beckfordi is een scholenvis en men dient hem dus ook in een
groepje van een 8-tal exemplaren bij elkaar te houden. Mannetjes kunnen onderling
een territorium afbakenen waarbij er koppeltjes kunnen ontstaan. De mannetjes
proberen hun rivalen te bekampen door hun felste kleurenpatroon naar voor te
brengen. Het is leuk om zien hoe dit territoriale gedrag zich afspeelt. Het
zijn vissen die zich in de middelste en bovenste waterlagen ophoud. Meestal
tussen wat oppervlakte beplanting voelen ze zich op hun best. In de natuur loeren
ze onder drijfplanten naar insecten die op het wateroppervlak komen zitten.
Men kan ze best samenhouden met andere rustige karperzalmen. De Nannostomus
beckfordi is verruit de sterkste vis uit zijn soort. De andere soorten kunnen
al wat gevoeliger zijn. Verder zijn ze vreedzaam t.o.v. alle andere vissoorten. Het voedsel dat je deze karperzalm kan aanbieden moet vooral bestaan uit muggenlarven (alle soorten), watervlooien, artemia, cyclops en vooral fruitvliegjes. Op dit laatste zijn ze werkelijk verzot. Wissel voldoende af en voeder af en toe wat bij met droogvoer. Ze nemen het voedsel vooral op van het wateroppervlak. Voeder meerdere malen kleinere hoeveelheden. Wat de kweek betreft hangt het succes vooral af van de kwaliteit van het kweekwater. Voor de kweek kan je best een apart aquarium inrichten. De Nannostomus beckfordi is een geduchte eirover en zal het dus ook niet laten om de eieren van soort genoten op te eten. Voeder voor de kweek de vissen heel goed. Maak hier vooral gebruik van zwarte muggenlarven. Wanneer je dit enkele weken hebt gedaan kan je best het meest opgezette vrouwtje uit het aquarium vangen en naar een kweekbakje overbrengen. Daarna pas het mannetje. Het kweekbakje moet als volg ingericht zijn. Het belangrijkste is het water. Dit moet heel zacht en licht zuur zijn (1 – 2 dGH en 5,5 ph). Daarnaast maak je ook best gebruik van fijnbladige planten (zoals cabomba, javamos, e.d.). Ook kan er gebruik gemaakt worden van bundels wol, deze laat je in het aquariumzaken. Dit eigenlijk de ideale afzetplaats. Als je het maximum uit je koppeltje wil halen dan kan je best de bodem bezaaien met grote knikkers en deze naast elkaar over heel de bodem verspreiden. Het doel hiervan is dat de eitjes na de afzetting door de kleinere opening naar de bodem vallen en de ouderdieren hier niet meer bij kunnen. Na de ei-afzetting kan je best de belichting wat dimmen. Een teveel aan licht is niet aan te raden. Na 4 – 6 dagen komen de eieren uit. Voeder de jongen met past ontloken artemia later cyclops en gezeefde zwarte muggenlarven. De jongen groeien traag. Ververs regelmatig het water en voeder de jongen meermaals per dag. |
|
|
|
| Home | |