Macropodus opercularis of Paradijsvis

Familie: Belontiidae (Labyrintvissen)

By W.Vergauwen

   

De paradijsvis is ook al een oude bekende in onze hobby. Doch zijn er steeds minder mensen die deze vis blijken te kennen. Het is een opvallende vis die vooral opvalt door het vinnenstelsel dat hij bezit. Het mannetje heeft fel ongepaarde sluiervinnen. Vooral de staartvin is sterk uitgegroeid. Vooraan heeft hij zoals bijna alle goerami’s twee sterk verlengde voelsprieten. Rug- en buikvin lopen beide naar het einde toe op een punt. Bij het vrouwtje zijn al deze vinnen veel minder uitgesproken. De kleuren zijn meestal blauworanje gestreept (verticale strepen). Deze kleurencombinatie loopt verder door tot in de vinnen. Het geslachtsonderscheid is niet moeilijk te zien. Het mannetje is groter en heeft een meer uitgesproken vinnenstelsel.

Qua karakter is deze paradijsvis zeker te vergelijken met de Siamese kempvis (Betta splendens). Het mannetje van deze soort is zeker zo agressief t.o.v. mannetjes soortgenoten. Ook vrouwtjes worden dikwijls fel achternagezeten. Wanneer er op dat moment geen schuilplaatsen voor handen zijn dan kan het al eens fataal aflopen voor een dergelijk vrouwtje of mannetje. Ook kan het mannetje van de paradijsvis zich wel eens moeien met andere vissoorten. Je begrijpt natuurlijk dat dit wel eens de vrede in de bak kan verstoren. En dan hebben we nog niet gesproken over het gedrag tijdens de kweek. Wel moet ik evenzeer toegeven dat het karakter van deze paradijsvis sterk verschilt van vis tot vis. De paradijsvis houdt zich vooral op in de middelste en bovenste waterlagen van het aquarium. Wanneer men deze vis wil gaan houden moet men er voor zorgen dat ze in haremverband worden gehouden (1 mannetje en min. 3 vrouwtjes). Probeer er zeker voor te zorgen dat er geen twee mannetjes in éénzelfde aquarium komen te zitten.
De inrichting van het aquarium kan als volgt gebeuren. Zorg voor voldoende schuilplaatsen en drijfplanten of een dergelijke beplanting zodat de planten tot aan het wateroppervlak groeien. Een dichte randbeplanting is ook aan te raden. Daarnaast moet er niet te veel stroming of belichting zijn. Deze vissen staan er ook om bekend dat ze bij temperaturen van 15 – 26 °C kunnen worden gehouden. Temperatuurwisselingen stimuleren de kweek.


Qua voedsel kan men deze vissen alles aanbieden. Zolang men blijft afwisselen en af en toe wat bijvoedert met droogvoer kan men voor een lange tijd in het aquarium houden. Hoe beter de voeding is die je geeft hoe productiever de kweek en hoe feller de kleuren. Muggenlarven, artemia, cyclops, watervlooien, enz.

Wat de kweek betreft daar kunnen we kort in zijn. Zorg er in de eerste plaats voor dat je de ouderdieren goed voedert met vitaminerijk voedsel (zwarte muggenlarven). Daarnaast moet je zorgen dat het aquarium goed is ingericht. Ten eerste zorg je voor een goede oppervlakte beplanting. Drijfplanten en grote planten mogen niet ontbreken. Verder moet de waterstand niet te hoog zijn 30 cm is zeker voldoende.
Wanneer het mannetje begint met het bouwen van zijn schuimnest, zal het er hoogstwaarschijnlijk nog enkele dagen hevig aan toegaan met het najagen van de vrouwtjes. Zorg ervoor dat de vrouwtjes in die periode genoeg kunnen schuilen. Wanneer het mannetje een vrouwtje gevonden om mee te paren gaan ze beiden onder het schuimnest hangen. Vervolgens draaien ze in elkaar (het mannetje om het vrouwtje) daarna volgt het afzetten van de eitjes. Zowel het vrouwtje als het mannetje vangen de eitjes op en brengen ze naar het schuimnest. Dit kunnen er wel een 400 tot 500 zijn. Zorg er voor dat de temperatuur van de lucht boven het schuimnest en de temperatuur van het water dezelfde zijn. Wanneer de eitjes zijn uitkomen en de jongen hun dooierzak hebben verteerd, mag je gaan bijvoederen met pas ontloken artemia en cyclops. Het mannetje bewaakt heel de tijd nog het nest met de jongen.

   
   

FICHE

Lengte : 10 cm
Ph : 6 – 8
°dGH: 5 - 20
Temperatuur: 16 – 26°C
Voedsel : Diepvries-, levend-, droogvoer
Vindplaats : Oost-China
Aquarium grootte Min. 80 cm

 
 
Home