Pelvicachromis taeniatus of Smaragdprachtcichlide

Familie: Cichlidae (Dwergcichliden)

By W.Vergauwen


(mannetje)
   

Deze vis is familie van de alom bekende kersenbuikcichlide. Persoonlijk vind ik deze variëteit (taeniatus) veel mooier van kleur. De Pelviachromis taeniatus is reeds gekend onder verschillen variëteiten en kleuren (ongeveer 10). Het mannetje heeft meestal een roodgekleurde muil. Ook de borst kan een rode schijn aannemen net als de borstvinnen die bovenop de rode kleur een blauw streepje kunnen bevatten. De rest van het lichaam is grijzig van kleur. De staart heeft verschillende kleuren: blauw, paars, geel, zwarte stippen, …. De rugvin neemt de kleur van het lichaam aan maar de bovenste rand kan rood tot oranje gekleurd zijn. Bij een volwassen mannetje zijn de vinnen uitlopend en eindigend op een punt. Het vrouwtje is opmerkelijk kleiner van gestalte. Zij valt op daar haar paars, rode buik. De rugvin is meestal geel tot oranje. Tijdens de balts kunnen deze kleuren enorm snel veranderen. De staart is ook geel met meestal hier en daar wat zwarte stippen. De buikvinnen zijn paars tot zwart afhankelijk van de variëteit. De kieuwdeksels zijn dan weer geel. Als besluit kan men hier stellen dat dit een zeer kleurrijke dwergcichlide is.

Deze dwergcichlide kan men best als paartje houden. Meerdere exemplaren van deze soort in één aquarium houden is om problemen vragen. Heeft men een aquarium groter dan 150 cm dan kan met het wel eens overwegen. Ze zijn vreedzaam en passen zich snel aan, aan hun nieuwe omgeving. Men kan hier praktisch alle vissoort bij houden. Grondelsoorten of vissen die op de bodem leven kunnen wel al eens het slachtoffer worden wanneer de pelvicachromis in de paartijd is. Ze verdedigen hun territorium tegen indringers. Wanneer deze dwergcichlide goed gehouden wordt zal men hem overal in het aquarium aantreffen. Zowel onderaan als aan de oppervlakte als het in middengebied en dit in zijn volle kleurenpracht.
De inrichting van het aquarium kan best als volgt gebeuren: zorg ervoor dat de zijwanden en achterwand van het aquarium goed beplant zijn, plaats langs elke kant van het aquarium een kokosnoot zodat ze hun plaats zelf kunnen uitkiezen, stenenconstructies is zeker ook iets dat niet mag ontbreken. Wanneer men in het midden nog wat plaats overlaat en dit stuk voorziet van een zandige bodem dan is het aquarium helemaal af, om een paartje van deze cichlide te houden. Ze staan bekend voor het doorzoeken van de bodem, zeker wanneer deze uit zand bestaat. Ze slikken als het ware het zand op om het dan via hun kieuwen terug uit te stoten. Als laatste kan nog worden gezegd dat men moet zorgen voor wat diffusieverlichting en een matige tot zwakke stroming.

Deze dwergcichlide is een alleseter. De menu bestaat uit muggenlarven (zwarte, witte), cyclops (vooral bij jonge pelvicachormissen), cichlidenmix, artemia (voor een mooie rode kleur), watervlooien, enz.. Ook een aanvulling van droogvoer wordt geapprecieerd. Wissel af met het soort voedsel dat je hen geeft. Wil je met dit visje een kweekje proberen geef ze dan krachtig voer.



(vrouwtje)


Het kweken van deze vissen verloopt praktisch hetzelfde als dat van de gewone kersenbuikcichlide. Eerst moet men zorgen dan men een bij elkaar passend koppel heeft. Dan pas zal het paartje overgaan tot de balts. Het vrouwtje gaat dan bibberend en sidderend voor het mannetje hangen en toont haar buik. De kleuren die de vissen dan hebben is gewoonweg prachtig. Vervolgens kiezen ze een plaatsje waar de eiafzetting zal plaats hebben. Meestal is dit een omgedraaide kokosnoot of een bloempot die een opening heeft die juist groot genoeg is. In de literatuur staat beschreven dat het vrouwtje dan begint met de graaf werkzaamheden. Bij mij is die nooit gebeurt. Ze vonden een plaatsje en begonnen dan onmiddellijk met de eiafzetting. Het mannetje is in die periode vuurrood van kleur. Het is dan vooral het vrouwtje dat het nest verdedigd. Het mannetje komt af en toe wel eens kijken maar gaat nooit verder dan de ingang. Na 2 à 3 dagen (afhankelijk van de temperatuur) komen de eitjes uit. Ze blijven als een bol kleine larfjes bij de moeder die ze naar de voedzaamste plaatsen

loodst. We geven de jongen best pas uitgekomen artemia, cyclops, gezeefde zwarte muggenlarven, … Het beste resultaat krijgt men wanneer men het koppel overbrengt naar een aparte kweekbak.

   
 

FICHE

Lengte : Mannetje 8 cm en vrouwtje 6 cm
Ph : 6 - 7
°dGH: 8 - 17
Temperatuur: 25-28°C;
Voedsel : levend- en diepvriesvoer.
Vindplaats : Nigeria
Aquarium grootte Min. 100 cm