Pelvicachromis pulcher of Kersenbuikcichlide

Familie: Cichlidae (Dwergcichliden)

By W.Vergauwen

   

Deze cichlide is een van de bekendste cichliden die er tegenwoordig worden ingevoerd. Al is er van import niet veel sprake meer. Mede doordat deze cichlide zich uitermate gemakkelijk laat kweken. Het mannetje is te herkennen aan zijn mooi roodgekleurde borst en zijn sterk verlengde vinnen. Meestal zijn de borstvinnen bekleed met een blauw streepje. Aan het topje van de staart kan men ook verschillende kleuren waarnemen, variërend van geel tot hetzelfde blauw dat men terugvindt bij de borstvinnen. Over het ganse lichaam, dus van kop tot staart loop een zwarte horizontale streep. Ook de rugvin heeft deze kleur, enkel de topjes kunnen lichter van kleur zijn, meestal oranje rood. De aarsvin en de staart kunnen als achtergrondkleur soms wat lila uitslaan. Het vrouwtje daarentegen is veel kleiner en heeft minder uitlopende vinnen. Het grootste kenmerk bij haar is haar rode tot paarse buik die ronder is dan dat van het mannetje. De rugvin is kleiner en meer gelig van kleur. Ook is bij het vrouwtje de dwarsband te zien die loopt van kop tot staart. De buikvinnen van het vrouwtje hebben meestal dezelfde kleur dan die van haar buik, rood tot paars soms ook gelig. Als belangrijkste verschillen kunnen we samenvatten dat het vrouwtje kleiner blijft en geen verlengingen heeft aan de vinnen.


De kersenbuikcichlide houdt men best als koppel in een vrij groot aquarium. Het zijn vredelievende vissen buiten de paartijd. Dan doen ze geen vlieg kwaad. Wanneer u een harmonieus koppel hebt, wat eigenlijk wel noodzakelijk is, zal je ze vrijwel altijd in elkaars buurt zien. Met een harmonieus koppel bedoel ik dat de man het vrouwtje niet constant verjaagd of achterna zit. Soms kan het zijn dat je een mooie volwassen man aankoopt en dat het vrouwtje nog niet volwassen is en nog vrij klein toont. Let hier mee op, het is best twee gelijke vissen te kopen, doe je dit niet dan kan het zijn dat het vrouwtje wordt verjagen tot de dood erop volgt. Reden hiervoor is dat het mannetje wil gaan paren en dat het vrouwtje daar nog niet aan toe is. Ook kunnen er verschillen zijn bij vissen van dezelfde grootte. Zo kan je in een aquariumwinkel een mooi gekleurd mannetje zien zitten dat steeds dominant zijn territorium verdedigd tegen soortgenoten. Als er dan geen gezond of dominant vrouwtje bijzit en je neemt een reeds verzwakt vrouwtje mee naar huis dan kan zich hier hetzelfde voordoen dan hierboven al besproken. Mannetje jaagt vrouwtje op , vrouwtje sterft. Een harmonieus koppel aankoppen is dus de boodschap.

Deze vissen houden zich meestal in de middelste en onderste waterlagen op. Ze doorzoeken de bodem naar voedsel, dit doen ze door zand in hun muil op te nemen en dit als het ware te filteren door hun kieuwen.

De inrichting van het aquarium dient als volgt te gebeuren. Het beste is te beginnen met het kiezen van een zandige bodem. Dit hebben de vissen het liefst. Redenen hiervoor zijn dat ze tijdens de kweek kuiltjes kunnen uitgraven om hun jongen in te verstoppen, ook is een zandige bodem goed voor hen omdat ze dan naar voedsel kunnen zoeken. Naast een zandige bodem moeten er zeker voldoende schuilplaatsen zijn onder de vorm van halve kokosnoten met een kleine opening, stenen constructies, dichte randbeplanting (javavaren, javanmos, …), bloempotten, plastic buizen, … kortom alles waarin ze zich kunnen verstoppen. Deze schuilplaatsen zijn tevens heel goede paaiplaatsen. De verlichting dient niet al te fel te zijn zoals ook de stroming niet te hard mag zijn. Ze houden immers van een rustig aquarium. De temperatuur van het water mag gerust wat hoger zijn 25 – 26 °C voldoen goed.


Het voedsel
dat je deze vissen mag aanbieden varieert van diepvries en levend tot droogvoer. Zorg er wel altijd voor dat het zeer gevarieerd is. Zwarte muggenlarven, artemia, watervlooien, cyclops, … zijn goede voedseldiertjes die ze maar al te graag op hun menu zien staan. Vul dit ganse dieet nog wat aan met droogvoer, cichlide sticks en je zal een zeer goede basis hebben voor een gezond cichliden koppel.


Ik mag toch wel stellen dat het kweken van de kersenbuikcichlide het gemakkelijkst verloopt t.o.v. alle andere dwergcichilden. De kersenbuikcichlide kan je kweken in gewoon leidingwater. Het enige en misschien het moeilijkste van heel het opzet is er voor te zorgen dat je in het bezit komt van een koppel dat bij elkaar past. Dit is niet altijd het geval. Wanneer je toch bij de gelukkige bent om zo’n koppel te bezitten dan mag je binnen met het inrichten van je kweekbak. Dit doe je best door gebruik te maken van een zandige bodem en door het plaatsen van verschillende kokosnootschalen,bloempotten, plastic buizen, enz. Alles kan dienen zolang er maar een holte ontstaat waar ze de eieren in kunnen afzetten. Kersenbuikcichliden zijn holenbroeders, men zal ze dus nooit op een steen eieren zien afzetten zonder dat er iet of wat beschutting boven en naast is. Wanneer ze een plekje hebben gekozen beginnen de renovatiewerken. Beide vissen beginnen dan met het verplaatsen van het zand tot ze maar net meer in de holte kunnen. Bij het baltsen heeft het vrouwtje de leiding en bied ze al sidderen haar rode buik aan. Ze draait zich daarbij in een “s” vorm.

Ook het mannetje zal staan bibberen. Meerdere malen zal het mannetje het vrouwtje voorleiden in een hol.Wanneer er eitjes zijn afgezet (dit kunnen er een 100-tal zijn), is het vrouwtje de enige die het nest bewaakt. Het mannetje bewaakt wel zijn territorium maar zal niet al te dicht bij het nest zijn.

Wanneer de eitjes uitkomen zal hij wel terug deelnemen om zijn kroost ten volle te verdedigen. In deze periode zijn de kersenbuikcichliden iets agressiever t.o.v. de andere medebewoners, wat eigenlijk niet meer dan normaal is. Na het uitkomen van de eitjes duurt het nog ongeveer 7 dagen vooraleer ze het nest verlaten. Na 2 – 3 maanden hebben de jongen al een afmeting van 2 – 4 cm wat heel veel is t.o.v. andere dwergcichliden.
Geef de kleintjes zo fijn mogelijk voedsel. Pas ontloken artemia, cyclops (diepvries) kunnen worden gegeven, in een later fase ook gezeefde zwarte muggenlarven. De ouders zorgen zeer goed voor de jongen en zullen ze ook naar de plaatsen leiden waar voedsel te vinden is. Zorg er ook voor dat de ouders genoeg eten hebben zodat ze op krachten kunnen blijven.

 
 

FICHE

Lengte : Mannetje 9 cm en vrouwtje 6 cm
Ph : 6,8 – 7,5
°dGH: 5-13
Temperatuur: 24-28°C;
Voedsel : levend- en diepvriesvoer.
Vindplaats : Zuid-Negeria
Aquarium grootte Min. 100 cm

 


(Pelvicachromis pulcher - albino - man)

   
   
Home