Pristella maxillarisFamilie: Karperzalmen (Characidae) By W.Vergauwen |
|
|
Pristella maxillaris is naar mijn menig een zeer mooi visje. Wanneer men in het bezit is van een dicht beplant aquarium dan zal deze scholenvis zeker niet misstaan. Zijn lichaam heeft een wat doorschijnende kleur. Dat op latere leeftijd iets meer naar de wittere kant overgaat. De staart is rood, maar de kleur laat zich niet altijd even goed opvallen. Je kan dit bevorderen door het voederen van artimea. De andere vinnen hebben mooie afwisselende kleuren. Beginnend bij geel daarboven zwart en om te eindigen met wit. Sommige vissen die in de handel worden aangeboden hebben een zwart stipje ter hoogte van hun hart. Het geslachtsonderscheid is te zien doordat het vrouwtje een vollere buikpartij heeft en meestal ook iets groter wordt. Het mannetje wordt ongeveer 4,5 – 5 cm lang terwijl het vrouwtje 5- 5,5 cm kan worden. Dit is ook afhankelijk van de grootte van het aquarium. Pristella maxillaris een scholenvis die men het best houdt met 6 – 10
exemplaren bij elkaar. Anders zijn ze in een drukbevolkt aquarium eerder schuw
en verliezen ze hun mooie kleuren. Het zijn vreedzame vissen die men het beste
houd bij vissen van ongeveer dezelfde grootte. Groter mag, de vis zal daar niet
zoveel last van ondervinden. Ze stellen niet veel eisen. Het voedsel dat deze vissen tot zich nemen varieert van muggenlarven, cyclops, artimea tot droogvoer. Het spreekt voor zich dat de eerste 3 genoemde het beste zijn en dat het laatste als aanvullend wordt beschouwt. Geef ze vooral in de gewenningsperiode diepvries voer. Men kan stellen dat deze vis een alleseter is. De kweek is volgens sommige aquarianen niet zo moeilijk terwijl andere dat dan weer tegenspreken. Ik heb het zelf nog niet geprobeerd. ‘Van horen zeggen’: je moet de ouderdieren goed voederen, je moet hier zo ongeveer 2 weken op voorhand mee beginnen. Zorg voor zacht water, de ph mag 7 zijn is deze lager des te beter. Voor het beste resultaat brengt men deze vissen het beste over naar een aparte kweekbak. Plaats in dat bakje wat javamos. Hier zullen de ouderdieren dan uiteindelijk hun eieren in afzetten. . Een temperatuur van 27 is goed. Een volgend punt waarmee rekening moet worden gehouden is dat je moet zorgen voor een goed bij elkaar passend kweekstel. Vaak wil het niet lukken met da koppel dat je in je kweekbak hebt gestoken. Wissel dan eens van partner, dit kan helpen. Als het lukt dan zal je zien dat dit een zeer productief visje is ± 200 eitjes. Voeder de pas uitgekomen larfjes met infusie-diertjes, cyclops, je kan ook eens proberen met vloeibaar voedsel. |
|
|
|