Rasbora hengeli of hockeystickbarbeel

Familie: Cyprinidae (karperachtigen)

By W.Vergauwen

 

 
   

De vis is soms moeilijk te onderscheiden van het kegelvlekbarbeeltje (Rasbora heteromorpha). Nochthans zijn er enkele verschillen die we duidelijk kunnen zien. Als eerste verschil is er de lengte van de vis. De Rasbora hengeli is ongeveer 0,5 tot 1 cm kleiner dan zijn aanverwant de kegelvlekbarbeel. Een tweede verschil is de kleur van beide vissen. Bij de Rasbora hengeli is de kleur iets meer oranje terwijl de kleur van het kegelvlekbarbeeltje meer roze is. Nog een kenmerk waardoor de twee soorten zich van elkaar onderscheiden is de zwarte vlek achteraan op de vis. Bij de Rasbora hengeli is deze blauw paars van kleur en kleiner.
Het geslachtsonderscheid van de Rasbora hengeli is hetzelfde te zien dan bij de Rasbora heteromorpha. Het vrouwtje heeft doorgaans een vollere buikpartij en is ook iets groter. Bij vrouwtjes die kuit aangezet hebben is het alsof ze te kampen hebben met buikwaterzucht.

Deze zeer vreedzame visjes doen het goed in een gezelschapsbak zolang ze maar gehouden worden met 10 exemplaren bij elkaar. Alleen of in kleinere groep gehouden kan het zijn dat deze dieren wegkwijnen en zich nooit laten zien. Deze hockeystickbarbelen kan men best houden met andere vreedzame soorten (bv andere kaperzalmpjes, neon’s, dwergcichliden, …). Kortom vissen die niet veel groter worden dan zij zelf. Ze houden zich meestal op in het middengedeelte van het aquarium. Daar zoeken ze achter voedsel en zwemmen ze gezwind door de bak.
De inrichting van de bak kan als volgt gebeuren: beplant het aquarium goed langs de achterwand en zijwanden. Dichte plantenbundels bieden deze vissen de geschikte schuilplaats. Een donkere bak met zacht en nitraat vrij water komt deze vissen ten goede. Diffusie verlichting kan men bekomen door het plaatsen van drijfplanten. Over turf filteren kan een positief effect hebben bij deze dieren.

Het voedsel dat men het beste geeft bestaat uit muggenlarven (zwarte- witte), cyclops, artimea (voor de rode kleur), watervlooien, enz. Het menu kan worden aangevuld met droogvoer. Ze eten vrijwel alles wat hun bekjes aankan. In sommige gevallen kunnen deze vissen in de gewenningsperioden wat gestresseerd raken. Voeder ze dan gericht en liefst met het voer dat ze in de aquariumzaak al gevoerd kregen. Later kan men dan overschakelen op ander voedsel.

De kweek is niet gemakkelijk. Wanneer men toch een poging wil wagen kan men best de vissen goed voederen met vitaminerijk voedsel (zwarte muggenlarven bevorderd de kuitaanzetting). Zorg ook dat er in het aquarium breedbladige planten aanwezig zijn (anubia’s, echinodorus-soorten). Wanneer beide vissen klaar zijn om te paren gaat het vrouwtje langs de onderzijde van het breedbladig blad over tot het afzetten van kuit, gevolgd door het mannetje. Doordat ze hun eieren afzetten langs de onderzijde van een blad biedt dit onmiddellijk iets of wat bescherming. De medebewoners zullen de eieren minder snel opmerken. Een gemiddeld legsel telt ongeveer 80 – 100 eitjes.
De temperatuur mag nu 27°C bedragen, ph 6-6,5 en zacht water. De vislarfjes kan je best voederen met pas ontloken artimea. Zet elke dag een nieuw kweekje van deze voedseldiertjes op zodat je altijd de nodige voorraad voor handen hebt.

 
 

FICHE

Lengte: 4 - 5 cm
Ph : 5 - 7
°dGH: 2 - 12
Temperatuur: 24 - 27°C
Voedsel : Diepvries-, levend-, droogvoer
Vindplaats : Sumatra, Thailand
Aquarium grootte Min. 60 cm