Megalamphodus sweglesi of Rode fantoomzalmFamilie: Karperzalmen (Characidae) By W.Vergauwen |
|
|
Dit visje heeft als kenmerk dat het lichaam een mooie rode kleur heeft (deze is niet bij iedere vis even uitgesproken, veel hangt af van de waterwaarden waarin dit visje wordt gehouden). Een tweede kenmerk is de zwarte druppelvormige schoudervlek. Het geslachtsonderscheid is niet moeilijk om te zien. Het mannetjes is slanker dan het vrouwtje maar heeft een verlengde rugvin. Deze gebruikt hij om te baltsen of te dreigen tegen anderen mannetjes. De rode fantoomzalm is een scholenvis die men het best houdt met minimaal 8
exemplaren. Visjes die niet in schoolverband worden gehouden zijn schuw en verliezen
snel hun kleur. Zullen zich vaak ophouden tussen de planten en men zal ze dus
niet vaak te zien krijgen. Ze houden zich meestal op in de middelste waterlagen.
Ze zijn zeer vreedzaam t.o.v. andere soorten. De mannetjes kunnen onderling
wel eens schijngevechten houden maar deze zijn volledig ongevaarlijk. Ze verwonden
elkaar niet. Hou ze samen met niet al te grote levendige vissen. Het voedsel mag bestaan uit muggenlarven (zwarte), cyclops, artimea (voor de rode kleur), watervlooien en als aanvulling droogvoer. Afwisselend voeren is zeker een pluspunt voor deze vissen (voor elke vis trouwens). Ze eten alles wat hun kleine muilen aankunnen. Voor de gewenningsperiode echter kan men best vragen wat ze in de aquariumwinkel te eten kregen. Koop dit voer en voeder ze daar nog wat mee tot ze de bak gewoon zijn. De kweek is niet zo heel gemakkelijk. Veel hangt af van de juiste waterkwaliteit. Een ph van 6 en een °dGH van 4 is belangrijk. Zorg voor genoeg afzetplaatsen (javamos en fijn gevederde planten). Ook is het belangrijk de vissen afwisselend te voeren. Een derde punt is een gepast kweekstel. D.w.z. een volwassen mannetje en een kuitrijp vrouwtje. Het opkweken van de jongen is wel moeilijk. Geeft ze zeer fijn voer te eten (infuus, artimea-naupaliën, cyclops). Is geen gemakkelijke vis om verder op te kweken. |
|
|
|