Aphyocharax anisitsi of Roodvinzalm

Familie: Karperzalmen (Characidae)

By W.Vergauwen

   
   

Dit mooie scholenvisjes herkent men aan de rode vinnetjes en het semi-transparante lichaam dat afhankelijk van het zonlicht blauw, beige, geel, violet kleurt. Aan het uiteinde van de aarsvin vinden we soms een wit plekje terug. Het geslachtsonderscheid is niet moeilijk te zien. Mannetjes zijn slanker en hebben een minder volle buikpartij dan de vrouwtjes. Men kan zeggen dat de vrouwtje iet of wat groter zijn.

De roodvinzalm is beslist een scholenvis die dient te worden gehouden in een groepje van minimaal 7 – 10 exemplaren. In een kleinere groep gehouden zijn ze vaak schuw en zullen ze nooit een mooie kleuren laten zien. Het zijn vinnige vissen die steeds in beweging zijn. Ze zwemmen zéér graag en men dient hen hiervoor dan ook de nodige plaatst te geven. Ze zijn zeker vreedzaam t.o.v. andere vissen, maar vissen die op hun rust gesteld zijn en die niet houden van drukte in de bak, kunnen beter niet samengehouden worden met de roodvinzalm. De roodvinzalm houdt zich vooral op in de middelste en bovenste waterlagen.
De inrichting kan best als volgt gebeuren. Zorg voor voldoende zwemruimte. Dit is een eerste belangrijke vereiste waaraan dient te worden voldaan. Langs de zijwanden van het aquarium kan men een dicht beplanting zetten. Liefst van al planten die tot aan het wateroppervlak reiken. Ook fijn gevederde planten mogen niet ontbreken. Deze zijn immers goede paaiplaatsen voor deze karperzalm. Naast open zwemruimte en dichte zijwandbeplanting moet de bodem niet te licht van kleur zijn. De kleur van de roodvinzalm is op zijn best wanneer hij gehouden wordt met een donkere ondergrond. Ze houden van zuurstofrijk en zuiver water.

Het voedsel dan men aanbied moet afwisselend en vitaminerijk zijn. Het beste geeft men de gewone soorten van voedsel: muggenlarven, cyclops, artemia, watervlooien, fruitvliegjes, … Wissel dit menu af met de nodige hoeveelheid droogvoer en we komen tot een ideaal dieet.

De kweek is op zich niet moeilijk. De vissen zijn vrijleggers en zetten meestal eieren af nabij het wateroppervlak. Drijfplanten en planten die tot aan het wateroppervlak reiken mogen dus zeker niet ontbreken. Javamos en eikenvaren bladeren (als drijfplant) zijn hier zeer geschikt, vooral wanneer men het javamos min of meer aan de oppervlakte kan bevestigen. De ouders dienen op voorhand goed te worden gevoederd (zwarte muggenlarven). De ouders zijn eirovers dus na de eiafzetting zo snel mogelijk de ouders uit de kweekbak vangen. Na ongeveer 24u komen de jongen uit. Dit is afhankelijk van de temperatuur en de waterconditie. Kweek de jongen op met artemia-naupliën of zeer fijn stofvoer. Voeder meermaals per dag en begin 2 weken na het uitkomen van de eieren met het water verversen, zodat de jongen in proper water zwemmen.

 
 

FICHE

Lengte : 5 cm
pH : 6 – 7
°dGH: 3 – 16
Temperatuur: 23 - 26°C
Voedsel : Levend-, diepvies- en droogvoer
Vindplaats : Zuid-Amerika
Aquarium grootte Min. 80 cm