Sherrybarbeel of Puntius titteyaFamilie: Karperachtigen (Cyprinidae) By W.Vergauwen |
|
|
Deze barbeel is herkenbaar aan zijn oranje rode kleur die vooral bij de mannetjes het meest uitgesproken is. Mannetjes die klaar zijn voor de balts zijn dikwijls dieprood gekleurd. De vrouwtjes zijn meer beige tot geelbruin gekleurd. In het midden van hun flanken en over de hele lengte van hun lichaam heeft de sherrybarbeel een iet of wat zacht zwart streepje. Dit is niet altijd even duidelijk. De kop heeft vaak ook enkele zwarte plekken. De uiteinden van de vinnen kunnen hier en daar ook een zwart streepje hebben. Zoals hierboven reeds vermeld zijn de mannetjes feller van kleur. Vrouwtjes kunnen een rondere borst hebben als is dit kenmerk niet altijd een goede referentie. De sherrybarbeel is een scholenvis en men dient hem bijgevolg dan ook in een
schooltje te houden. Een school van minstens 8 exemplaren kan volstaan. Het
zijn met momenten levendige vissen die hun temperament durven uiten. Alle barbelen
zijn vissen die graag zwemmen, ook deze sherrybarbeel is hier geen uitzondering
op. Ze houden zich meestal op in de middelste waterlagen. Minder actieve vissen
kunnen soms al eens last ondervinden wanneer deze barbeel in drukke doen is.
Verder zijn ze vreedzaam t.o.v. andere soorten. Wat het voedsel van deze barbeel betreft kan ik kort zijn. Ze eten vrijwel alles: muggenlarven, watervlooien, cyclops, artemia, stukjes sla, … Dit menu aanvullen met droogvoer (vlokken , korrels, …) en je zult je vissen in topconditie de bak zien rondzwemmen. De kweek van deze vissen is vergelijkbaar met de meeste soortgenoten
(barbelen in het algemeen dus). Tijdens de balts gaan de mannetjes elkaar proberen
imponeren met hun wijd uitgespreide vinnen. Het kuitschieten gebeurt meestal
in de buurt van een bosje javamos, cabomba-planten, … Het beste is de
ouders te verwijderen na de eiafzetting, dit om te voorkomen dat de ouderdieren
de eitjes niet gaan opeten. Het is niet altijd simpel om de jongen op te kweken.
Het juiste voer op het juiste moment is hier wel belangrijk. Best begin je te
voederen met past ontloken artemia. Men mag pas beginnen voederen wanneer de
dooierzak volledig verteerd is. Een regelmatige waterverversing zorgt ervoor
dat de jongen in een constant proper milieu leven en hierdoor zullen ze beter
gaan groeien. |
|
|
|