Tanganyikacichliden

   
   

Dit zijn cichliden die leven in het Afrikaanse Tanganyikameer. Deze vissen hebben in de natuur zeer veel plaats om rond te zwemmen. De bodem is bezaait met stenen. Ze leven langs steenriffen en langs de oever van het T-meer. Stenen constructies bieden meestal een gepaste schuilplaats. Maar de slakkenhuisen die op de bodem verspreid liggen zijn begeert als schuilplaats. In dit soort van biotoop zijn er weinig planten te bespeuren. Men moet vooral voor ogen houden dat deze vissen een zee van plaats hebben.

De grote van deze vissen varieert tussen de 5 cm en 20 cm. Ze houden wel van wat licht en stroming in het aquarium. De meeste leven in groepen of per paar. Ze kunnen soms wel wat druk en agressief zijn.

WATERGROEP: zeer alkalisch, middelhard water met een hoge CH
 

Ph
7,3 - 8,8
°dKH
10 - 25
°C
25 - 28 Deze Cichliden zijn zoals alle andere cichliden warmte minnende vissen. Hou ze dus niet met een te lagen temperatuur.
   

Voedsel

Het voedsel dat men deze visjes het beste kan geven is diepvriesvoer, levend- en droogvoer. Men kan deze afwisselen enzo tot een optimaal voedselpatroon komen.  Zeker niet alleen droogvoer geven. De kleuren verzwakken dan en na verloop van tijd treedt er leververvetting op. Men kan best 1x per week een hongerdag inlassen. Hoe beter men varieert hoe mooier de kleuren zullen worden. Bij het langdurig voeren van diepvries (muggelarven) en levendvoedsel is de kans groot dat je een kweekje plaats vindt.  Ook moet men oppassen dat men het diepvriesvoer en het levendvoer goed afspoelt alvorens het aan de cichliden te geven!


   

Gezelschap

Men houdt deze vissen dus het best per koppel ofwel per groep afhankelijk van de soort. Wanneer men dit niet navolgt gaan de vissen hun sociaal gedag niet kunnen ontplooien. Zorg er ook voor dat de visjes gezond uit de aquariumzaak mee naar huis gaan. 
Men kan deze cichliden met bodemvissen en andere cichliden samenhouden die met dezelfde zorgvereisten zitten.  

Inrichting van het aquarium

Men kan de vissen het best in een groot aqarium houden (120cm). Naast zeer veel vrije zwemruimte moet men schuilmogelijkheden creëren door langs de wanden een rotsstructuur en wat beplanting aan te brengen. De beplanting dient wel tegen cichliden bestand te zijn. Graaf ze desnoods met pot en al in het grind. Omgedraaide kokosnoten, stene holen, plastice buizen, slakkenhuisjes doen het zeer goed als het om schuilplaatsen gaat. Wanneer men een donker substraat gebruikt geeft dit nog een extraatje aan de kleuren van de vissen. Witte zand kan ook en in combinatie met leisteen geeft dit een extra affect.  Het aquarium mag goed verlicht worden maar niet overbelichten. 
Probeer het aquarium ook altijd zo te plaatsen dat de ochtendzon in het aquarium valt, omdat er niks te vergelijken valt met de weerkaatsing van het zonlicht op hun kleurige schubben. Het belangrijkste is dat de vissen genoeg zwemruimte en schuilplaatsen hebben.

De kweek

Kweek is niet altijd gemakkelijk enige ervaring is zeker vereist.

 


(Cyphotilapia frontosa)