Tateurndina ocellicauda

 Familie: Grondels (Gobiidae, Eleotrididae)

By W.Vergauwen

   
   

Deze vis behoort zeker tot de kleurrijkste siervissen. Alhoewel deze vis niet overal verkrijgbaar is zal hij, wanneer hij toch aangeboden wordt, zeker opvallen. De kleuren gaan van blauw over rood, naar goudgeel en afhankelijk van het licht een donker groene schijn aan de kop. Het vrouwtje heeft dezelfde kleuren. Het enige verschil in kleur tussen het mannetje en het vrouwtje is dat het vrouwelijk dier een fellere gele buik heeft. Een ander geslachtsonderscheid is dat het mannetje een bult op het voorhoofd heeft. De kop van het vrouwtje loopt in een lijn door naar de rug, terwijl bij het mannetje er zich een knik naar boven voordoet. Het vrouwtje blijft doorgaans ook iets kleiner.

De Tateurndina ocellicauda houdt men het best in een harem ( 1 mannetje en 2 vrouwtjes). Zo voorkomt men dat de mannetjes onderling gaan vechten. Wanneer u echter in het bezit bent van een groter aquarium (+120 cm) kan u gerust 2 mannetjes met meerdere vrouwtjes houden. Hou ze samen met niet al te drukken vissen. De Tateurndina is een rustige vis die zich, ondanks zijn familie naam ‘Grondel’, overal in het aquarium ophoud. Zij zelf zijn zeer vreedzaam t.o.v. andere vissoorten. In de gewenningsperiode (1ste tot 2de week na aankoop) dient men deze vissen wat meer aandacht te geven. Vooral bij het voederen.
Richt uw aquarium in met veel beplanting. Dichte plantenbossen langs zijkanten worden zeker geapprecieerd. Ook het plaatsen van kienhout en stenenconstructies is een groot pluspunt. Deze vissen hebben beslist wat schuilplaatsen nodig wanneer je een druk bezet aquarium hebt. Ook in de gewenningsperiode wordt er van de schuilplaatsen regelmatig gebruik gemaakt. De bodem kan het best wat zandig zijn. Liever een kleinere korrel dan grof substraat. De verlichting moet niet te intens zijn. Het plaatsen van drijfplanten kan hier een oplossing bieden. Ze houden van een warme omgeving, een temperatuur van 26°


Het voedsel dat deze vissen aannemen bestaat hoofdzakelijk uit levend- en diepvriesvoer. Vooral in de gewenningsperiode is het belangrijk hetzelfde voedsel te geven dan dat ze in de aquariumzaak kregen. Voeder ze gevarieerd met watervlooien, cyclops, pekelkreeftjes, muggenlarven (alle soorten). Verder kan je het menu aanvullen met droogvoer of voedertabletten. Gevarieerd voederen bevorderd de kleuren.

De kweek gebeurt meestal in een holte en dan nog het liefst van al in een pijpje waar beiden juist in kunnen (diameter van ongeveer 2-3 cm). Dit pijpje iets in het substraat in graven. Het vrouwtje legt de eieren in het pijpje en het mannetje bewaakt het legsel tot de eitjes zijn uitgekomen. Het vrouwtje is geslachtsrijp als zij met een gele dikkere buik rond zwemt. Drijf de temperatuur dan lichtjes op met 2 à 3 graden. Voeder ze goed met afwisselend levend- en diepvriesvoer. Wanneer je het mannetje niet meer ziet wanneer je, je vissen eten geeft dan kan je er bijna zeker van zijn dat hij ergens zijn legsel heeft. Dit duurt ongeveer 4 dagen.

   
   

FICHE

Lengte : 5 cm
pH : 6 – 7
°dGH: 8 – 17
Temperatuur: 25 - 29°C
Voedsel : Levend-, diepvies- en droogvoer
Vindplaats : Nieuw-Guinea
Aquarium grootte Min. 60 cm