Vorkstaart regenboogvis of Pseudomugil furcatus

Familie: Kornaar- en regenboogvissen (Altherinidae, Melanotaeniidae)

By W. Vergauwen

   
   

Deze zwemlustige regenboogvis is te herkennen aan zijn semi-transparant lichaam dat een gele schijn bevat. De rugvin bestaat u 2 delen te beginnen met een klein vinnetje en na de scheiding een grotere rugvin. Al de vinnen hebben dezelfde kleur dan het lichaam al gaan ze naar het einde toe veel feller geel gekleurd zijn. De staartvin heeft twee zwarte strepen respectievelijk één bovenaan en één onderaan. Afhankelijk van de lichtinval kleurt het oogje van deze vis mooi licht blauw. Het geslachtsonderscheid is te zien doordat de mannetjes veel feller gekleurd zijn en de vinnen groter zijn dan die van de vrouwtjes. Dit is enkel te zien bij volwassen exemplaren.

Het vorkstaartje is een scholenvis die men moet samenhouden in een groepje van 8-10 dieren. Worden ze met minder gehouden dan voelen ze zich vaak minder goed en zullen ze nooit hun prachtige kleuren laten zien. Ook zullen zijn wanneer met 4 gehouden dikwijls durven wegkruipen tussen de beplanting. Het zijn vreedzame dieren die gerust met andere soorten kan worden gehouden. Het beste is echter wel ervoor te zorgen dat de medebewoners niet veel groter zijn dan zij zelf. Ze houden zich op nabij het midden en de bovenste waterlagen van het aquarium.
Wat de inrichting betreft moet men ervoor zorgen dat er voldoende zwemruimte aanwezig is. Naast voldoende zwemruimte moet men opteren voor een dichte randbeplanting. Dit is heel belangrijk. Het vorkstaartje houdt immers om zich daar in te verstoppen wanneer ze zich bedreigd voelen of wanneer ze zin hebben om te spelen (meestal gepaard gaan met baltsen). De dieren houden ook van wat stroming in het water. Men dit de uitstromer dus niet te stil te zetten. Geef ze naast een goed beplante bak ook een donkere bodem en voldoende verlichting en deze regenboogvissen zullen je belonen met het gezwind door de bak zwemmen. Wat je misschien ook nog kan doen wanneer je daarvoor de juiste plaats hebt is het aquarium zo te plaatsen dat invallend zonlicht in de bak valt (liefst van al nog de ochtend zon). Ook het plaatsen van drijfplanten is een positief punt.

Wat de voeding betreft kan men vrijwel alles voederen: muggenlarven, cyclops, artemia, watervlooien, fruitvliegjes, … Wissel dit menu dan nog eens af met wat droogvoer onder de vorm van vlokken en of sticks en je bekomt het optimale dieet voor deze visjes. Gevolg hiervan is dat je mooi volgroeide vissen met prachtige kleuren bekomt.

De kweek is niet zo moeilijk ware het niet dat je moet zorgen voor de juiste inrichting van de kweekbak. Een juiste inrichting wil zeggen voldoende randbeplanting (liefst hoornblad, cabomba-soorten, waterpest, eventueel drijfplanten …) m.a.w. fijn gevederde planten. Op de bodem mag je stukken java mos leggen en als je kunt mag je deze ook langs de zijwanden hangen. Liefst van al nog bovenaan. Wanneer de vissen, die goed gevoederd werden op voorhand, kuit geschoten hebben kan je ze best weghalen uit de kweekbak. De eitjes zullen na 14 dagen uitkomen, dus raak niet in paniek wanneer je geen jonge ziet na een paar dagen. Het duurt een tijdje vooraleer ze uitkomen. Het kuitschieten kan je bevorderen door invallen zonlicht in de bak te laten schijnen. Dit is zo voor alle regenboogvissen.
De opkweek kan gebeuren met artemia-naupliën later fijn stofvoer en gezeefde muggenlarven en watervlooien. Begin na twee weken, te rekenen na het uitkomen van de eieren, met verversen van aquariumwater zodat de jongen in proper water kunnen opgroeien, dit bevorderd de groei.

 
 

FICHE

Lengte : 5 cm
pH : 7 - 8
°dGH: 5-12
Temperatuur: 22-28°C
Voedsel : zowel vlokken als levend- en diepvriesvoer.
Vindplaats : Papua Nieuw –Guinea
Aquarium grootte Min. 60 cm