Puntius pentazona pentazona of VijfstreepbarbeelFamilie: Karperachtigen (Cyprinidae) By W.Vergauwen |
![]() |
|
De vijfstreepbarbeel wordt dikwijls al eens verward met zijn ‘broer’ de sumatraan. Het is niet zo verwonderlijk dat dit gebeurt. De dieren hebben bijna hetzelfde kleuren patroon. De vijfstreepbarbeel bezit 5 verticale zwarte strepen op zijn lichaam. De achtergrond kleur is wat beige oranje soms (afhankelijk van de lichtinval). De vinnen zijn soms iets roder van kleur. Hoe roder de vinnen zijn hoe meer men er vanuit mag gaan dat het om wildvangdieren gaat. Ze worden ongeveer 4 – 5 cm groot. Aan de muil hebben ze twee kleine baardraden, ze zijn bijna niet zichtbaar. Het geslachtsonderscheid is niet altijd even gemakkelijk te zien. Het vrouwtje is doorgaans iets dikker dan de mannetjes, de buikpartij is iets voller. De mannetjes hebben dan misschien iets fellere kleuren maar dit is zeker geen vaste richtlijn, ze zijn wel smaller. De vijfstreepbarbeel is een rustige scholenvis die men het beste houdt met
een groepje van 6 – 10 exemplaren. Deze vis houdt zich vooral op in de
middelste en onderste waterlagen van het aquarium. Men kan ze zeker combineren
met rustige soorten. Wel zou ik oppassen met vissen die lange vinnen hebben
zoals goerami’s en scalaren. Het voedsel mag bestaan uit alles soorten diepvriesvoer: muggenlarven (rode, witte, zwarte), watervlooien, artemia, cyclops, … Ook af en toe wat groen voer (sla) en droogvoer zoals vlokken en sticks is een goede afwisseling. Hoe afwisselender men de dieren voedt des te beter de vijfstreepbarbeel zich zal voelen. De kweek is niet zo eenvoudig voor een leek. Het beste is een kweekklaar koppel over te brengen naar een aparte kweekbak. Zorg dat de dieren goed gevoederd werden met krachtig voer. Richt de kweekbak in met de nodige planten (cabomba soorten en javamos). Drijf de temperatuur lichtjes op tot 27 – 28 °C. Wanneer men over turf filtert gaat men ook beter resultaten krijgen. Het water moet immers zacht en licht zuur zijn. Wanneer de ouders overgegaan zijn tot het afzetten van de eitjes vangt men deze best uit de kweekbak. De ouders zijn immers eirovers. Nadat de eitjes zijn uitgekomen mag men direct beginnen voederen met past ontloken artemia, later overgaan tot gezeefde watervlooien en zwarte muggenlarven, ook cyclops en fijn stofvoer mag worden gegeven. Voeder de jongen meermaals per dag kleine hoeveelheden. Ververs ook regelmatig wat van het aquariumwater zodat de jongen steeds in een propere bak zitten. |
|
|
|