Broeden met een broedmachine

 

De voordelen

De embryonale ontwikkeling.

De juiste warmtebestraling en broedtemperatuur.

Broedtijd.

Broedthermometer.

 

De voordelen

 

De kunstmatige vorm van broeden en opfokken van kuikens biedt belangrijke voordelen, zoals:

  1. een grotere hygiëne  ( geen ei - bevuiling in het nest )
  2. grotere zekerheid tijdens het broedproces  ( geen plotselinge beëindiging van de broedsheid )
  3. minder kans op besmetting van eieren en kuikens via de oudervogel
  4. meer controle tijdens de uitkomst van de eieren  ( dooddrukken, dood pikken door stiefouder )
  5. meer controle op de voedselopneming van de kuikens tijdens de opfok.

 

 

De broedmachine verwezenlijkt deze kunstmatige vorm van broeden het meest en hoe meer hij de natuurlijke omstandigheden benadert, des te groter zullen de uitkomstresultaten blijken te zijn.

Wij vinden het tegenwoordig heel normaal, dat overal elektrische broedmachines de kuikens bij duizenden tegelijk op de wereld helpen en toch is het pas zeventig jaar geleden, dat de eerste bruikbare broedmachines in de handel kwamen.

Kunstmatig broeden werd al duizenden jaren geleden toegepast en uit afbeeldingen op oude Egyptische monumenten en uit oude geschriften blijkt, dat in Egypte reeds circa 4000 jaar geleden kuikens in grote aantallen kunstmatig, zonder gebruikmaking van hennen, werden uitgebroed.  Aan te nemen is, dat ook in het oude Egypte het verlangen om de broeduitkomsten te verbeteren, geleid heeft tot het ontdekken van kunstmatige broedmethoden.  Wij weten hierover slechts weinig en waarschijnlijk werd de noodzakelijke warmte verkregen door gistende mest.  Anderen ontkennen dit en zeggen, dat dit gebeurde met vernuftige verwarmingsinstallaties.  De warmteontwikkeling, speciaal door paardenmest, maar ook door vuur, wordt beschreven in het boek van Réaumur ( 1683 – 1757 ), die in 1745 al succes had met het kunstmatig uitbroeden van de door hem zelf gemaakte thermometer, want eindelijk had men nu iets gevonden om objectief temperatuur vast te stellen.

Tegenwoordig wordt de broedtemperatuur in alle broedmachines geregeld naar meting volgens de thermometer, met als enig verschil, dat nu de thermometer van Celsius wordt gebruikt of van Fahrenheit.

De ontwikkeling van de broedmachines maakte een snelle vooruitgang, vooral toen omtrent de laatste eeuwwisseling solide reguleringsmethoden hun intrede deden.  Op dat moment was men er ook achter gekomen, hoe belangrijk het regelen van de vochtigheidsgraad en de luchtverversing was!

Waren het vroeger de zogeheten warm watermachines, die veelal met petroleum werden verwarmd, thans zijn alle broedmachine modellen uitgerust met elektriciteit, die de lucht in de machine direct verwarmen; ook de allereenvoudigste ‘broedstoof’ is elektrisch!

Temperatuur, vochtigheid en andere technische voorzieningen worden zelfs elektronisch geregeld, terwijl de machines voor de liefhebber deze technische ontwikkelingen op de voet volgen en vaak miniatuur uitgaven zijn van de kolossale broedmachines, die 20 000 – 40 000 eieren per broedcyclus uitbroeden.

 

Terug naar boven

 

De embryonale ontwikkeling.

 

De embryonale ontwikkeling in het broedei ontstaat alleen bij een juiste warmtebestraling, nauwkeurig vochtgehalte en voldoende ventilatie; houdt de liefhebber deze drie grondpeilers van het kunstmatig broeden uiterst nauwlettend in het oog, dan is het resultaat aan het einde van de broedcyclus een levend, volledig ontwikkeld vogeltje, een natuurwonder, dat hij met behulp van een schouwlamp tijdens de ontwikkeling vrij nauwkeurig heeft kunnen gadeslaan en waarvan het eindresultaat op beide pootjes voor hem staat en nog geluid geeft ook… Is er iets mooiers denkbaar op deze wereld?

 

Terug naar boven

 

De juiste warmtebestraling en broedtemperatuur.

 

Het fysiologisch nulpunt, de temperatuur, tot waar een broedei op zijn minst moet worden verwarmd, om de embryonale ontwikkeling in gang te zetten is circa 28° C oftewel 83°F, maar moet worden opgevoerd en blijvend gehouden tot 101,5°F, voor hoenderachtigen gemeten aan de bovenzijde van het ei, wanneer het een vlakbroedmachine betreft en 99,8° F voor hoenderachtigen wanneer het een motorbroedmachine betreft.  De warmte wordt elektrisch verwekt met behulp van warmtelampen, dan wel gloeispiralen.

 

Terug naar boven

 

Broedtijd.

 

De broedduur van de eieren, die in een broedmachine worden uitgebroed, is precies even lang als in de natuur; dit natuurproces es nooit te versnellen.  Door kunstmatige opvoering van de broedtemperatuur ontstaan misvormde kuikens en bij 105°F sterft het embryo af!

  

Terug naar boven

 

Broedthermometer.

 

De temperatuur wordt afgelezen met behulp van in de handel zijnde broedthermometers. Het nog bijgevoegde doodsteken beduidt, dat bij eventuele overschrijding van deze temperatuur de embryo’s gedood zijn wegens te hoge broedtemperatuur en de liefhebber opnieuw moet inleggen!  Broedthermometers, die gedurende heet transport onderhevig zijn geweest aan schokken, vertonen soms een kwikstaaf midden in de kwikkolom; deze meters zijn niet stuk, maar dienen even in warm water te worden gehouden, opdat het kwik oploopt en zich verenigt met het staafje kwik in de kolom:  bij afkoeling daalt de gehele kwikkolom dan weer en is de meter gereed voor gebruik.

 

Terug naar boven