luier 1

Het kakkernest

brechtveerleenjasper

| Welkom | Luiers | Vogels | Jasper | Geena | Ons huisje | Brecht en Veerle |

begin
collectie
kweek 2005
te koop
foto's
verhalen
contact

 

Hoe alles begon

Het houden van vogels is er bij mij waarschijnlijk met de moedermelk ingegaan. Mijn grootvader en zijn broers houden reeds hun ganse leven vogels, voornamelijk wildzang en kanaries. Ik herinner me nog toen ik klein was en mee mocht op ‘vogelvangst’. Mijn grootvader was daar altijd zeer correct in. Als hij bv. 2 sijsjes nodig had en hij ving er 5, gegarandeerd kregen op het einde van de dag de 3 teveel gevangen sijsjes terug de vrijheid. Zijn motto was steeds: “ik ben vogelliefhebber, geen vogelvanger”. Het was de tijd dat de liefhebber de schuld kreeg van het verdwijnen van de inheemse vogelsoorten. En dit terwijl de landbouwers en de industrie maar bleven, en nog steeds blijven, de vogels uitroeien met alles vernietigende herbiciden en pesticiden. De gemakzucht van het mensendom wordt de ondergang van het dierenrijk. Enfin, laat ons niet te ver afdwalen.

Toen ik ongeveer 10 jaar oud was, kreeg ik van mijn grootvader enkele wildzangvogels. Er werd een volière gebouwd en mijn carrière kon beginnen. Van kweken kwam niet veel in huis, enkel de vlasvinken brachten jongen op maar die stierven steeds na 2 à 3 maanden.

Zoals iedere “arme” jonge beginneling ben ik het kweken begonnen met een koppeltje zebravinken. Dit ging evengoed als bij onze konijnen en na een jaar vloog het koppel plus hun jongen buiten en met het ‘gewonnen’ geld kocht ik een koppel  grasparkieten. Na nog een jaar werden hun jongen gewisseld voor een koppel roseicollis. Het was een groen/blauwe man, van povere kwaliteit en een mooie blauwe pop.

Dit koppel kwam in een kooi terecht (1 m. lengte x 0,7 m. breedte x 1 m. hoogte) in het tuinhuisje. Als grondbedekker werd grof  rijnzand gebruikt.

Tegenwoordig kweek ik ook aratinga’s en aangezien deze veel fruit en groenvoer eten zijn de uitwerpselen dunner en minder ‘welriekend’. Daarom gebruik ik nu zand met anijsgeur.

Het zaadmengsel dat ik verstrek, is er voor ‘Australische parkieten’ van de firma Beyers gemengd met ‘Grote parkieten’ van Decrock-Bonduelle. Deze bevatten reeds zonnebloempitten maar tijdens het opkweken van de jongen krijgen ze er nog een beetje extra bij, vooral als de jongen ongeveer 2 weken oud zijn.

Verder iedere dag vers water en er hangt steeds een sepia. Deze worden zelf verzameld als we op reis zijn. Als je in de wintermaanden een strandwandeling maakt aan de Belgische kust, heb je ook grote kans om aangespoelde sepia’s te vinden. Onder het mom van een romantische wandeling krijg je de vriendin of vrouw wel mee. Deze sepia’s zijn meestal kleiner dan in de winkel maar voldoen, na een zeer grondige spoeling, evengoed.

Mijn vogels krijgen ook veel appel voorgeschoteld en natuurlijk verse wilgentakken. Hieruit halen ze de nodige vitaminen en ze maken er hun nest mee.

Als eivoer wordt Cédé voor parkieten verschaft. Iedere dag vers als er jongen in de blok liggen, anders tweemaal in de week. Het is droog eivoer dat nat wordt gemaakt met water tot een papje.

Het eerste jaar dat ik ze had (1996) brachten ze 15 jongen op stok, 16 in 1997, 12 in 1998 en 16 in 1999. Dit jaar, het is nu begin juni, zijn reeds 2 nestjes van 4 jongen uitgevlogen en zijn de eieren van de derde ronde aan het kippen. Ik laat ze telkens 3 rondes kweken en daarna 3 à 4 maanden welverdiende rust. Ik maak gebruik van horizontale nestblokken (lxbxh = 25x20x15) met een tussenschotje zodat een kamertje ontstaat voor de man of de jongen. Dit wordt  door de pop opgehoogd met wilgentakjes. De aparte ruimte is nodig want bij mij legt de pop altijd nieuwe eieren vooraleer de jongen van het vorig nest zijn uitgevlogen.

De broedduur bedraagt 23 dagen en er worden gemiddeld zo’n 4 eieren gelegd. Eénmaal broedde mijn pop op 7 bevruchte eieren die allen uitkwamen. 45 dagen, 2 potjes zaad en een vuist eivoer per dag en een kilo of 3 appels later, zaten vader, moeder en hun 7 jongen er tussenin te kwetteren van jewelste in het zonnetje.

Het eerste jaar is er tijdens de koude wintermaanden wel een teen verloren gegaan bij de man. Sindsdien geef ik in de winter hun nestblok, zij maken een nest en zitten lekker warm. Verwarming installeren of isoleren zou mij te veel kosten aangezien het tuinhuis toch veel te oud is. Het nadeel is wel dat de pop dan eieren legt en jongen opbrengt. Noch het koppel, noch de jongen ondervinden hiervan blijkbaar hinder en afgevroren tenen komen ook niet meer voor, dus van een nadeel kan ik eigenlijk niet spreken. Wat dan wel opvalt is dat boven de blok druppels hangen vanwege de opstijgende warmte van het nest.

Zoals je leest verloopt de kweek zeer vlot. De roseicollis is een zeer dankbare vogel voor beginners. Ze zijn verkrijgbaar in de meest prachtige kleuren en de aanschafprijs valt, gezien het aantal opgekweekte jongen, zeer goed mee. Voor 1.000 BEF kan een koppel gekocht worden. Dit zijn dan wel geen tentoonstellingstoppers maar als ze nog maar vijf jongen opkweken per seizoen en je draagt ze naar de handelaar, is de aankoopsom reeds terugverdiend, dit als de handelaar geen al te grote uitbuiter is natuurlijk. Vier jaar geleden toen ik met mijn eerste jongen naar de handelaar ging, kreeg ik er 300 BEF per stuk voor. Nu nog 200 BEF terwijl de aankoopprijs voor vogels, zaad, eivoer,… wel maar blijft stijgen.

Intussentijd is mijn collectie reeds flink uitgegroeid. Naast roseicollis zijn er personata’s, valkparkieten, kanaries, rietgorzen, sijsjes en aratinga’s bijgekomen. Telkens 1,2 of 3 koppels om uit de jongen onverwante koppels te kunnen verkopen. Ik hou van afwisseling in mijn vogels. Een ganse collectie uit één vogelsoort zou zeker niets voor mij zijn.

Nog een bedenking: toen ik begon kweken was mijn vriendin niet al te enthousiast over mijn hobby. Ik kreeg plots het idee haar eens de jongen te tonen terwijl ik ze ringde. Bij het zien van die mooie donzige bolletjes kwam waarschijnlijk haar ‘moederinstinct’ boven en sindsdien gebeurt het vaak als ik thuiskom dat zij in het vogelhok zit.

Met geduld, afwisselende voeding en goede hygiënische zorgen zullen zeker mooie resultaten behaald worden.

Hopelijk is er iemand die iets aan mijn bevindingen heeft en anders, beschouw het als aangename lectuur. Bedenkingen of vragen bij de tekst zijn steeds welkom.

Veel kweekgenot, Brecht

Juni 2002.