| |
|
Het bloed
Het transportsysteem van je lichaam
Doe je ogen eens dicht en stop je vingers in je oren. Kan je horen hoe je bloed door je lichaam wordt gepompt? Je bloed is altijd aan het werk, het stroomt onafgebroken door je lichaam en doet daarbij een aantal heel belangrijke dingen op je in leven te houden. Deze waterige vloeistof is bij vrijwel alles wat er in je lichaam gebeurt van levensbelang.
Waar dient je bloed eigenlijk voor?
Je bloed moet een heleboel belangrijke taken verrichten. Het is net een 'bestekdienst', die zuurstof en voedingsstoffen naar elk dele van je lichaam brengt, van het kruintje van je hoofd tot de puntjes van je tenen.
Bij zijn reis door je lichaam verzamelt je bloed ook kooldioxide (koolzuur) en afvalstoffen van je cellen. Het vervoert het kooldioxide naar je longen, zodat je dat kan uitademen. Het bloed brengt bovendien afvalstoffen naar je lever en nieren waar ze afgebroken en uitgescheiden worden.
je bloed vervoert ook hormonen, die de manier waarop men groeit regelen. Vitaminen, zouten en mineralen worden naar plaatsen in je lichaam gebracht waar zij het nuttigst kunnen zijn. Het water in het plasma wast je cellen schoon en houdt alles goed gesmeerd. Je bloed bevat chemische stoffen die snijwonden in je huid afsluiten door de vorming van stolsels (of korstjes). Die zorgen ervoor dat er geen bloed naar buiten vloeit en verloren gaat. Witte bloedlichaampjes bestrijden infecties van schadelijke bacteriën en virussen die anders ziekten zouden veroorzaken. Deze fantastische vloeistof regelt zelfs je lichaamstemperatuur door warmte van je hardwerkende organen - zoals je lever en je hart - op te nemen en naar koelere, rustigere plaatsen te brengen, zodat die warmte gelijker wordt verdeeld.
Waarvan is je bloed gemaakt?
Meer dan de helft van het bloed bestaan uit een geelachtige waterige vloeistof die we plasma noemen en waarin verteerde voedingsstoffen, mineralen, zouten en hormonen zitten. Ongeveer 45% van je bloed is opgebouwd uit vaste stof, de zogenaamde bloedcellen of bloedlichaampjes. Er zijn drie soorten bloedcellen:
- Rode bloedlichaampjes: die hun kleur van de hemoglobine (bloedkleurstof) krijgen
- Witte bloedlichaampjes: die je lichaam tegen ziekmakende virussen en bacteriën beschermen
- Bloedplaatjes: zijn hele kleine bloedcelletjes die je bloed helpen hij het stollen, zodat wonden kunnen genezen.

Een rondreis
Je bloed stroomt alijd in dezelfde richting door je lichaam. De hele rondreis duurt ongeveer 45 seconden. Je hart pompt het door ene netwerk van buizen en buisjes. Zuurstofrijk bloed stroomt door je slagadres. Vanaf je hart is dit de hoofdweg waarlangs je bloed naar alle delen van je lichaam stroomt. De wanden van je slagaders zijn dik en wijd, zodat het bloed snel kan stromen en niet kan ontsnappen. Wanneer slagaders organen of spierweefsels tegenkomen, worden ze dunner en vertakken ze zich in dunne haarvormige bloedvaatjes - de haarvaten.
Deze haarvaten hebben wanden, zodat zuurstof en voedingsstoffen er doorheen kunnen sijpelen. Je lichaamscellen nemen deze nuttige dingen van het bloed over en geven hun afvalproducten en koolzuur aan het bloed af. Nu stroomt het bloed door nauwere buizen - de aders - naar je hart terug, wat door de lagere druk langzamer gaat. Om te voorkomen dat het bloed terug zal stromen, hebben de aders kleppen, die zich openen om het bloed door te laten. Het gewicht van het bloed zorgt ervoor dat de kleppen weer sluiten als de bloedstroom erdoor is gegaan.

Bloedgroepen
Als iemand bij een ongeluk veel bloed heeft verloren, kan hij een bloedtransfusie nodig hebben om de verloren hoeveelheid bloed terug aan te vullen. Voordat dit kan worden gedaan, moet zijn bloed eerst worden onderzocht om te zien welke bloedgroep hij heeft. De vier voornaamste bloedgroepen zijn A, B, AB en O. Het is belangrijk om te weten welke bloedgroep een gewonde heeft, want bepaalde bloedgroepen mogen beslist niet met elkaar worden vermengd. Mensen met bloedgroep O mogen bijvoorbeeld alleen bloed van bloedgroep O krijgen, maar iemand met bloedgroep AB kan elke andere bloedgroep krijgen.
Bron: BARILLE, A., Zo werkt je lichaam, het bloed , DeAgostini, 1993, 28 pagina's.
|