Het menselijk lichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Het spijsverteringsstelsel

Wat gebeurt er met je eten?
Je hebt lekker gegeten. Hoe wordt dit eten nu eigenlijk in energie omgezet? Je spijsverteringsstelsel lijkt wel iets op een grote chemische fabriek waar voedsel wordt afgebroken in heel kleine deeltjes, die we moleculen noemen. Deze deeltjes worden opgenomen in de bloedstroom die ze dan naar je lichaamscellen brengt waar ze gebruikt worden om energie te maken. Dit gebeurt door chemische veranderingen. Speciale eiwitachtige stoffen in de cellen, de zogenaamde enzymen, versnellen die chemische verandeingen. Wanneer je lichaam meer energie nodig heeft, wat zowel overdag als 's nachts kan gebeuren, zal je lichaam je daar wel aan herinneren. Je krijgt dan honger en begint naar de volgende maltijd uit te zien. En je spijsverteringsstelsel maakt zich gereed om in actie te komen.

Kauwen en slikken
Wanneer je je eten hebt doorgeslikt, denk je er al gauw niet meer aan. Je lichaam verteert je eten zelfs als je slaapt. Je hoeft er helemaal niet over na te denken. Je eten reist door meer dan negen buizen en kamers in je lichaam. Gedurende die reis wordt het in heel kleine deeltjes afgebroken, zodat het door je lichaam kan worden opgenomen. Wanneer je kauwt wordt je eten met speeksel vermengd en in een brijachtige massa veranderd, die veel gemakkelijker door je keel naar beneden kan glijden. Spieren leiden het eten door je slokdarm naar je maag. Dit gebeurt ook als je op je hoofd zou gaan staan.

Waar je eten heen gaat
De hele weg door je spijsverteringsstelsel wordt het eten voortgeduwd door golvende bewegingen. Dat gebeurt op een manier die lijkt op tandpasta die uit een tube wordt geknepen. Op zijn reis door het lichaam wordt het eten vermengd met verteringssappen, die meehelpen om het te veranderen in de energie die je lichaam nodig heeft. Deze sappen worden gemaakt door verteringsklieren, die ieder voor zich een speciale taak bij het verteringsproces hebben. Sommige klieren zitten in de binnenwand van de maag en darmen. Andere, zoals de pancreas, zitten daarbuiten.
De verteringssappen vermengen zich met de eiwitten, de vetten en koolhydraten in je eten en veranderen dit langs chemische weg.

Het spijsverteringsstelselDe weg van mijn eten

Van mond naar maag
Je eten begint langs zijn lange reis door je lichaam vanaf het moment dat je het in je mond neemt. De spijsvertering begint in je mond. Je lippen en tong duwen je eten je mond binnen, waar je tanden en kiezen het vermalen in kleine stukjes (zo ontstond dus ook het woord maaltijd!). Je tong doet hetzelfde werk als een mixer. Hij roert het eten rond samen met het speeksel, dat door de speekselklieren afgescheiden wordt. De grootste van deze klieren zitten voor in je mond, onder je tong en beneden je oren. Ze zijn door dunne kanaaltjes met je mond verbonden. In speeksel zitten enzymen die de koolhydraten in je eten beginnen af te breken. Achter in de mond begint de keelholte, een doorgang die je mond- en je neusholte met je slokdarm verbindt.
In het achterste gedeelte van je mondholte heb je twee kleppen die ervoor zorgen dat je eten bij het slikken niet de verkeerde weg inslaat. de bovenopening van je luchtpijp (trachea) wordt afgesloten door een klepje, de zogenaamde epiglottis, om te voorkome dat er eten in komt en je zou stikken. Een ander klepje achteraan in je mondholte zorgt ervoor dat er geen eten naar boven in je neusholte komt. Dit wordt het zachte verhemelte genoemd. De enige route die voor het eten overblijft, is naar beneden je slokdarm (oesophagus) in. Je slokdarm is een ongeveer 25 centimeter lange buis met een doorsnee van ongeveer 3 centimeter, zoals een rijksdaalder.
De spierwand van je slokdarm duwt met golvende bewegingen, de zogenaamde peristaltiek, je eten naar beneden in de richting van je maag.
Soms kan je je maag horen 'rommelen'. Dat gerommel hoeft niet noodzakelijk van je maag te komen. Het zijn geluiden van het met lucht vermengde eten dat zich door je ingewanden voortbeweegt.

Wat gebeurt er in je mond?
Doe je mond eens wijd open! Kijk dan met een spiegel naar binen. Daar wordt een heleboel werk gedaan. Elke 24 uur maakt je lichaam ongeveer 1,5 liter speeksel aan. Dat is een verterende vloeistof die door drie paar speekselklieren wordt geproduceerd. Als je je tong naar boven doet, zie je twee dikke knobbels. Deze knobbels zijn het grootste paar speekselklieren in je mond. Bij het kauwen maakt het speeksel je eten zacht en begint het af te breken tot koolhydraten. Je tong duwt je eten tegen het harde verhemelte, het benige gedeelte boven in je mond. Kan je zien dat je tanden en kiezen verschillend zijn van vorm? met je scherpe snijtanden bijt je je eten af en met de grote kiezen daarachter maal je het fijn. Als je kauwt, vermengen je tong en kiezen je eten met speeksel. Wanneer die voedselbal (bolus) papperig en vochtig gneoeg is, kan je hem gemakkelijk doorslikken.

De mond


Wat gebeurt er in je maag?
Je maag lijkt op een gebogen, elastische zak. Zijn wanden zijn bekleed met spierweefsel. Per maaltijd kan er tussen de één en twee liter voedsel in.
Je eten komt door je slokdarm in je maag terecht en blijft daar zo'n twee-en-een-half tot drie uur. De krachtige spieren in de wand van je maag kneden je eten net zolang tot het een pulpachtige brij is. Als je na het eten je oor op de maagstreek van een vriend legt, kan je duidelijk de maag zijn werk horen doen!
Spijsverteringsklieren in de maagwand maken sappen. Hierin zitten enzymen, die eiwitten in je eten afbreken. In die verteringssappen zit ook zoutzuur, dat alle naar binnen gekomen ziektekiemen doodt. Als je je eten naar binnen hebt geschrokt of niet voldoende gekauwd hebt, moeten je verteringssappen veel meer werk verzetten. Wanneer je eten voldoende is afgesbroken, is het klaar om naar het voorste gedeelte van je dunne darm, je twaalfvingerige darm, te worden doorgestuurd. Een ringvormige spier, de pylorus, bewaakt de uitgang van je maag. Hij lijkt wel op een waakhond, die alleen zacht en goed-verteerd eten doorlaat.

De maag

Je dunne darm
je dunne darm is een kronkelende buis, die zes tot zeven meter lang is en een doorsnee van ongeveer drie centimeter heeft.
Hij bestaat uit verschillende delen:

  • Duodenum: Wanneer je eten je maag verlaat, komt het eerst in je duodenum, het eerste gedeelte van je dunne darm.
    Hier wordt het vermengd met de verteringssappen uit je pancreas en de gal uit je lever. In het sap van je pancreas zitten enzymen, die bij alle soorten eten hun werk doen. Gal is een groenachtige vloeistof, die, totdat het gebruikt moet worden in je galblaas, wordt bewaard. Gal breekt de vetten in je eten af, waarna het werk verder door enzymen kan worden afgemaakt.
  • Jujunum: Het tweede gedeelte van je dunne darm is ongeveer twee meter lang. De wand is bekleed met duizenden villi (darmvlokken). Deze zitten als uitstekende haartjes aan de binnenkant van de darm. ze vormen een heel groot oppervlak, zodat de voedingsstofen heel goed in het bloed kunnen worden opgenomen. Daarna neemt het bloed in de anderen de voedingsstoffen met zicht mee.
  • Ileum: Het laatste en langste gedeelte van de dunne darm eindigt in een klein klepje, waardoor het eten niet meer de kans krijgt om terug te gaan.

De delen van de dunne darm

Je dikke darm
Water en al het onverteerbare voedsel gaat naar de dikke darm. Hij is korter en wijder dan de dunne darm en bekleed met slijmvlies, waardoor de afvalproductie en gemakkelijker doorheen gaan. De dikke darm bestaat uit volgende delen:

  • Caecum: Dit is ongeveer zeven centimeter lang en eindigt in de appendix.
  • Colon: Het grootste gedeelte van je dikke darm. Het heeft ringvormige spieren, die de afvalproductie er doorheen duwen. Het colon neemt water en mineralen op.
  • Rectum (endeldarm): Wanneer je eten het rectum heeft bereikt, bestaat het allen nog maar uit vezelstofen. Je lichaam kan deze niet verteren en verzamelt ze als afvalstoffen, die we faeces (ontlasting) noemen. De spieren van je rectum drukken deze feaces uit je lichaam wanneer je naar de wc gaat.

De delen van de dikke darm

 

Bron: BARILLE, A., Zo werkt je lichaam, de spijsvertering 1, DeAgostini, 1993, 28 pagina's.