| |
|
Je hersenen en zenuwstelsel
Wat doen je zenuwen eigenlijk?
Je zenuwstelsel regelt alles wat er in je lichaam gebeurt. Het is een heel ingewikkeld netwerk dat uit je zenuwen, je ruggenmerg en je hersenen is samengesteld.
Alle organen in je lichaam, zoals je hart en je longen, hebben een speciale taak te verrichten. Je bloed wordt bijvoorbeeld door je hele lichaam gepompt zonder dat je daar bij hoeft na te denken. Hetzelfde gebeurt wanneer je ademhaalt of je eten verteert.
Je autonome zenuwtselsel zorgt ervoor dat al je inwendige organen samenwerken. Elk orgaan doet zijn werk zonder het andere te storen. Ze werken samen in een team.
Zenuwen strekken zich tot elk deel van je lichaam uit. Ze brengen berichten naar je hersenen. Je hersenen verwerken die en zenden via de zenuwen weer andere berichten uit, zodat je lichaam op elke situatue kan reageren. Stel je voor dat je een steentje in je schoen hebt. Via je zenuwen wordt een bericht naar je hersenen gestuurd. Je buigt je voorover om je schoen uit te trekken en het steentje eruit te halen. Je hersenen zender berichten naar je ogen en je spieren. Ze regelen de oplossing voor je probleem via je willekeurige zenuwstelsel.
Miljoenen neuronen
Elk deel van je lichaam is opgebouwd uit cellen en dat geldt dus ook voor je zenuwstelsel. Zenuwcellen, of neuronen, zenden berichten naar en van je hersenen. Elk neuron staat met zijn vertakkingen in verbinding met niet minder dan zo'n 25.000 zenuwcellen.
Elk neuron of zenuwcelletje heeft in het midden een nucleus (een kern). Met al zijn vertakkingen lijkt het wel iets op een sterretje. Die vertakkingen noemen we dendrieten. Het neuron heeft bovendien een staartachtig aanhangsel dat we een axon noemen. Langs de axons of neurieten worden de berichten verzonden; langs de dendrieten worden de berichten ontvangen.

Speciale verbindingen
Je hersenen zijn door het ruggenmerg met de rest van je lichaam verbonden; samen vormen ze het centrale zenuwstelsel. Alle zenuwen die geen deel van de hersenen of het ruggenmerg uitmaken, noemen we het perifere zenuwstelsel.
De twee systemen staan wel met elkaat in verbinding, zodat naar je hele lichaam berichten kunnen worden verzonden en ontvangen.
Wat zit er binnenin je hersenen?
Je hersenen zijn erg zacht. Daarom worden ze door het harde omhulsel van je schedel beschermd. Ze worden in drie delen verdeeld:
- Het cerebrum: is het grootste en maakt ongeveer een vijfde deel van je hersenen uit. Het lijkt wel op een kronkelige walnoot; die plooien en windingen zijn nodig om ruimte aan al die hersencellen te geven! Het cerebrum wordt door een diepe lengtegroef in twee helften of hemisferen verdeeld.
- Het cerebellum: dat 'kleine hersenen' betekent. Het ligt aan de achterzijde van je hoofd, goed verborgen onder het cerebrum. Het is erg klein, ongeveer een tiende deel van de grootte van het cerebrum.
- De hersenstam: gaat over in het bovenste deel van je ruggenmerg. Het ruggenmerg verbindt je hersenen met het netwerk van zenuwen, dat door je hele lichaam loopt.
Het cerebrum en het cerebellum hebben beide een buitenlaag van grijs weefsel, waarin zenuwcellen zitten. Die buitenste laag omhult een dikke laag wit weefsel, waarin zenuwvezels zitten. Bij de hersenstam is het net omgekeerd. Die is wit aan de buitenkant en vanbinnen grijs.

Een bundel zenuwvezels
Je ruggenmerg is een lange bundel zenuwvezels die vanaf de basis van je hersenen langs je rug naar beneden loopt. Hij wordt beschermd door je wervels - de segmenten waaruit je ruggengraat is opgebouwd. Bij volwassenen is het ruggenmerg ongeveer 45 centimeter lang met een gewicht van 30 gram. Net zoals de hersenstam heeft het een witte buitenlaag en is van binnen grijs van kleur. Die grijze stof heeft de vorm van een H.
Het perifere zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel staat in verbinding met je lichaam door een netwerk van zenuwen, het zogenaamde perifere zenuwstelsel.
Je perifere zenuwstelsel zorgt voor het overbrengen van de informatie die je hersenen over de buitenwereld nodig hebben en die door de zintuigen - gehoor, gezicht, reuk , smaak en gevoel - werd waargenomen. Deze signalen worden door de gevoelszenuwen naar je hersenen overgeseind. Motorische zenuwen brengen bevelen van je hersenen naar je klieren en spieren over. Het perifere zenuwstelsel heeft 43 paar hoofdzenuwbanen:
- 12 paar hersenzenuwen brengen signalen van de hersenen naar de spieren van je hoofd en naar je zintuigen (oren, ogen , neus en tong) over.
- 31 paar ruggenmergzenuwen waarvan één paar voor elke wervel, zijn aan het ruggenmerg bevestigd. Ze beginnen bij de nek en lopen vervolgens door tot je hele lichaam, waarbij ze zich in steeds kleinere vertakkingen splitsen - tot aan het uiterste puntje van je tenen!
Het begrijpen van berichten
Stel je voor dat je aan het tennissen bent. Hoe komen je hersenen aan de weet waar de bal is? Het netvlies in je oog stelt je in staat om de bal te zien. Het stuurt deze informatie via je gevoelszenuwen naar je hersenen. Je hersenen verwerken het bericht en zenden prikkels via je motorische zenuwen naar je spieren. Je beweegt je naar de bal toe en tilt je racket op. Als je de bal niet kunt halen, kan het nodig zijn dat je hersenen nog een ander bericht verzenden.
Je zenuwen werken als de draden van een elektrisch apparaat door informatie als elektrische impulsen naar je hersenen over te zenden. Je hersenen zijn in staat om die te ontvangen en signalen uit te zenden, zodat je lichaam op de juiste wijze reageert.
Het regelcentrum
Geleerden ontdekken nog steeds nieuwe dingen over je hersenen. Het is het regelcentrum van je lichaam; ze hebben veel meer mogelijkheden en zijn ingewikkelder dan welke computer ook. De berichten van je oren, ogen en andere zintuigen worden daar gesorteerd en vervolgens naar de juiste plekken van je hersenen doorgestuurd.
Je hersenen zenden miljoenen motorische zenuwsignalen naar je spieren en vertellen zo precies wat ze moeten doen. Rennen, springen of fietsen zijn allemaal willekeurige handelingen die door je hersenen worden geregeld.
Je hersenen houden informatie, herinneringen, ideeën en gevoelens vast. Ze stellen je in staat om je bang, gelukkig of opgewonden te voelen. Je kan je lievelingsgeuren herkennen of een brief schrijven. Je bent in staat om te denken!
Het cerebellum ('kleine hersenen') coördineert je bewegingen en je evenwicht. Zonder dat zou je bijna nooit rechtop kunnen staan. Je zou steeds lopen te waggelen.
Een groot aantal van je lichaamsdelen wordt automatisch door je hersenen bestuurd. Dit betekent dat je bij bepaalde handelingen niet hoeft na te denken. Je hart klopt, je longen vullen zich met lucht en je eten wordt verteerd. Je hersenstam is het zenuwcentrum voor die automatische handelingen. Het zit in het onderste gedeelte van je hersenen, daar waar het in je ruggenmerg overgaat.
Zuurstof alstublieft!
Als je erover nadenkt welke dingen je hersenen allemaal moeten doen, zal het je niks verwonderen dat ze een heleboel voedingsstoffen nodig hebben.
Je hersenen verbruiken elke dag 20% van al het zuurstof in je bloed. Om de benodigde 60 liter zuurstof te kunnen opnemen moet er elke dag 2000 liter bloed door je hersenen stromen.
Zuurstof is voor je hersenen van levensbelang. Wanneer de zuurstof zo'n 10 seocnden ontbreekt, kunnen er ernstige beschadigingen optreden. Dat komt omdat hersencellen bij gebrek aan zuurstofcellen dood gaan. In tegenstelling tot andere cellen worden hersencellen nooit vervangen.
Bron: BARILLE, A., Zo werkt je lichaam, de hersenen, DeAgostini, 1993, 28 pagina's.
|