geschiedenis |  stam |  kwekers |  uitslagen |  te koop |  pers |  contact |  gastenboek |  links
 

other languages:

 
 

© mirsip

hoe het allemaal begon

bij Pieter...

Frans, de vader van Pieter was onder de oorlog boswachter in Arendonk, op het kasteel van Sians, maar was ook een ingoede duivenmelker. Op zekere dag werden door de bezetter alle duiven opgevorderd. Douane brigadier Pieters vroeg hem om een viertal duiven te verstoppen op het kasteel. "Of ze mij nu pakken met vier duiven of twaalf" hoorde Pieter zijn vader zeggen; en zo plaatste hij twaalf duiven op een zolderkamertje. Op zekere dag werden de ramen van het kamertje per vergissing opengezet en de duiven waren foetsie. En wat er gevreesd werd, gebeurde: de duiven werden nog éénmaal gezien, op het ogenblik dat de Duitsers ze aan het oppeuzelen waren. Gelukkig had Pieter, die eveneens bij deze zaak betrokken was, enkele dagen hiervoor vier jonge duifkes naar huis meegenomen. En dit gelukkig toeval betekende voor hem de start als duivenmelker.

Pieter trouwde tijdens de oorlog en vestigde zich in Poppel. Daar bracht hij ook zijn vier duifkes mee, waarvan er één ziek werd en stierf. Aan Rie Van Hees, toenmalig gemeentesecretaris, leende hij zijn overtollig duivinnetje met de afspraak dat ieder de helft van de jongen zou krijgen. En wonder boven wonder, het eerste jongske dat Pieter op deze manier bekwam, won vijf maal de oppergaai. Het jaar daarop had hij er zelf drie goede jongen uit. De jaren kwamen en gingen, twintig jaar lang beheerste Pieter Heylen het vitessegebeuren in de provincie Antwerpen met deze duiven. Tot Pieter uiteindelijk gedwongen werd om over te schakelen op de fond. De reden hiervoor, tijdsgebrek op zondagvoormiddag. Pieter had naast een serieuze melkronde nog een drukbeklante kruidenierswinkel en vooral op zondagmorgen kwam moeder de vrouw en onze duivensjapper handen te kort. Het gebeurde meer dan eens dat Pieter de klanten aan het bedienen was  en de duiven reeds op het hok zaten.

 

bij Johan...

Pieter Heylen speelde op een gegeven moment niet al te best en daarom besloot Johan zelf met de duiven te beginnen. Vader Pieter wou Johan ten koste van wat dan ook op deze beslissing doen terugkomen. Maar, het was al boter aan de galg en Johan hield voet bij stuk, en in 1977 zette Johan zijn eerste zelfstandige duivenstapjes. Zijn enige doel: de zware fond. Die liefde voor het zwaardere werk erfde hij van zijn vader en ook een pak uitgeselecteerde fondduiven. Tot aan de dood van zijn vader moest hij geen duiven kweken, het was Pieter die hem bevoorraadde.

Nu nog vormen deze duiven de ruggengraat van zijn bestand. Het bloed van vaders 'Oude Conjaerts' vind je op vele stamkaarten terug. Opvallend is dat slechts weinig nieuwkomers het kweekhok halen. "Op een openbare verkoop in Nederland kocht ik een duiver: Kuijpers x Jan Hermans. Dat is één van de uitzonderingen die me voldoening geeft als kweker. Ook kruisingen met duiven van Adriaan Daems zijn me goed bevallen."