Bruno
Beger (1911 – 2009)
Antropoloog
|
|
In
de jaren dertig richten de Nazi’s Das Ahnenerbe op, een historisch-wetenschappelijke organisatie
die onderzoek moet doen naar de wortels van de Germaanse geschiedenis. Het
traditionele geschiedenisverhaal is volgens de Nazi’s verouderd, geeft geen
antwoorden op belangrijke vragen en marginaliseert bovendien de rol die de
‘Arische’ volkeren in de geschiedenis hebben gespeeld.
Aanvankelijk
vinden de onderzoeksprojecten vooral plaats in Duitsland. Grootschalige
opgravingen moeten helpen om de Germaanse geschiedenis in kaart te brengen. Al
snel richt de organisatie echter ook haar aandacht op het buitenland.
Expedities naar onder meer Oost-Europa, Noord-Afrika, Zuid-Amerika en Tibet
worden door Ahnenerbe
gefinancierd. Tibet wordt door verschillende wetenschappers in de 19e eeuw
gezien als de bakermat van de mensheid. De bekendste expeditie die door Das Ahnenerbe
georganiseerd wordt, is de tocht naar Tibet. Omdat de Himalaya het ‘dak’ van de
wereld is, zijn de Nazi’s er heilig van overtuigd dat vertegenwoordigers van de
oeroude super-beschaving de bergen in gevlucht zijn om aan de dreigende ramp die
hen boven het hoofd hangt te ontkomen. In Tibet hoopt men bewijzen te vinden
die de theorie van de Nazi’s ondersteunen. Het oude verhaal van de schepping en
de verspreiding van de mensheid na de Zondvloed is overboord gegooid.
Vooral
voor de antropoloog Bruno Beger is een belangrijke
rol weggelegd. Hij moet aan de hand van fysieke en geestelijke kenmerken
onderzoeken of de Tibetanen afstammen van het beroemde Herrenvolk, dat aan de
wieg van de moderne menselijke beschaving heeft gestaan. Beger
is gespecialiseerd op het gebied van genetisch onderzoek. Zijn interesse gaat
uit naar de oorsprong van de rassen en hij probeert aan te tonen dat raciale
verschillen direct samenhangen met de schedelbouw. Deze expedities hebben als
voornaamste doel het bestaan van een hoogwaardig Arisch ras historisch te
bewijzen. Ernstige wetenschappelijke aanwijzingen van deze theorie worden niet
gevonden. Das Ahnenerbe
kan merkwaardig genoeg niet op al te veel bijval rekenen van Hitler zelf.

Bruno
Beger aan het werk in Tibet (Bundesarchiv:
Bild 135-KB-15-089)
Vanaf 1943 bedient Das Ahnenerbe
zich van nieuwe en nogal lugubere wetenschappelijke onderzoeksmethodes. In dat
kader bezoekt Beger concentratiekampen in Dachau en Auschwitz en selecteert er gevangenen die als onderzoeksobject
moeten dienen. Hij werkt in Auschwitz samen met de SS-dokters Hans Entress, Hans Fleischhacker, Heinrich Rübel en Rudolf Trojan. Begin augustus 1943 worden bij één van die
projecten 86 Joodse mannen en vrouwen uit acht Europese landen geselecteerd,
die speciaal in Auschwitz zijn uitgezocht voor de skelettencollectie van August
Hirt. Op dat ogenblik is Hirt
directeur van het anatomisch instituut van de Europese Universiteit in het
nabijgelegen Straatsburg. De slachtoffers komen aan op 30 juli 1943 en worden
door kampcommandant Josef Kramer op 17 en 19 augustus 1943 in Le Struthof vergast. Na de bevrijding worden de 86 lijken in
Straatsburg ontdekt en hun getatoeëerde nummers opgeschreven. Zo zijn later de
namen bekend geworden.
Feit is dat Bruno Beger in opdracht van August Hirt
gevangenen heeft verzameld voor een skelettententoonstelling. (zie ook
Archieven: Natzweiler-Struthof). Beger
wordt na de oorlog hiervoor drie jaar geïnterneerd. Tijdens die periode is het
bij de ondervragers onbekend dat hij gedurende de oorlog gevangenen uit diverse
concentratiekampen heeft geselecteerd en heeft laten vergassen om een
zogenaamde wetenschappelijke collectie van Joodse specimens
te creëren. In 1974 wordt hij als nog veroordeeld tot drie jaar voor die feiten.
Na zijn vrijlating gaat
hij regelmatig op bezoek naar Tibet en heeft hij verschillende contacten met
hoge Tibetaanse gezagsdragers. Foto’s van hem met de Dalai Lama compromitteren
de Tibetaanse geestelijke leider.

Bruno
Beger en de Dalai Lama
Bron:
Frank Heinen, Das Ahnenerbe (www.geschiedenis.nl/)
Terug naar pagina “portretten”