Brochure Herdenking 10 mei 2009

In memoriam

Robert Maistriau (1921 – 2008)

 

image047

 

Robert Maistriau (Archief  familie Maistriau)

 

Met dank aan :

-AMVC-Letterenhuis – Antwerpen

-Archief Wim Pas

-Familie Maistriau

-Familie RajszajtNaftali

-Gemeentepersoneel Boortmeerbeek

-Groep G (Mr. Jadoul)

-Stichting Robert Maistriau (Roland Schmid)

-Zuster Martha Standaert

-Etienne Van den Bulcke

 

Samenstelling en vertaling

 

Marc Michiels – coördinator herdenking Transport XX Boortmeerbeek

http://users.telenet.be/holocaust.bmb/

 

Inhoud

 

Jeugdfamilie

           

Philippe Maistriauzoon van Robert Maistriau

           

Massia Gruman - Atheneum Ukkel

 

Groep G

           

Jacques Jadoul - Groep G

 

Actie transport XX – gevangenschap

           

Regine Krochmal – ontsnapt uit Transport XX

           

Simon Gronowski – ontsnapt uit Transport XX

 

Marc Michiels – coördinator herdenking – bestuurslid Heemkring Ravensteyn

 

Koloniale periode

           

Zuster Martha Standaertziekenzuster Urselinen CongoFeshi

           

Roland Schmid – Stichting Robert Maistriau

 

Laatste dagen – overlijden

 

Boutrahi Yamina (moeder van Brahim Bousbata en gezelschapsdame van Robert)

 

Bloemenhulde met Last Post

 

Erkenning

 

            Michel Laub – vertegenwoordiger Joodse gemeenschap

           

Basisschool Robert Maistriau (gemeente St Lambrechts Woluwe)

 

            Michel Baert – burgemeester Boortmeerbeek

 

image048

 

Robert Maistriau – 8 mei 2008 (foto Marc Michiels)

 

Naar aanleiding van het overlijden van Robert Maistriau werd op de herdenking van Transport XX op 10 mei 2009 zijn boeiende levensgeschiedenis en zijn diepmenselijke persoonlijkheid in herinnering gebracht. Hierna volgen de teksten die tijdens deze herdenking aan het station van Boortmeerbeek zijn uitgesproken.

 

Jeugd – familie

 

Robert Maistriau werd op 13 maart 1921 geboren in Elsene als zoon van een Luitenant-Generaal van het Belgische leger. Hij loopt school in het Atheneum van Ukkel waar hij zijn twee vrienden leert kennen: Georges Livschitz en Jean Franklemon. Robert Maistriau was een uitstekende student. In 1938 heeft hij in dit Lyceum zijn middelbare studies afgemaakt. Een leraar van het Atheneum beschrijft hem in november 1934 als volgt:“Kalm en discreet. Maistriau heeft een onberispelijk gedrag en een iets overdreven beleefdheid. Hij beschikt over een heldere lucide intelligentie. Op een heel eigenaardige manier is hij bezig met vergelijkende taalkundige en grammaticale opzoekingen die me dikwijls in verlegenheid brachten wanneer hij vroeg hem daarin te begeleiden.  Ik weet niet welke zijn familiale situatie is, maar hij lijkt opgegroeid te zijn tussen volwassenen die hem zeker niet verwend hebben. Hij is zich bewust van zijn mentale superioriteit zonder dat hij dat tentoon spreidt. In zijn woordgebruik is hij heel natuurlijk en hij verwerpt elke vorm van overdrijving. Bij het spreken beoefent hij de “litote”. Dit is een bepaalde figuur in de redekunst, wanneer men, uit bescheidenheid of uit achting, minder zegt dan wat men denkt.  

In dit portret van de 17-jarige Maistriau herkennen we hem volledig. Zo kwam hij inderdaad ook over als je met hem sprak.

           

Philippe Maistriauzoon van Robert Maistriau

 

Er werd me gevraagd over de kindertijd en de jeugd van mijn vader te spreken. Ik moet bekennen dat ik hierover weinig te weten ben gekomen. Anderzijds kan ik getuigenis afleggen over de man, mijn vader,  die natuurlijk mij heel nauw aan het hart ligt.

 

Mijn vader is geboren in 1921 te Elsene als zoon van een grote vaderlander. Zijn vader was inderdaad Luitenant-Generaal in het Belgische Leger. Met zijn wilskracht en zijn talenten heeft hij als legerdokter zich ingezet om gedurende die verschrikkelijke Eerste Wereldoorlog 14-18 een veldhospitaal op te richten.

 

image049

Luitenant-Generaal Maistriau, vader van Robert.

(Archief Familie Maistriau)

 

Hij is vroegtijdig gestorven als gevolg van een operatie toen vader nog een kleine jongen was. Dat heeft mijn vader echt getekend zoals jullie zich dat wel kunnen indenken. Hij heeft ons altijd gesproken over zijn vader met heel veel emotie en als een zeer bewonderenswaardige persoon. Zijn moeder heeft hij altijd beschreven als zeer gevoelig, met heel veel vrienden rondom haar en geïnteresseerd in klassieke muziek. Zij aanbad haar zoon grenzeloos.

 

Mijn vader heeft zijn humaniora afgemaakt aan het Atheneum van Ukkel. Hij hield enorm van de studie der klassieke talen, hij muntte uit in Latijn en Grieks. Zelfs op oudere leeftijd kon hij hele verzen uit het hoofd opzeggen. Zijn kennis van de oudheid was legendaris. Met zijn spitse geest heeft hij zelf, zonder dat iemand hem heeft geholpen, zich de taalstudie eigen gemaakt.

 

Later als wij in Congo woonden leerde hij niet enkel de voertaal, het Kikongo, maar ook verschillende lokale talen die heel complex waren en verbuigingen hadden zoals het Latijn en het Grieks. Ik spreek dan nog niet over zijn kennis van het Duits, het Russisch of het Pools waarover hij met een zekere ironie zei dat hij die talen vervolmaakt had in de concentratiekampen. Want mijn vader had een bijtende humor, een sport waarin mijn moeder niet moest onderdoen.

 

image050

De echtgenote van Robert Maistriau.

(Archief Familie Maistriau)

 

Wanneer we kind waren heeft mijn vader heel weinig over de oorlog verteld. We wisten natuurlijk wel dat hij een groot weerstander is geweest en dat hij zijn leven riskeerde in de kampen. Maar details daarover waren ons weinig bekend. Af en toe vertelde moeder erover en dan werd het kleine verhaal aan het grote familieverhaal toegevoegd. Het is inderdaad waar dat, de oorlog toen nog te nabij was om er uitvoerig over te spreken. Zij die hadden geleden tijdens de oorlog zoals mijn vader, waren van oordeel dat het beter was te denken aan de toekomst.  Hij was natuurlijk ook heel bescheiden en hij beroemde zich niet op wat hij gedaan had tijdens de oorlog. 

 

Mijn vader hield van de mensheid maar koesterde slechts weinig illusies over het vermogen van de mens om te vernietigen.   Achter de mooie woorden kon hij de achterliggende drijfveren doorzien.  Hij was aangetrokken door de vrijheid en dat heeft hem doen besluiten om zich kort na de oorlog te vestigen in Belgisch Congo,.

 

Na twee à drie jaar gewerkt te hebben voor een maatschappij van de overheid heeft hij beslist zich als zelfstandige te vestigen. Het is opmerkelijk dat de Belgische administratie destijds spottend heeft gereageerd en hem beschouwde als een dwaas. Het is waar dat hij beslist had in Kianza, volop in de brousse, een eerste woning te bouwen in duurzaam materiaal. Op 200 kilometer van de dichts bijgelegen stad…. Op de plaats waar de meerderheid van de Europeanen niet naartoe wilden gaan. De handelaars die zich daar reeds hadden gevestigd , veelal Portugezen, dachten dat hij binnen de kortste keren bankroet zou gaan. Zijzelf verlieten de streek na enkele maanden

 

In feite heeft het tegendeel zich voorgedaan. Ondanks de moeilijkheden bij de onafhankelijkheid van Congo, de rebellie in 1964  en alle stuiptrekkingen tijdens de jaren van het Mobutu-bewind; heeft mijn vader zijn activiteiten uitgebreid terwijl de anderen ontmoedigd weggegaan zijn.

 

In het begin waren het vooral commerciële activiteiten. Die hebben zich stilaan georiënteerd naar het fokken van vee. Mijn vader was de eerste om koeien in te voeren en zijn voorbeeld is daarna door anderen gevolgd  Hij heeft zich ook bezig gehouden met herbebossing alsook met het verbeteren van de weilanden. 

 

Mijn moeder en mijn vader waren zeer geliefd bij de lokale bevolking omdat ze hen respecteerden en ook heel vrijgevig waren. Ze hielden heel veel van het land waarvoor ze gekozen hadden. Men spreekt nu veel over duurzame ontwikkeling. Ik kan u zeggen dat mijn vader dit reeds heel vroeg toepaste als iets geheel normaal en natuurlijk.        

 

Zoals in vele andere domeinen heeft mijn vader zich verdiept als autodidact in de studie van de landbouw. Hij was zo accuraat dat men dacht dat hij landbouwkundige was. Ik zie hem nog altijd lezen, herlezen en zorgvuldig notities maken in zijn “memo van de landbouwkundige” ….’s Avonds in het licht van de stormlampen en zijn dierbare zaklamp, want in de brousse beschikten we niet over elektriciteit.

 

Hij heeft zaden aangekocht en laten planten van over heel de wereld en heeft aldus een bos gecreëerd dat de bewondering wegdraagt van iedereen  die het geluk heeft het bos te kunnen bezoeken.

 

Ik beeld mij nu in dat mijn vader aan de arm van mijn moeder, zachtjes “zijn” bos inwandelt, de bomen bewondert, geniet van de geuren van de aarde, van de zang van de vogels en de zachte wind in het gebladerte.    

 

Massia Gruman - oud- lerares Atheneum Ukkel 

 

Jean Franklemon, Youra Livchitz, Robert Maistriau, deze drie jonge mensen die met de fiets in de namiddag van 19 april 1943 van het Meiserplein  naar die plaats hier reden om een unieke actie uit te voeren in de analen van de raciale deportatie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Die drie jonge mannen zijn oude vrienden van de school, en deze school is het Atheneum van  Ukkel.. Alle drie zetten ze hun eerste stappen in het verzet. Youra Livschitz die zijn medische studies beëindigd heeft in 1942 schrijft in zijn dagboek: “Ziehier twee jaren dat de oorlog begonnen is. Ik bemerk nu hoeveel de veranderingen in mijn leven het resultaat zijn van de omstandigheden die me opgedrongen werden. En aan dit onvermijdelijke dat me opgelegd werd , hoe heb ik daar op geantwoord ? Wat heb ik gedaan om me niet te laten overrompelen? Bij die nieuwe toestand kon ik niet een nederig weekdier blijven en het vervolg afwachten. “

Hij krijgt dan het idee om een ontsnapping te organiseren bij een deportatietrein. Een project dat hij tracht aan te kaarten bij verschillende verzetsgroepen. Uit ontgoocheling wendt hij zich uiteindelijk naar zijn grote vriend en oud medeleerling van het Atheneum van Ukkel, Robert Leclercq. Hij is een belangrijke verantwoordelijke van Groep G  die het project met hem voorbereidt, hem een wapen bezorgt en Robert Maistriau recruteert voor het project aan wie hij zegt:” Luister, vermits je beschikbaar bent, als je wil kun je er voor gaan. “

 

image051

Robert Maistriau als student.

(Archief Familie Maistriau)

 

En Robert aarzelde geen moment. Hij was drie jaar jonger dan Livschitz en bewonderde hem . Het was , zo herinnert hij zich, een jongen die doorging als een filosoof, een idealist. De jongeren hielden van hem om die reden. Hij had heel veel  invloed.   

Op zoek naar een bijkomende medestander richt Livschitz zich naar het studentenmilieu en recruteert hij een andere medeleerling van het Atheneum van Ukkel, Jean Franklemon, toneelspeler, normalist. Volgens de historicus Maxime Steinberg is het zo dat schoolvrienden door hun onervarenheid met het verzet de durf gehad hebben om het risico te nemen.  

Zoals jullie weten heeft Robert Maistriau zich na die eerste actie meer en meer ingezet in het verzet van groep G. Aangehouden in maart 44, gevangen gezet in Breendonk, daarna in Buchenwald en Bergen-Belsen. Hij is in april 1945 bevrijd.

Jean Franklemon wordt veroordeeld in maart 1944 tot zes jaar gevangenisstraf voor zijn medewerking aan de aanval op het xxSTE TRANSPORT ; Hij heeft zich nooit helemaal kunnen herstellen van de naverschijnselen van zijn gevangenschap in Orianenburg en Sachsenhausen. Hij is in 1977 overleden. En bij Youra Livschitz. Hij is voor een eerste maal aangehouden in mei 1943. Hij slaagt erin te ontsnappen maar wordt terug aangehouden op 26 juni 1943. Hij wordt gevangen gezet in het fort van Breendonk, wordt gefolterd en gefusillieerd op 17 februari 1944 als: ik citeer:”leider van een bende terroristen die betrokken waren bij  een jodentransport

 

van 19 april 1943. In zijn afscheidsbrief kan men lezen: “ik verlaat deze gevangeniscel om naar de andere zijde van het leven te gaan in alle kalmte – een kalmte die ook een onderwerping is voor het onvermijdelijke. Ik heb heel veel spijt dat ik er niet kan zijn om je te ondersteunen….en om te kunnen werken aan de opbouw van de wereld.   .Het hart komt in verdrukking als we die woorden lezen want nooit zullen we kunnen weten wat Dr. Livschitz voor de wereld “die in de maak was” had kunnen betekenen. Wat zou het mooi zijn om , net als bij Robert Maistriau, hulde te brengen voor het werk gedurende een hele leven. Robert Maistriau  die verbaasd was dat die vijf minuten van zijn leven  de 48 jaar in congo overschaduwd hebben. Maar was hij zich bewust dat hij in die vijf minuten het bewijs geleverd heeft van eenzelfde idealisme, eenzelfde edelmoedigheid, eenzelfde humanisme die het hem mogelijk heeft gemaakt zijn herbebossingsproject en schoolproject op te kunnen zetten?  En Youra Livschitz, zijn moed, zijn intelligentie, zijn onderzoekende geest , zijn verlangen naar harmonie en naar het universele , zijn  bekommernis voor de vooruitgang van de mensheid en zijn sociaal aanvoelen ; in welke richting en tot wat had dat geleid  ?  We zullen het helaas nooit weten, we kunnen enkel zijn afwezigheid in ons leven betreuren.  En laten we op deze herdenking heel sterk terugdenken aan hen die hun leven gelaten hebben in hun strijd tegen de nazi-barbaarsheid.

 

In de naam van het Atheneum van Ukkel en van alle leerlingen en leraars die elkaar opgevolgd hebben dank ik de gemeente Boortmeerbeek om de gedachtenis aan onze helden levendig te houden en om ons zo de gelegenheid te geven om hen vandaag hulde te kunnen brengen.

 

Universiteit – Groep G

 

Zijn studies geneeskunde aan de Vrije Universiteit Brussel breekt hij na één jaar af om zich in 1942 te engageren in het verzet als lid van Groep G.

 

Mr. Jadoul  - vertegenwoordiger Groep G

 

Als vertegenwoordiger van de Algemene Groep voor Sabotage in België (Groep G) wil ik jullie onderhouden over de activiteiten van Robert Maistriau , lid van het hoofdkwartier van Goep G. Hij was verantwoordelijke voor de organisatie, de recrutering en de opleiding voor het gebruiken van explosieven. 

 

Op 19 april 1943 zal hij zich per fiets begeven naar Boortmeerbeek om er het XXste transport tot stilstand te brengen. Toen was Robert nog geen lid van het verzet.

 

In oktober 1943 op een vergadering aan het station van het Leopoldkwartier wenst Robert vijf nieuwe leden te testen naar hun bekwaamheid om te werken voor het verzet. Ze kopen biljetten voor verschillende reisbestemmingen op de spoorlijn van Namen -Ottignies. De zes mannen  verlaten de trein met 15 kilogram dynamiet. Robert vormt twee groepen : de ene groep zal de « plaque tournante » van het station doen ontploffen ; de andere groep zal het pompstation saboteren.  Ze plaatsen 12 kilogram dynamiet verbonden met stukjes plakband. Ze steken de lont aan en ze verlaten de plaats. Na een spurt van een 300 meter realiseert Robert dat er geen explosie is. Hij beslist om terug te keren. De lont is inderdaad gedoofd en Robert ontsteekt ze terug en roept: “vlug, vlug”.   Ze hebben nog geen 100 meter gelopen als de ontploffing zich voordoet. De groep vervoegt zich in Grez-Doiceau waar een schuilplaats gevonden

 

werd. De andere dag keerde Robert terug naar Brussel.    

 

Eind 1943 werd het plan op punt gesteld om hoogspanningsmasten die instaan voor de verdeling van de energie te vernietigen. Een studie die  gerealiseerd werd dank zij de medewerking van Professor Bernard van de ULB.  Een keuze van 30 belangrijke hoogspanningsmasten werd vastgelegd. Op 15 januari 1944 zal de actie , bekend onder de naam “la grande coupure”, 18 masten vernietigen en 9 andere masten de dag nadien. Robert Maistriau nam deel aan die actie.

 

In de loop van januari 1944 heeft Robert een verzetsopdracht in Hatrival.   Hij verneemt er dat de Duitsers de schuilhut in het bos van Hatrival gevonden hebben. Robert moet Jules Lambert contacteren in “La cuisine”. Op de weg naar “ Poix St Hubert” wordt hij door de Duitse politie gevangen genomen zonder enige uitleg. De wagen van de Duitse politie stopt voor het hotel “Val de poix”. Hij wordt gefouilleerd en gelukkig vindt men op hem geen wapen. Zijn identiteitskaart wordt hem ontnomen en hij wordt opgesloten in een kamer van het hotel. Een Duitse soldaat bewaakt hem. Robert heeft slechts één mogelijkheid om te ontsnappen nl. langs het venster. Maar hij bevindt zich op de eerste verdieping. Toch springt hij uit het raam en stapt dan gedurende uren door de velden en de bossen. Hij komt zo in het dorpje Orgéo (Bertrix)waar er een spoorlijn is naar « La cuisine ».

 

Eindelijk heeft hij rust op de trein. Hij komt op zijn bestemming en is bezorgd over de verblijfplaats van Louis Dumont. Er zijn drie schuilplaatsen in het dorp. Hij kiest de schuilplaats die het verst gelegen is uit het centrum van het dorp. Aangekomen stelt hij zich voor met zijn schuilnaam Raoul.  De eigenaar is niet overtuigd . Maar een klare stem roept zijn naam. Jules Lambert was op de afspraak. Robert wordt verzorgd, krijgt te eten en te slapen en bekomt valse papieren. De volgende dag gaat hij terug naar Brussel waar hij de verantwoordelijken van het verzet verwittigt om niet meer naar de schuilplaats van Hatrival te gaan.

 

In oktober 1943 wordt pater Van Sintjan gerecruteerd. Hij zal zich speciaal inlaten met het verzet in Henegouwen. Robert neemt contact op met Roger Leuvain, in het verzet gekend als Carlos. Deze laatste zal meer dan 80 sabotages op zijn naam schrijven in de regio van Ath.    

 

Op 21 maart 1944 , bij de terugkeer van een missie in Gent, wordt Robert aangehouden in het Zuidstation . Hij wordt gevangen gezet in Breendonk, Buchenwald, Ellrich, Dora, Hartzingen en Bergen-Belsen. Dit laatste kamp bereikt hij samen met 625 gevangenen na een voetsmars van vijf dagen. Op 30 april 1945 komt hij doodziek terug uit gevangenschap in Brussel. Hij weegt amper 37 kilogram.

 

Na zijn herstel gaat hij werken voor de Belgische staatsveiligheid. Hij bekleedt er een belangrijke functie. Hij verlaat daarna de staatsveiligheid om te gaan werken als handelsvertegenwoordiger voor de firma John Claes. Daarna trekt hij naar Belgisch Congo in Africa. Hij heeft er een veefokkerij , hij plant er een bos en bouwt er een basisschool. 

 

In het kort, ziehier het traject van een Belg, die alles gedaan heeft voor zijn vaderland. De kinderen en de kleinkinderen kunnen fier zijn om zulke uitzonderlijke persoon gekend te hebben.

 

Actie transport XX

 

In april 1943 schrijft hij geschiedenis door samen met zijn twee kameraden het XXste jodentransport te doen stoppen in Boortmeerbeek. Er werden een 17-tal joodse gevangenen bevrijd. Nergens in Europa  werd een jodenkonvooi aangevallen om de deportatie van de joden naar uitroeiingskampen te verhinderen. Maistriau zelf werd één jaar later opgepakt als verzetstrijder en zat onder meer gevangen in het fort van Breendonk en in het concentratiekamp Buchenwald.

 

image052

Robert Maistriau, samen met Regine Krochmal en Simon Gronowski, ontsnapten uit het XXste transport. De dame achteraan is Marion Schreiber, auteur van het boek “Stille Rebellen”. (Archief Marc Michiels – met dank aan Regine Krochmal)

 

Regine Krochmal – gedeporteerde uit het XXste Transport

 

Robert, de nederige , de grote vriend. Een grote mijnheer, een grote held

Ik vertel aan iedereen jouw ongelofelijke actie zodat de herinnering aan jouw manhaftige daad tegen de gruwel nooit meer vergeten zal worden.

 

Ik was twintig jaar oud. Tot de dood veroordeeld omdat ik van Joodse origine was, en ook omdat ik werkte voor het verzet. Ik werd naar de kazerne Dossin gestuurd waar we bijeengebracht werden: mannen, vrouwen, kinderen, joden, zigeuners, verzetstrijders, om zogezegd te gaan werken in een werkkamp in Polen. Drie maanden gaan voorbij, de honger, de koude, de slagen, de vernederingen. Alles wordt gedaan om onze wil om zich te verzetten te breken.

 

Het is 19 april 1943, er is het vertrek. We worden in de beestenwagons geduwd, zonder bedden, zonder stoelen, zonder water, zonder voedsel. Enkel een kleine emmer voor 20 personen voor de “lichaamshygiëne.

Dr. Bach, een Duitse dokter van Joodse origine die verantwoordelijk was voor de ziekenzaal in de kazerne, komt naar me toe en zegt : « Naar de sanitaire wagon op het eind van het konvooi. “ En terwijl we daar naartoe stappen, omgeven door gewapende soldaten, spreekt hij met me en laat hij een mes in mijn handen glijden. “Verstop het, snij de houten spijlen door van het verluchtingsraampje, en vlucht. Men gaat je verbranden.” De sanitaire wagon is gevuld met lijken van gedetineerden, de deur wordt achter mij gesloten en vergrendeld.

 

Vanaf het ogenblik dat de trein zich in beweging zet, begin ik de spijlen van het verluchtingsraampje door te zagen. Ik hijs me tot aan de opening en ik laat me naar buiten vallen. Op datzelfde moment stopt de trein. Eén grote stilte. Dan plots hoor ik schoten. Ik ga liggen op de grond. Als de trein zich terug in gang zet vlucht ik, veilig en wel en keer ik terug naar Brussel. Ik werk in het verzet en wordt terug opgepakt.

 

Gedurende vele jaren heb ik niet willen spreken over de oorlog en wat er met mij gebeurd is. Dan ben ik in contact gekomen met Marion Schreiber, een Duitse journaliste. Zij schreef een uitzonderlijk historisch boek met als titel: “Stille rebellen.” Dit boek beste vriend Robert verbind je met jouw twee vrienden Youra Livschitz, dokter, en Jean Franklemon, toneelspeler en musicus. Jouw actie, vriend Robert, net zoals deze van Jean en van Youra, zijn heel verdienstelijk omdat jullie gedreven werden door gevoelens van jullie hart, zonder dat jullie zich bezorgd hebben gemaakt over de gevaren die jullie liepen door jullie actie. Dit getuigde van een uniek heroïsme in de analen van de oorlog.  

 

Beste vriend Robert, je hebt jouw aardse leven hier ingeruild voor een andere vorm van leven. Ik wens je behouden thuiskomst naar die plaats van vrede en universele liefde die je altijd als jouw ideale doel vooropgesteld hebt. 

 

Simon Gronowski – ontsnapt uit het XXste Transport

De goedheid van een mens

 

We doorkruisten België met het XXste transport uit algemene onwetendheid, richting de « dood ». Niemand is voor ons opgekomen, behalve drie dilettante weerstanders, drie schoolvrienden. Helemaal achterin onze wagon, in de totale duisternis, hoorde ik de trein stoppen, het schreeuwen in het Duits en de geweerschoten. Het was in Boortmeerbeek. Zestig kilometer verder , in Limburg, aangemoedigd door de geluiden van de overval zijn de mannen uit mijn wagon erin geslaagd de deur langs binnen te openen en ben ik van de trein gesprongen.

 

Ik heb Robert Maistriau voor het eerst ontmoet naar aanleiding van een herdenking in het Paleis van Schone kunsten te Brussel. De volgende dag op het justitiepaleis ontmoette mijn dochter Katia, als jonge advokate, haar collega Philippe Maistriau. Ze vroeg hem: “Is jouw grootvader in het verzet geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog? Hij antwoordde: “Was jij gisteren ook in het paleis van Schone Kunsten? Dat was mijn vader. “Mijn dochter antwoordde: “Jouw vader heeft mijn vader gered. “ Kon de weerstander van toen zich inbeelden dat hij en de jongen die zich in de bewuste trein bevond ; 50 jaar later beiden elk een kind advokaat – stagiair zouden hebben aan de balie van Brussel  ???

 

Robert Maistriau heeft op mij een buitengewone indruk nagelaten: in eenvoudige woorden, spaarzaam, bescheiden, haast verlegen verklaarde hij mij hoe hij zijn leven had gewaagd om mensen die hij niet kende te redden.

 

Philippe Maistriau heeft een zoon die geboren is op 22 maart 1995 die Simon heet. Ik heb altijd gedacht dat het met mij te maken heeft gehad. Ik zei tegen mezelf: “k Ben zeker dat zijn grootvader hem gaat beschermen zoals hij een andere Simon beschermd heeft. “

 

Dank zij Robert Maistriau  ben ik nu vader en grootvader.

 

Robert Maistriau heeft gehandeld in een vlaag van edelmoedigheid, omwille van een eenvoudig gevoelen van rechtvaardigheid en menselijke solidariteit, enkel luisterend naar de

 

stem van zijn hart.Hij was het licht in de duisternis. Dat licht heeft ons geloof gesterkt voor de toekomst, voor een betere wereld, voor de vrede, de vrijheid, het wederzijds respect. Hij is een gids voor de jongere generatie.

 

Marc Michiels (coördinator en bestuurslid lokale heemkring Ravensteyn )

 

image053

Vraag van zoon Charles (Karel) Van Nijlen vanuit de gevangenis St Gilles om een pakket opgestuurd te krijgen. (4 april 1944). Briefomslag gericht aan zijn vader Jan Van Nijlen (gekend Vlaams dichter) (Archief Wim Pas)

 

Reeds van voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kende Robert Maistriau de nogal wispelturige jonge man Charles Van Nijlen (1921 – 1944). Charles woonde ook in Ukkel en was de zoon van de Vlaamse dichter Jan Van Nijlen. Hij is net als Robert lid geweest van het verzet. Op hetzelfde ogenblik worden Robert Maistriau en Charles Van Nijlen gevangen gezet in de gevangenis van St Gillis en het kamp in Breendonk en worden ze beiden getransporteerd naar Duitsland met het Buchenwald- konvooi van 8 mei 1944. Robert heeft zich over zijn vriend ontfermd, en later over zijn familie. Die zorgzaamheid voor de noodlijdende mens is bij Robert Maistriau doorheen zijn hele bewogen leven zo tekenend geweest. 

 

Door een brief dd. 8 juni 1945 die gestuurd werd door de vader Jan Van Nijlen (dichter 1884-1965) aan zijn vriend Ary Delen (Vlaamse schrijver en kunsthistoricus 1883-1960) komen we meer te weten over de omstandigheden van de gevangenschap van Robert Maistriau en zijn vriend. En ik citeer letterlijk uit deze brief: 

 

Charles werd gearresteerd door de Gestapo op 8 april 1944. Hij verbleef eerst te St Gillis, ongeveer 15 dagen, daarna een tiental dagen te Breendonck. Den 8ste mei was hij in het kamp van Buchenwald; den 23 ste mei vertrok hij naar het kamp van Hartzinger, waar hij slechts drie dagen bleef en de 26 ste mei naar het kamp van Ellrich, dat hij niet meer verlaten zou. In St Gillis, Breendonck, Buchenwald was hij steeds samen geweest met een jongen uit Ukkel, een student meen ik, een zekere Maistriau . Deze had Charles doen opnemen, in een groep van 24 jongens van ongeveer dezelfde leeftijd. Deze Maistriau werd in juni 1944 overgeplaatst van Ellrich naar Bergen-Belsen waar hij zwaar ziek viel. In het begin van 1945 kwam hem in het kamp te Bergen-Belsen een jongen vervoegen uit den groep van Ellrich en toen hij hem naar nieuws vroeg over de kameraden o.a. van Charles, vernam hij dat deze einde november 1944 aan dysenterie was overleden. Dit was ook het lot geweest van 17 (uit andere briefwisseling blijkt het over 18 kameraden te gaan) andere (gevangenen) ,terwijl er vier (jongens) waren opgehangen geweest omdat zij z.g. sabotage hadden gepleegd bij het werk. De jongen die dit bericht bracht aan Maistriau is zelf te Bergen-Belsen gestorven aan longontsteking den 23ste april, twee dagen voor de bevrijding van het kamp. Van die 24 jongens is er dus slechts één overgebleven,(Robert Maistriau) die mij dit verhaal heeft gedaan, dat hij op zijn erewoord verzekert waar te zijn. Hij kende trouwens Charles van voor de oorlog zodat omtrent de identiteit van Charles geen twijfel kan bestaan.

 

image016

Brief van Jan Van Nijlen aan Ary Delen, Brussel ,

8 juni 1945, N4935, nr 32138.(Archief  AMVC-Letterenhuis – Antwerpen)

 

Het concentratiekamp Ellrich had de kwalijke reputatie een werk- en uitroeiingskamp te zijn. Het werd beheerd door Duitse gevangenen van gemeen recht.  Ruim 1/3de   van het totale aantal gevangenen overleefden het niet. Van de Belgen was dat zelfs meer dan de helft. Het is een wonder dat Robert als enige van zijn groep zijn gevangenschap heeft overleefd. Het is ook typerend dat Robert, onmiddellijk na de oorlog in zijn verzwakte toestand, toch een bezoek heeft gebracht aan de ouders van zijn vriend om hun onzekerheid omtrent het lot van hun zoon weg te nemen. Robert was iemand die in alle omstandigheden gevoelig was voor de rechten en de bekommernissen van de anderen. Door zijn natuurlijk rechtsgevoelen had hij de behoefte om onrecht te herstellen en verzoening te brengen. Dat maakte hem uitzonderlijk als mens tijdens en na de oorlog.

 

 

Koloniale periode

 

Na de oorlog gaat Robert Maistriau naar Belgisch Kongo waar hij zich nog op vele vlakken maatschappelijk verdienstelijk maakt. Zo heeft hij o.m. een basisschool gebouwd en een uniek project voor duurzame bosontginning opgestart.

 

image054

Robert Maistriau op stap in zijn “Bois Fleuri”.

(Archief Marc Michiels-met dank aan Martha Standaert)

 

Kongo – Feshi -Zuster Martha Standaert

Twee kleine anekdoten met aandoenlijk positieve gevolgen

 

Van in de jaren 1969 tot 1994 heb ik het geluk gehad de familie Maistriau te mogen ontmoeten in Congo-Kinshasa-Bandudu-Kikwit-Feshi-Kimbongo.

Robert Maistriau kwam regelmatig langs in Kimbongo, met één van zijn vrachtwagens. Hij trok dan verder de brousse in , naar het Zuiden toe, om in de verschillende afgelegen dorpen de opbrengst van de velden op te kopen bij de moedige inlandse vrouwen. Deze producten waren o.a. sakasaka(bladeren van de maniokplant), aardnoten, maniokwortels, paddestoelen uit de bossen, mukiongi (het jonge nog opgerolde blad van de varenplanten), fumbwa (groene blaadjes uit het bos – lekkere groente).

 

Robert betaalde al die vrouwen een eerlijke prijs voor deze oogst en op hun beurt konden zij ook in zijn winkels of elders kopen wat ze nodig hadden bv. kleding, aanvullend voedsel zoals rijst, suiker, zout, melk, tarwebloem. Ook lampen en petroleum voor die lampen. Dit was reeds een heel belangrijke handel die een verbetering van hun levensstandaard betekende.

 

Om dit transport beter mogelijk te maken zorgde Robert Maistriau voor verbetering van de wegen. Hij betaalde daarvoor mensen die met de spade werkten op die wegen, alle dagen. Men noemde ze “cantonniers van Mr. Maistriau”. Later werd hij gesteund door de staan door een afdeling “Office des routes”.

 

Met de Zaïrisatie, waarmee men bedoelde: alle niet-congolezen moesten alle eigendommen: scholen, winkels, camions, koeien overlaten aan de inheemse bevolking.  De volksvertegenwoordiger (er werd een vrouw verkozen) ontving de eigendommen en zij liet de naam Maistriau verwijderen op de camions en zette haar naam erop.

 

Robert zag machteloos toe…MAAR…de bevolking was niet akkoord en verdedigde Robert. Deze liet begaan en behield in deze penibele situatie alle respect en tegemoetkomingen. De bevolking had onmiddellijk begrepen dat dit het einde betekend van hun bloeiende handel. Ze besloten samen te protesteren. Een afvaardiging van de Cité Feshi (waar Robert toen woonde) trok woedend naar Mobutu en eiste dat hij zijn wetten zou herzien en die zodanig zou formuleren dat al de goederen van Robert (die ook een deel van hun waren) zouden teruggegeven worden aan hem voor het welzijn van heel de bevolking in de streek van Feshi. Mobutu had begrepen en gaf toe. Feest was het in Feshi, een cité op ongeveer 230 km van het stadje Kikwit. Dit alles dank zij de competentie en de menslievendheid van Robert.

 

Robert had ook een ruim inzicht op alle gebied. Zo zag hij de uitgestrekte brousse-gebieden en vond dat er veeteelt moest mogelijk gemaakt worden. Hij onderzocht de samenstelling van de grond en ontdekte welke oligo-elementen er moesten aan toegevoegd worden  om een evenwichtige voeding en groei van de koeien te verzekeren. Hij liet “likstenen” (bloc à lècher) samenstellen met de verschillende oligo-elementen (zoals Fe, Mg, Zc…) in de juiste verhouding. Dit perspectief  werd realiteit en vele inlandse burgers zullen, wat later, zijn raad en voorbeeld volgen.

 

image055

Het domein van Robert Maistriau in Congo.

(Archief Marc Michiels – met dank aan Martha Standaert)

 

Op een avond 19 u. –stikdonker en droog seizoen- kwam Robert met enkele van zijn mannen bij ons in het klooster toe, duidelijk met zorgen. Martha zei hij: kom aub met ons mee met al het materiaal dat je steeds meeneemt voor moeders die moeten bevallen onderweg. Ik ben zo ontgoocheld:mijn koewachters hadden sinds deze morgen gezien dat er bij één van mijn koeien een kalfje moest geboren worden. Het hing met beide pootjes eruit en verder gebeurde er niets de hele dag. Het kalf is wellicht dood maar je kan de moeder toch redden.  Ik antwoordde: Mr. Maistriau, ik ben wel een vroedvrouw maar geen veearts. Ik ben bang van koeien en ik ken er niets van.  Och, zei hij, die koe staat in het cachot, dus een kleine omheining en kan niet weg. Daarbij, als jij doet zoals je doet bij de mamma’s in de materniteit, dan zal het zeker geen kwaad doen aan mijn koe, zoniet zal ze zeker sterven.

De Congolezen die bij Maistriau waren knikten van ja en zegden:doe het maar en kom mee, wij gaan u ook helpen.”Goed dan…wij weg ook met petroliumlampen en mijn “beauty-case”,dat was mijn SOS-case met alles erop en eraan om bevallingen te doen onderweg.

 

Ik deed zoals bij “mensen-moeders”, aangemoedigd door mijn supporters. Ik deed handschoenen aan en begon de inwendige exploratie op zoek naar de oorzaak van de blocage, op zoek naar de ligging van het kalfje. De kop van het kalf was naar achter gedraaid…maar wat een humoristisch zicht eigenlijk: ik stond daar met caoutchouc handschoenen tot juist over mijn polsen en ik zat ermee in de koe tot aan mijn schouder. Mijn gezicht zat letterlijk tegen het achterwerk van de koe. De oplossing. Hebben jullie een koord? Ja dat hadden ze. Ik heb het touw vastgesnoerd rond de muil van het kalf, helemaal diep in de koe. De mannen hielpen mij trekken en zeer bruusk draaide de kop van het kalf en plof , het kalf viel dood op de grond. Maar moeder-koe was gered.Ik gaf de nazorgen en Robert en zijn mannen waren blij met de afloop. Dankbaar dronken wij de palmwijn en iedereen voelde de weldaad van Robert’s aanwezigheid in een atmosfeer van hartelijke, schoonmenselijke samenwerking.

 

image056

Robert Maistriau in het bos dat hij heeft aangeplant.

(Archief Marc Michiels – met dank aan Martha Standaert)

 

VZW Maistriau– Roland Schmid

 

Martha Standaerd heeft ons met haar verhaal een mooi zicht gegeven op de congolese realiteit van het veeteeltproject dat Robert Maistriau introduceerde. Naast die ervaring die Martha beschrijft zijn er ook heel veel geslaagde bevallingen geweest waardoor zijn kudde in de loop der jaren sterk is aangegroeid. Van een veestapel van 15 koeien tot een kudde van 3800 dieren. Genoeg om zijn familie en de families van zijn arbeiders te voeden.

 

Maar doordat de gronden van Robert zich situeerden op een hoog plateau van de savanna zonder bomen,  beschikten de inwoners niet over hout om het vlees te braden. Dat was een nieuwe uitdaging voor Robert waarvoor hij zich met overgave en heel veel vindingrijkheid heeft ingezet.  Hij is begonnen met het planten van zaden van bomen die hij liet komen vanuit alle hoeken van de wereld met de hulp van vrienden botanisten. Hij observeerde hun groei en selecteerde de soorten die zich het best aanpasten aan de omgeving. Zo selecteerde hij verschillende soorten eucalyptus, dennen, acacia’s en “milletias” die hij dan in grote aantallen aanplantte.

 

Van 1970 tot ongeveer 1990 heeft hij aldus 100 ha bos aangeplant. Hij heeft ook het genoegen gehad  tijdens zijn laatste jaren dat zijn bos door natuurlijke uitzaaiing aangegroeid is tot 200 ha , een verdubbeling dus. De houtbevoorrading voor de lokale families is zo verzekerd.

 

Maar om gezondheidsredenen was de “vader” van dit bos intussen tijd naar België overgekomen om gezondheidsredenen. Zijn bebossingsproject was door zijn afwezigheid in gevaar gekomen omwille van roof en brand. Wanneer ik Robert Maistriau in 2002 ontmoette was hij op zoek naar een koper, iemand aan wie hij het Congolese bos kon toevertrouwen. Wij hebben dan samen verschillende niet-gouvernementele organisaties en instanties gecontacteerd, zonder succes evenwel.         

 

Na twee jaar en een half van noeste opzoekingen heeft Robert Maistriau samen met zijn vriend Lambert Gakesa, mezelf en een handvol vrijwilligers een stichting opgericht met als doel:

 

-om het bos te bewaren en het mogelijks nog uit te breiden

-het bos voorzichtig te ontginnen om geldelijke middelen te verwerven

-om de veeteelt terug herop te starten

-de basisschool die Robert Maistriau en Lambert Gakesa opgericht hebben financieel te ondersteunen 

 

Deze stichting heeft in september laatstleden haar meest eminente lid verloren. Maar zij blijft trouw aan haar doelstellingen en tracht ze ondanks grote moeilijkheden toch te bereiken. De moeilijkheden zijn vooral te wijten aan de slechte staat van de wegen, de vele storingen en het gebrek aan koopkracht in de regio waardoor de verkoop van onze producten moeilijk verloopt. Te weten het gezaagde hout. Zo blijft de Stichting Robert Maistriau op dit ogenblik voor een groot deel afhankelijk van de kapitaalsinjecties van de Europese donateurs. Ook al zijn de lasten zwaar, toch blijven we ervan overtuigd dat de zaden die Robert Maistriau gelegd heeft in Congo, deze inspanningen en deze investeringen verdienen. Want het zijn deze zaadkorrels die symbool staan voor bedrevenheid, geduld, volharding…ook graankorrels van liefde:voor de natuur, de kinderen, de vrouw, de man die honger heeft. 

 

Wij hopen jullie volgend jaar goed nieuws te kunnen brengen van de Stichting Robert Maistriau. Te weten dat de activiteiten zelf-bedruipend  zijn en het project levensvatbaar blijft. Dat zou een ideale manier zijn om Robert Maistriau te gedenken, niet alleen hier in Boortmeerbeek, maar ook (en voor zeer lange tijd) in dat andere land, dat voor Robert “zijn” Congo geworden was.   

 

Laatste dagen – overlijden

 

Maistriau overlijdt thuis in St Lambrechts Woluwe de 26ste september 2008 op de leeftijd van 87 jaar.

 

Boutrahi Yamina (moeder van Brahim Bousbatamantelzorger en gezelschapsdame van Robert)

 

image057

Verjaardagfeestje bij Robert (85 jaar) met Rosa en Jacques RajszajtNaftali

en Yamina Bousbata (13 maart 2006)

 

Ik heb Robert Maistriau leren kennen via een vriend, Roland Schmid. Hij heeft me in contact gebracht met de Duitse journaliste en schrijfster Marion Schreiber, auteur van het boek “Stille rebellen”. Op een avond heeft Roland zijn vriend Robert Maistriau meegebracht naar ons restaurant “Sésame”. Daar heeft hij de franse historicus Jean Pierre Gailraud ontmoet. Zo heb ik Robert leren kennen.

 

Het is geen toeval dat Robert een held geworden is, een humanist, een man van een onschatbare waarde. De erfelijkheid heeft gespeeld. Zijn open mentaliteit heeft hij ongetwijfeld gekregen van zijn vader.

 

Door Roland Schmid, die zich over zijn gezondheid ontfermde, ben ik na zijn ongeluk zijn gezelschapsdame geworden. In de loop van de daaropvolgende maanden heb ik met hem onvergetelijke momenten gedeeld. Ik zei tegen hem: Op een dag ga ik jouw geschiedenis schrijven. Dan lachte hij. Omdat hij leed aan een oogziekte ben ik bij wijze van spreken “zijn ogen” geworden door hem voor te lezen uit boeken die hij niet zelf heeft kunnen lezen. Ik heb hem zelfs de bijbel voorgelezen.

 

Hij was een zeer geleerd iemand die heel wat details en anekdotes uit zijn hoofd kende. Hij was onverslaanbaar in geschiedenis, aardrijkskunde en plantkunde; net als zijn vader: een man met veelzijdige en unieke competenties. 

 

Robert Maistriau die wees werd op de leeftijd van 8 jaar was heel fier op zijn vader: Luitenant-Generaal Dokter  Charles-Eugène Maistriau. Het was een zeer rechtlijnig en bescheiden iemand zo zei iemand van zijn vrienden. Hij was meester in de chirurgie, met een opmerkelijke intelligentie gepaard gaand met een groot rechtvaardigheidsgevoel. Mijnheer Latoir , onderzoeker, samen met zijn vriend Pierre Lierneux, wetenschappelijk onderzoeker in het Koninklijk Museum van het Belgische Leger in Brussel, hebben onderzoek gedaan over het glorieuze  verleden van deze merkwaardige man. Bij hun bezoek was Robert zeer ontroerd over de wetenschappelijke en militaire loopbaan van zijn vader die dikwijls gelauwerd werd door onze vorsten.

 

Ik keek heel dikwijls met hem naar de vergeelde foto’s en beschreef dan de personen op die foto. Hij leverde dan uitvoerig commentaar want hij beschikt over een onfeilbaar geheugen. Hij haalde herinneringen op uit zijn verleden. Foto’s van zijn huwelijk, zijn vader in uniform, zijn moeder; stonden in zijn bibliotheek. Er was die foto met die grote mijnheer en die kleine vrouw voor hun huis in Feshi. Hij vertelde mij verhalen over zijn vrouw die hij boven iedereen lief had. Een vrouw die hem gevolgd was naar Africa om samen zijn droom waar te maken in moeilijke omstandigheden. Het is hun gezamenlijk levensdoel geworden. Zijn vrouw beschikte over een ongewone kracht zo vertelde hij me. Zij hebben Congo verlaten op het moment dat zijn vrouw ziek werd.

 

Op een zekere dag diende ik naar mijn moederland Algerië  te vertrekken. Ik vroeg hem welk souvenir hem plezier zou doen. Hij antwoordde me al lachend: “Een Eucalyptus.” Tijdens mijn verblijf in Algerië heb ik vruchteloos gezocht naar die boom. Ik ging terugkomen zonder die boom. Net op het einde van mijn verblijf ontdekte mijn zoon een jonge eucalyptusplant langs een weg die afgezoomd was met honderdjarige eucalyptusbomen. Robert was zo blij als een kind alsof hij een onverwacht speelgoedje kreeg. 

Als de Japanse kerselaars bloeiden in zijn straat in St Lambrechts-Woluwe opende ik de ramen van zijn appartement en zette ik zijn zetel voor het raam. Dit idyllische zicht bracht hem in vervoering. Hij voelde zich dan in Feshi.

 

Robert was een fijne lekkerbek: hij leerde me een recept van zijn moeder ‘asperges met harde eieren’ waaraan we ons te goed deden. Hij had een liefelijke zonde: de Belgische praline!

 

Wanneer ik om gezondheidsredenen Robert heb moeten verlaten , heb ik een oplossing gevonden met mevrouw Bahia, een vriendin en mijn zoon Brahim. Samen hebben zij Robert dag en nacht bijgestaan.  Brahim hechtte zich aan hem alsof hij zijn grootvader was. Hij was hem behulpzaam op de moeilijke momenten. Hij ook werd “de ogen” van Robert.  Hij leerde “fruits de mer” klaar maken omdat het Robert”s voorkeurgerecht was.  Hij was er dol op. Mijn zoon had een groot respect voor deze grote mijnheer die een leven geleefd heeft ten dienste van de toekomst.

 

In de morgen van 26 september 2008 telefoneerde Brahim mij in Algerije. Met een krop in de keel meldde hij me de dood van Robert. Het was de 27ste dag van de Ramadan, “la nuit du destin”- de nacht van de bestemming- voor de Mohamedanen. Die dag stonden de poorten van het paradijs wijd open……. 

 

Erkenning

 

Voor de hulp aan joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij onderscheiden door het Yad Vashem met de ere-titel “ rechtvaardige onder de volkeren”. In november 2005 kreeg hij de titel “doctor Honoris causa” van de Vrije Universiteit van Brussel voor zijn moed, altruïsme en zelfopoffering tijdens de actie op transport XX. De gemeenten Boortmeerbeek en St Lambrechts-Woluwe hebben hem tot ere-burger gemaakt van hun gemeente.

 

image058

Viering van Robert Maistriau bij de herdenking van de bevrijding

van het getto in Warchau in de aanwezigheid van Prins Filip en

Eerste Minister Guy Verhofstadt. (29 april 2003)

(Archief Marc Michiels)

 

Michel Laub – vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap

 

De joodse gemeenschap is in rouw : een Rechtvaardige is van ons heengegaan, Robert Maistriau is op 26 september 2008 overleden.

 

Robert Maistriau heeft ons verlaten, hij die onlangs nog de laatste overlevende was van de drie uitzonderlijke redders, dezen die erin waren geslaagd het onmogelijke waar te maken, een trein met gedeporteerden naar de nazi-vernietigingskampen tot stilstand te brengen en zodoende mensenlevens te redden.

 

Met zijn stralend gelaat, zijn aantrekkelijke glimlach en zijn stille kracht, was deze man de verpersoonlijking van het mens-zijn dat het nazi-beest er niet in was geslaagd te vernietigen.

 

image059

Robert Maistriau op de herdenking van Transport XX op 22 juni 2003.

Zestig jaar na de actie terug in Boortmeerbeek. (Archief Marc Michiels)

 

Op 20 april 1993, op één dag na de vijftigste verjaardag van de uitbarsting van de opstand van het Getto van Warschau, alsook van de aanval op het twintigste konvooi, heeft de Joodse Gemeenschap van België op aangrijpende wijze hulde gebracht aan de helden van deze twee ware historische gebeurtenissen, door een nationale herdenking in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel te organiseren, in aanwezigheid van de hoogste autoriteiten van ons land.

 

Sedert 1993, wordt de aanval op het twintigste konvooi eveneens jaarlijks herdacht in de kleine gemeente Boortmeerbeek, die zich in de nabijheid bevindt van de plaats waar de actie plaatsvond.

 

Met grote ontroering herinner ik mij de eerste van deze herdenkingen, op die dag van 16 mei 1993, vijftig jaar na de heldendaad van de aanval op het twintigste konvooi. De plaat met de beschrijving van deze gebeurtenis werd toen bij het station van Boortmeerbeek ingehuldigd. De plechtigheid die de gemeentelijke overheid van Boortmeerbeek, het Centraal Israëlitisch Consistorie van België en het Joods Museum van Deportatie en Verzet gezamenlijk organiseerden op deze symbolische plaats, op initiatief van wijlen Robert Korten, zal ons voor eeuwig bijblijven.

 

Deze paar aanwezige overlevenden die aan de hel van de vernietigingskampen waren ontsnapt, die voor de eerste keer hun redder ontmoeten. Hun stemloosheid door de ontzaglijke ontroering. Een bijeenkomst - die vijftig jaar later - de redder en de geredden opnieuw verenigt, midden ons allen. Een moment van onvoorstelbare intensiteit.

 

Sedert de nazi-beslissing op de Wannsee-conferentie, in januari 1942, m.b.t. de Endlösung, de uitroeiing van het Joodse volk, werden in gans Europa, van Griekenland tot Nederland, zoals ook in België, mannen, vrouwen en kinderen in treinen gestouwd en naar de dood weggevoerd. Eén enkele trein werd in heel Europa aangevallen. Op 19 april 1943, op dezelfde dag als het begin van de opstand van het Getto van Warschau, vallen Robert Maistriau en zijn twee vrienden, Jura Livschitz en Jean Franklemon, het twintigste konvooi aan van gedeporteerden die uit Mechelen was vertrokken met bestemming: de nazi-uitroeiingskampen. Door deze heldendaad, zijn er mensenlevens gered. Voor de drie vrienden : op risico van hun eigen leven. De joodse traditie noemt dergelijke mensen : Rechtvaardigen.

 

Deze traditie ligt trouwens aan de basis van de erkenning als “Rechtvaardige onder de Volkeren” door het  bekende Yad Vashem – instituut, en museum van de Sjoa, te Jeruzalem. Deze onderscheiding werd uiteraard ook aan Robert Maistriau toegekend, op 31 augustus 1994.

 

Volgens onze traditie, berust de hele wereld op de verdienste van 36 terughoudende, bescheiden rechtvaardigen die het goede doen. In verschillende musea die gewijd zijn aan W.O. II wordt het verhaal van de heldendaad van de aanval op het twintigste konvooi verteld.

 

Op 15 juni 1999, werd Jura Livschitz postuum onderscheiden door het United States Holocaust Memorial Museum. Voor het symbool, werd de medaille te Washington aan Robert Maistriau overhandigd.

 

Enkele jaren later werd een tweede monument opgericht in Boortmeerbeek door Dhr. Maurice Tzwern, zoon van Hena Wasyng, één van de geredden van het twintigste konvooi. Robert Maistriau, die ook lid was van het verzet, namelijk van de Brusselse Groupe G, is tot het einde van zijn leven een opmerkelijk bescheiden en hartelijke man gebleven.

 

De leden van de joodse gemeenschap van België zullen voor hem steeds in hart en ziel een bevoorrechte plaats blijven behouden. Ye’hi zikhro baroekh, weze zijn herinnering gezegend. 

 

School Maistriau (gemeente St Lambrechts Woluwe)

 

image060

Basisschool Robert Maistriau in St Lambrechts-Woluwe bij de inhuldiging

op 10 december 2008. Er werd een eucaliptusboom geplant. (Foto Marc Michiels)

 

 

Michel Baert – burgemeester van Boortmeerbeek

 

image061

Burgemeester Michel Baert bij de herdenking aan het monument ter

ere van Robert Maistriau en zijn vrienden. (Archief Marc Michiels)

 

 

Appendix

Het andere gezicht van Robert Maistriau

 

Hier in België is het werk en het leven van Robert Maistrau in Congo minder gekend dan zijn roekeloze actie in Boortmeerbeek en zijn medewerking bij het doen slagen van de actie van de “grande coupure” door de verzetsgroep G. De aanwezigheid en de getuigenissen van de congolese priesters en congolese burgers op de begrafenis van Robert op 1 oktober 2008 hebben de belangrijkheid aangetoond van zijn levenswerk in Congo dat nagenoeg het grootste deel zijn leven heeft ingenomen.

 

Naast redder van levens bij de monsterlijke uitvoering van de jodendeportatie heeft hij in Africa gedurende vijf decennia ook met veel geduld gevochten tegen de armoede en de beroving. Zijn werk blijft er bestaan. 

 

image062

Het huis, gebouwd door Robert Maistriau in “Bois FleuriFeshi,Bandundu, Democratische Republiek Congo. (Archief Stichting Robert Maistriau)

 

Met dat doel voor ogen heeft Robert Maistriau in Congo in 2005 , samen met enkele Europese vrienden, een vereniging gesticht om het bosproject te onderhouden, te vergroten en het op een voorzichtige manier te ontginnen; zijn veestapel weer op te bouwen en de basisschool herop te starten. Welke resultaten zijn er bereikt de laatste drie jaren?

 

 

Het bos is in goede staat. Nieuwe aanplantingen zijn gerealiseerd, bomen ouder dan dertig jaar zijn omgehakt en verwerkt ter plaatse in dikke planken, dakspanten en planken voor de woningbouw en de aanmaak van meubels. De inkomsten zijn nog onvoldoende om de onkosten te dekken van personeel, materieel en brandstof. De verkoop lijdt onder het gebrek aan koopkracht in de regio en onze maatschappij is daardoor verlieslatend.

 

image063

Kaprijpe eucaliptusboom in het bos van Robert MaistriauBois Fleuri’ (Archief

Stichting Robert Maistriau)

 

De hoop blijft. De veestapel is gegroeid in drie jaar tijd van 29 naar 60 dieren. Dit is een belangrijke voedselreserve voor de kleine lokale gemeenschap van “Blois Fleuri”. De basisschool Robert Maistriau heeft in juni 2008 een officiële erkenning gekregen van het ministerie van Onderwijs van de Congolese staat. Dat maakt het mogelijk dat de leerlingen kunnen overgaan vanaf september 2009 naar het secundair onderwijs. De school heeft zes klassen en zes onderwijzers en telt in het  totaal 120 leerlingen, jongens en meisjes.  

 

école 2

De leerlingen en de leerkrachten voor de gebouwen

van de school Robert Maistriau. (Archief Stichting Robert Maistriau)

 

Wil je een bijdrage leveren aan de voortzetting van het werk van Robert Maistriau op het hoog-plateau van Feshi in Congo?

 

Uw bijdragen zijn erg welkom. U kunt een storting doen op de Belgische rekening 001-4547897-31  van “Maatschappij Robert Maistriau

Verdere inlichtingen kunt u bekomen bij Roland Schmid  roland.schmid@pandora.be

Laten we de herinnering van Robert Maistriau bewaren door zijn werk in Congo te bewaren

mei 2009

 

image064

Robert Maistriau op zijn 75ste verjaardag

(1996) (Archief Familie Maistriau)

 

image065

Robert Maistrau (1971) (Archief Familie Maistriau)

 

 

image066

Robert Maistriau (1998) (Archief Familie Maistriau)

 

 

image067

Robert Maistriau met de coördinator Transport

XX Boortmeerbeek (8 mei 2008)(Foto Etienne Van den Bulcke)

 

 

 

Terug naar boven